Bijlage 2 Besluit kerndoelen primair en speciaal onderwijs 2026: functionele kerndoelen speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2

Besluit kerndoelen primair en speciaal onderwijs 2026

Kerndoel 1 De school stimuleert de taalcompetentie van leerlingen. Doelzin: Het gaat hierbij om: A. De school zorgt voor een rijke taal- en leesomgeving. a. aanbieden van taalactiviteiten in betekenisvolle contexten; b. aanbieden van teksten aansluitend bij de interesses of de actualiteit; c. aanbieden van kennis en vaardigheden uit het leergebied Nederlands in onderlinge samenhang; d. stimuleren van de leesmotivatie en de durf om te spreken en/of te schrijven; e. ruimte bieden aan verschillende talen en taalvariëteiten van leerlingen. B. De school stimuleert de taalontwikkeling van de leerling in alle leergebieden. a. stimuleren van betekenisvolle activiteiten waarin taalvaardigheden verworven kunnen worden; b. stimuleren van het gebruiken van rijke teksten in alle leergebieden; c. stimuleren van taalproductie en interactie in alle leergebieden. Kerndoel 2 De leerling doet ervaring op met teksten. Doelzin: Het gaat hierbij om: A. De leerling toont basaal begrip van teksten. a. actief luisteren, kijken en/of lezen, eventueel met inzet van ondersteunde communicatie; b. inzetten en uitbreiden van woordenschat en kennis van alledaagse onderwerpen; c. reageren op de inhoud van teksten; d. waarderen van teksten. B. De leerling verkent vorm en inhoud van verschillende bronnen. a. oriënteren op kenmerken van tekstsoorten; b. oriënteren op informatie die vragen oproept; c. verkennen van betrouwbaarheid en bruikbaarheid van bronnen. Kerndoel 3 De leerling werkt met teksten. Doelzin: Het gaat hierbij om: A. De leerling communiceert afgestemd op doel, publiek en context. a. begrijpen en inzetten van communicatievormen, waar nodig met behulp van communicatiemiddelen; b. hanteren van een passende aanpak; c. formuleren van teksten, passend bij het communicatieve doel, een bekend publiek en herkenbare alledaagse contexten; d. schrijven met een leesbaar handschrift of typschrift en/of verstaanbaar spreken. B. De leerling gebruikt taal op een creatieve manier. a. uitdrukking geven a