Art. 30 UVRM
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM)
Geen bepaling in deze Verklaring zal zodanig mogen worden uitgelegd, dat welke Staat, groep of persoon dan ook, daaraan enig recht kan ontlenen om iets te ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten, die vernietiging van een van de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, ten doel hebben.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 22 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:362
- Hof Amsterdam 24 april 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:1486
- Hof 's-Hertogenbosch 4 mei 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BR6037
- Hof Arnhem-Leeuwarden 11 december 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:10486
- Hof Amsterdam 14 juni 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW9321
- CRvB 1 februari 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP3315