Art. 12 Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft alle Lid-Staten van de Raad en iedere Staat die tot het Verdrag is toegetreden, kennis van:
a) iedere ondertekening van dit Protocol;
b) de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;
c) iedere datum van inwerkingtreding van dit Protocol overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van het Protocol;
d) iedere verklaring ontvangen krachtens de bepalingen van het tweede en derde lid van artikel 7;
e) iedere verklaring ontvangen krachtens de bepalingen van het eerste lid van artikel 8;
ƒ) ieder voorbehoud gemaakt krachtens de bepalingen van het tweede lid van artikel 8;
g) de intrekking van ieder voorbehoud verricht krachtens de bepalingen van het derde lid van artikel 8;
h) iedere kennisgeving ontvangen krachtens de bepalingen van artikel 11 en de datum waarop de opzegging van kracht wordt.
Vorige artikelen
- Artikel 7 Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 8 Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 9 Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 10 Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 11 Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken