Art. 10 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, Gevolgen van de overdracht van de tenuitvoerlegging
Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
1. De tenuitvoerlegging wordt beheerst door de wet van de aangezochte Staat, die bij uitsluiting bevoegd is alle ter zake dienende beslissingen te nemen, met name wat de voorwaardelijke invrijheidstelling betreft.
2. De verzoekende Staat heeft bij uitsluiting het recht te beslissen op een verzoek om herziening van de veroordeling.
3. Elk van beide Staten kan het recht van amnestie of gratie uitoefenen.
Vorige artikelen
- Artikel 5 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 6 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 7 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 8 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 9 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
Volgende artikelen
- Artikel 11 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 12 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 13 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 14 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 15 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen