Art. 4 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken, Rogatoire commissies
Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
1. De aangezochte Partij licht de verzoekende Partij, indien zij daarom uitdrukkelijk vraagt, in aangaande de datum waarop en de plaats waar de rogatoire commissie zal worden uitgevoerd. De autoriteiten van de verzoekende Partij en de betrokkenen kunnen bij die uitvoering aanwezig zijn indien de aangezochte Partij daarin toestemt.
2. Verzoeken om de aanwezigheid van dergelijke autoriteiten of betrokkenen mag niet worden geweigerd wanneer de uitvoering van het verzoek om rechtshulp door hun aanwezigheid naar verwachting beter aansluit bij de behoeften van de verzoekende Partij en aanvullende verzoeken om rechtshulp derhalve naar verwachting vermeden kunnen worden.
Vorige artikelen
Volgende artikelen
- Artikel 5 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 6 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 7 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 8 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 9 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken