Art. 38 Verdrag betreffende de status van staatlozen, Voorbehouden

Verdrag betreffende de status van staatlozen

1. Bij de ondertekening, bekrachtiging of toetreding mag elke Staat voorbehouden ten aanzien van artikelen van dit Verdrag maken, met uitzondering van de artikelen 1, 3, 4, 16 (1) en 33 tot en met 42.

2. Elke Verdragsluitende Staat die overeenkomstig lid 1 van dit artikel een voorbehoud maakt, kan het voorbehoud te allen tijde intrekken door middel van een daartoe strekkende mededeling aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Vorige artikelen

Volgende artikelen