Art. 12 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging, VERZOEK TOT STRAFVERVOLGING
Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
1. De aangezochte Staat is verplicht zijn aanvaarding van het verzoek in te trekken, indien na die aanvaarding een in artikel 10 van dit Verdrag genoemde grond blijkt te bestaan om geen gevolg te geven aan het verzoek.
2. De aangezochte Staat is gerechtigd zijn aanvaarding van het verzoek in te trekken:
(a) indien blijkt dat de aanwezigheid van de verdachte ter terechtzitting in die Staat niet kan worden verzekerd of indien een eventuele veroordeling in die Staat niet ten uitvoer kan worden gelegd;
(b) indien een der in artikel 11 genoemde weigeringsgronden zich voordoet alvorens de zaak ter terechtzitting aanhangig is gemaakt; of
(c) in andere gevallen, indien de verzoekende Staat daarmede instemt.
Vorige artikelen
- Artikel 7 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 8 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 9 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 10 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 11 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
Volgende artikelen
- Artikel 13 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 14 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 15 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 16 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 17 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging