Bijlage 2 Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026: bij de Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026
Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026
Regeling financiële ondersteuning fracties. Eerste Kamer 2026 (de Regeling) De Regeling is met ingang van xx 2026 in werking getreden. De Regeling is van toepassing vanaf het verantwoordingsjaar 2026. Bij het opstellen van dit controleprotocol is rekening gehouden met de schrijfwijzer accountantsprotocollen, opgesteld door de werkgroep Controleprotocollen (de COPRO ) van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants. De COPRO bestaat uit vertegenwoordigers van openbare accountantskantoren en de Auditdienst Rijk. De doelstelling van de Regeling is dat de stichting (Ontvanger) een bijdrage (i.e. financiële middelen) ontvangt van de Eerste Kamer (Verstrekker) ter dekking van kosten of uitgaven van personele en materiële aard, met als doel het functioneren van de bij de stichting behorende fractie te bevorderen. Het bestuur van een stichting dient voor 1 juli van elk kalenderjaar bij het College van Voorzitter en ondervoorzitters (i.e. de Stafdienst Financieel-Economische Zaken van de Eerste Kamer) een door het bestuur van de stichting ondertekende verantwoording in. De bij het College van Voorzitter en ondervoorzitters in te dienen verantwoording van de stichting dient (i) overeenkomstig het verantwoordingsmodel en de statuten van de betreffende stichting te zijn opgesteld, (ii) overeenkomstig dit controleprotocol door de accountant te zijn onderzocht en (iii) van een controleverklaring te zijn voorzien.1 )Zie artikel 14, eerste lid, van de Regeling. Het bestuur van de stichting dient dit controleprotocol en het verantwoordingsmodel aan de accountant ter beschikking te stellen2 )Zie artikel 14, eerste lid, van de Regeling.. Het College van Voorzitter en ondervoorzitters dient vervolgens voor 1 november van elk kalenderjaar de definitieve bijdrage van een stichting over het voorgaande jaar vast te stellen en de door het bestuur van de stichting ingediende verantwoording goed te keuren.3 )Zie artikel 15, eerste lid, van de Regeling. De doelstelling van de
- 1. Verstrekker; de Eerste Kamer, als gedefinieerd in artikel 1 van de Regeling.
- 2. Ontvanger; De stichting, als gedefinieerd in artikel 1 van de Regeling.
- 1. het bestuur van de stichting maakt jaarlijks voor 1 juli van elk kalenderjaar een verantwoording, overeenkomstig het verantwoordingsmodel en de statuten van de betreffende stichting, op over het voorgaande kalender- (tevens boek-)jaar;5 )Zie artikel 10.3 van de modelstatuten.
- 2. de accountant controleert de door het bestuur opgemaakte verantwoording, in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA), de Nederlandse controlestandaarden (in het bijzonder Standaard 805) en dit controleprotocol, en stelt een controleverklaring op;6 )Zie artikel 14, eerste lid, sub b, van de Regeling.
- 3. het bestuur van de stichting of de fractie dient, voor 1 juli van elk kalenderjaar, de verantwoording in bij hetde Stafdienst Financieel-Economische Zaken van de Eerste Kamer. Deze verantwoording dient (i) door alle bestuursleden van de stichting te zijn ondertekend, (ii) overeenkomstig het verantwoordingsmodel en de statuten van de betreffende stichting te zijn opgesteld, (iii) overeenkomstig het controleprotocol door de accountant zijn onderzocht en (iv) van een controleverklaring te zijn voorzien;7 )Zie artikel 14, eerste lid, van de Regeling.
- 4. het CVO dient, op basis van de door het bestuur van de stichting of fractie ingediende verantwoording, de controleverklaring en het advies van de Directeur Organisatie van de Eerste Kamer, voor 1 november van elk kalenderjaar de verantwoording goed te keuren en de definitieve bijdrage aan de stichting vast te stellen;8 )Zie artikel 15, eerste lid, van de Regeling.
- 5. het CVO zendt, na vaststelling van de definitieve bijdrage, de door het bestuur van de stichting of de fractie opgestelde en ondertekende verantwoording, voorzien van de goedkeurende controleverklaring, aan de Eerste Kamer.9 )Zie artikel 16, eerste lid, van de Regeling. Hierdoor worden deze stukken openbaar.10 )Zie artikel 16, tweede lid, van de Regeling.
- . kosten die geen relatie hebben met het functioneren van de bij de stichting behorende fractie of groep;
- . schuiven van personeel tussen fractie/groep en politieke partij (arbeids-, detacherings- of inhuurovereenkomst moet aanwezig zijn);
- . gezamenlijke kosten of uitgaven tussen fractie/groep en partij voornamelijk bij informatieverstrekking (website, partijblad, et cetera). Duidelijk dient te zijn dat de opgevoerde kosten of uitgaven redelijk en billijk zijn ten aanzien van het totaal en de rol als fractie of groep daarin;
- . de voorschriften gericht op het beheer en aanwenden van de egalisatiereserve;
- . het normenkader opgenomen in de toelichting bij de Regeling;
- . het in acht nemen van algemeen aanvaarde normen die in het maatschappelijk verkeer gelden (representatie, Balkenendenorm, et cetera).
- . Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal;
- . Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026(inclusief dit bijbehorende controleprotocol, het verantwoordingsmodel, de modelstatuten en de toelichting op de Regeling);
- . Wet schadeloosstelling leden Eerste Kamer;
- . Wet financiering politieke partijen;
- . Algemene wet bestuursrecht;
- . Comptabiliteitswet;
- . Burgerlijk Wetboek (o.a. Titel 6 van Boek 2 BW inzake Stichtingen);
- . Aanbestedingswet (*);
- . Alle wet- en regelgeving die van toepassing is op het werkgeverschap.
- . Kosten van de stichting zijn gemaakt in overeenstemming met artikel 4 van de Regeling en de statuten van de betreffende stichting;12 )Zie artikel 4 van de Regeling en artikel 3 van de modelstatuten.
- . Kosten van de stichting zijn besteed conform het doel van de Regeling, zijnde het functioneren van de bijbehorende fractie of groep te bevorderen;13 )Zie artikel 4, tweede lid, van de Regeling en artikel 3.1 van de modelstatuten.
- . In de verantwoording geen onkostenvergoedingen, beloningen of andere bijdragen aan individuele leden van de fractie of groep zijn opgenomen (samenloop met wet schadeloosstelling leden Eerste Kamer) (voorbeeld: reiskosten van leden van fracties en );14 )Zie artikel 4, derde lid, van de Regeling en artikel 3.2 van de modelstatuten.
- . In de verantwoording geen kosten/ bijdragen aan politieke partijen of aan activiteiten van politieke partijen opgenomen (voorbeeld: verkiezingscampagnes mogen niet bekostigd worden uit de bijdrage van de stichting);15 )Zie artikel 4, derde lid, van de Regeling en artikel 3.2 van de modelstatuten.
- . De accountant stelt vast dat de bijdrage niet besteed is aan:16 )Zie artikel 4, derde lid, van de Regeling en artikel 3.2 van de modelstatuten.
- ° betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen anders dan een stichting, of natuurlijke personen anders dan de bestuurders of medewerkers van een stichting, met uitzondering van betalingen ter vergoeding van diensten of goederen geleverd ten behoeve van de fractie of groep op basis van een gespecificeerde en marktconforme declaratie; of
- ° giften, met uitzondering van giften mogelijk in het kader van de Regeling.
- . De accountant stelt vast dat de bepalingen inzake de egalisatiereserve zijn nageleefd:17 )Zie artikel 6 van de Regeling en artikel 9 van de modelstatuten.
- ° de reserve wordt aangehouden in de vorm van vrij opneembare tegoeden bij een door De Nederlandsche Bank N.V. erkende bancaire of financiële instelling. De financiële middelen moeten direct inzetbaar zijn en mogen dus niet meerjarig vastzitten in bijvoorbeeld obligaties; en
- ° de hoogte van de egalisatiereserve lager of gelijk is aan 75% van het jaarlijkse basisbedrag van een fractie;
- . De accountant stelt vast dat ingeval sprake is van een aanbestedende dienst, de bepalingen van de aanbestedingswet 2012 zijn nageleefd;
- . Bepalingen ingeval van splitsing, samenvoeging, afscheiding, op houden te bestaan als gevolg van verkiezingen, zijn nageleefd;18 )Zie o.a. de artikelen 1 en 8 tot en met 13 van de Regeling.
- . De accountant stelt de juistheid en volledigheid vast van de in de verantwoording opgenomen giften;
- . De accountant stelt de juistheid en volledigheid vast van de in de verantwoording opgenomen schulden per balansdatum van het verantwoordingsjaar.
- . Van fouten in de verantwoording is sprake indien naar aanleiding van de uitgevoerde controle is gebleken dat de verantwoording onjuistheden bevat omdat deze niet voldoen aan de normen van het in de Regeling bedoelde referentiekader. Fouten worden in absolute zin opgevat. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.
- . Van een onzekerheid in de controle is sprake als er onvoldoende (controle-)informatie beschikbaar is om posten in de verantwoording als goed of fout aan te merken. Kortom, als onzekerheid bestaat over het wel of niet voldoen aan de normen van het referentiekader.
- . is de verantwoording in alle van materieel belang zijnde aspecten opgesteld in overeenstemming met de relevante wet- en regelgeving zoals opgenomen in het referentiekader zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van het controleprotocol, bedoeld in bijlage 2 bij de Regeling (hierna: het controleprotocol); en
- . zijn de in de verantwoording verantwoorde baten en lasten over boekjaar 202[*], de balansmutaties en de mutaties in de egalisatiereserve <en de trekkingsrechten – indien van toepassing> in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het referentiekader in hoofdstuk 2 van het controleprotocol.
- 1. de balans per 31 december 202[*];
- 2. de staat van baten en lasten fractie- of groepskosten 202[*];
- 3. overzicht giften van € 4.500 of meer (berekend per schenker/gever);
- 4. overzicht schulden van € 25.000 of meer (berekend per crediteur) per 31 december 202[*]; en
- 5. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
- . het identificeren en inschatten van de risico’s;
- o. dat de verantwoording afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
- . het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de Stichting;
- . het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor het opstellen van de verantwoording, en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het Bestuur en de toelichtingen die daarover in de verantwoording staan.
- . het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de verantwoording en de daarin opgenomen toelichtingen; en
- . het evalueren of de verantwoording de onderliggende transacties en gebeurtenissen zonder materiële afwijkingen weergeeft.