Art. 38 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, Procedure
In beginsel zullen verzoeken om rechtshulp door de betrokken rechterlijke autoriteiten rechtstreeks tot elkaar worden gericht. Verzoeken om inlichtingen uit het strafregister ten behoeve van strafzaken kunnen rechtstreeks aan de betrokken dienst worden gevraagd. Alleen verzoeken om inlichtingen uit het strafregister ten behoeve van niet-strafrechterlijke doeleinden en verzoeken om tijdelijke terbeschikkingstelling van gedetineerden moeten van Minister van Justitie tot Minister van Justitie worden gericht.
Vorige artikelen
- Artikel 31 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 33 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 34 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 35 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 36 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden