Art. 25 Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, 1961, zoals gewijzigd door het Protocol tot wijziging van het Enkelvoudige Verdrag inzake verdovende middelen, 1961, Toezicht op bolkaf

Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, 1961, zoals gewijzigd door het Protocol tot wijziging van het Enkelvoudige Verdrag inzake verdovende middelen, 1961

1. Een Partij die de verbouw van de papaver toelaat voor andere doeleinden dan de produktie van opium, neemt alle maatregelen die nodig zijn om te verzekeren,

(a) dat uit die papaver geen opium wordt bereid;

(b) dat op de vervaardiging van verdovende middelen uit bolkaf in voldoende mate toezicht wordt uitgeoefend.

2. Partijen passen op bolkaf het stelsel van invoercertificaten en uitvoervergunningen toe als bepaald in artikel 31, leden 4 t/m 15.

3. Partijen verstrekken statistieken over de in- en uitvoer van bolkaf zoals dit voor verdovende middelen krachtens artikel 20, leden 1(d ) en 2(b ), is vereist.

Vorige artikelen

Volgende artikelen