Bijlage 1 Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026: bij de Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026
Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026
- 1.1. De stichting draagt de naam: Stichting ter ondersteuning Eerste Kamer [fractie].
- 1.2. Zij heeft haar zetel in de gemeente 's-Gravenhage.
- 2.1. De stichting heeft – met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 – ten doel :
- a. het in dienst nemen van personeelsleden ter ondersteuning van de [Eerste Kamerfractie] (de Fractie), zowel op het organisatorisch-, beleids- en administratief gebied. Met Eerste Kamerfractie wordt in deze statuten bedoeld een fractie als bedoeld in artikel 17 van het Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal (Reglement van Orde).
- b. het verwerven van apparatuur die noodzakelijk zijn ter ondersteuning van het functioneren van de Fractie en de onder a. genoemde personeelsleden;
- c. het vaststellen van salarissen en andere arbeidsvoorwaarden voor de onder a. genoemde personeelsleden; en voorts al hetgeen daarmee verband houdt of daaraan bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.
- 3.1. Het vermogen van de stichting wordt gevormd door:
- a. bijdragen van de Staat, waaronder de bijdrage, bedoeld in artikel 1 van de Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026 (de Regeling), welke bijdrage is bestemd ter dekking van de personele en materiële kosten van de Fractie in een kalenderjaar, met als doel het functioneren van de Fractie te bevorderen door de Fractie in staat te stellen de daarvoor naar het redelijk oordeel van het bestuur van de stichting noodzakelijke activiteiten te ontplooien, medewerkers aan te stellen en de daarmee gemoeide kosten te laten bekostigen door de stichting;
- b. hetgeen wordt verkregen door erfstellingen en legaten, met dien verstande dat erfstellingen niet anders kunnen worden aanvaard dan onder het voorrecht van boedelbeschrijving;
- c. andere baten, met dien verstande dat de stichting geen actieve handelingen zal verrichten dan wel activiteiten zal ontplooien die (mede) ten doel hebben haar vermogen te doen toenemen.
- 3.2. Het vermogen van de stichting mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:
- a. kosten waarvoor de leden van de Fractie een vergoeding (kunnen) ontvangen ingevolge de Wet schadeloosstelling leden Eerste Kamer;
- b. kosten waarvoor politieke partijen een vergoeding (kunnen) ontvangen ingevolge de Wet financiering politieke partijen;
- c. betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen anders dan een stichting, als bedoeld in artikel 1 van de Regeling, of natuurlijke personen anders dan de bestuurders of medewerkers van de stichting, met uitzondering van betalingen ter vergoeding van diensten of goederen geleverd ten behoeve van de Fractie op basis van een gespecificeerde en marktconforme declaratie; of
- d. giften, met uitzondering van giften mogelijk in het kader van de Regeling.
- 4.1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur vast te stellen aantal van ten minste drie (3) natuurlijke personen. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
- 4.2. Tot bestuurder kunnen slechts worden benoemd leden van de Fractie. Het College van Voorzitter en ondervoorzitters, bedoeld in artikel 12 , van het Reglement van Orde (het College van Voorzitter en ondervoorzitters ), kan voor iedere afzonderlijke benoeming ontheffing verlenen van deze kwaliteitseis. Deze ontheffing wordt in elk geval verleend indien de Fractie uit minder dan drie (3) leden bestaat.
- 4.3. Indien het College van Voorzitter en ondervoorzitters ontheffing verleent van de kwaliteitseis, bedoeld in artikel 4.2, dan geldt dat:
- a. als bestuurder van de stichting niet kunnen worden benoemd de echtgeno(o)t(e), geregistreerd partner en/of bloed- en aanverwant tot en met de vierde graad van een van de bestuurders. Onder echtgenoot wordt voor de toepassing van dit artikel 4.3 onder a. ook verstaan de ongehuwde persoon waarmee een bestuurder een notarieel samenlevingscontract is aangegaan, dan wel, met wie hij staat ingeschreven op hetzelfde woonadres in de Basisregistratie Personen (BRP); en
- b. een beoogd bestuurder, niet zijnde een lid van de Fractie, slechts benoemd kan worden indien hij/zij aan het College van Voorzitter en ondervoorzitters een verklaring omtrent het gedrag overlegt als bedoeld in artikel 28 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, zonder welke verklaring de beoogd bestuurder niet kan worden benoemd.
- 4.4. De bestuurders worden – met inachtneming van artikel 4.2 en, voor zover toepasselijk, artikel 4.3 – benoemd door het bestuur.
- 4.5. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan, dan wel in de plaats van de beide laatsten een secretaris-penningmeester.
- 4.6. Bestuurders worden benoemd voor de tijd van ten hoogste vier (4) jaren en treden af volgens een door het bestuur vast te stellen rooster van aftreden; een volgens het rooster aftredende bestuurder is onmiddellijk herbenoembaar. De in een tussentijdse vacature benoemde bestuurder neemt op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd.
- 4.7. Een bestuurder defungeert:
- a. door zijn overlijden;
- b. doordat hij failliet wordt verklaard, surseance van betaling aanvraagt of verzoekt om toepassing van de schuldsaneringsregeling als bedoeld in de Faillissementswet, dan wel een daaraan gelijk te stellen wettelijke regeling naar buitenlands recht die op de betreffende bestuurder van toepassing is;
- c. door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
- d. door zijn vrijwillig aftreden, al dan niet volgens het in artikel 4.6 bedoelde rooster;
- e. door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien;
- f. door zijn ontslag, verleend door het bestuur om gewichtige redenen;
- g. doordat hij geen lid meer is van de Fractie, anders dan doordat de Fractie ophoudt te bestaan; of
- h. door het niet langer voldoen aan de in artikel 4.3 onder a. gestelde kwaliteit.
- 4.8. De bestuurder van wie het ontslag, bedoeld in artikel 4.7 onder f., aan de orde is, dient voor het te nemen besluit tot ontslag gehoord te worden.
- 4.9. Een besluit tot ontslag als bedoeld in artikel 4.7 onder f. behoeft ten minste twee derden (2/3) van de uitgebrachte stemmen in een vergadering van het bestuur waarin ten minste twee derden (2/3) van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Is in een vergadering van het bestuur niet ten minste twee derden (2/3) van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een tweede(2e) vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee (2) en niet later dan vier (4) weken na de eerste(1e) vergadering, in welke tweede(2e) vergadering rechtsgeldig omtrent dit ontslag kan worden besloten met een meerderheid van ten minste twee derden (2/3) van de uitgebrachte stemmen, mits in deze vergadering ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Bij de oproeping tot de tweede(2e) vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit tot dit ontslag kan worden genomen in een vergadering waarin slechts de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd behoeft te zijn. Het bepaalde in artikel 8.4, Eerste volzin, is op een besluit tot ontslag als bedoeld in artikel 4.7 onder f. niet van toepassing.
- 4.10. In geval van ontstentenis of belet van een of meer bestuurders, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende bestuurders, met dien verstande dat indien er slechts twee (2) bestuurders in functie zijn het bestuur niet bevoegd is tot het nemen van een besluit tot ontslag als bedoeld in artikel 4.7 onder f. In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders of de enig bestuurder, berust het bestuur tijdelijk bij een of meer door het CVO – voor zover mogelijk in overleg met de Fractie – aan te wijzen personen.
- 4.11. Bestuurders melden nevenfuncties vooraf aan het bestuur. Minimaal jaarlijks worden de nevenfuncties in het bestuur besproken.
- 5.1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. De bestuurders zullen zich in hun handelen, nalaten daaronder begrepen, mede laten leiden door de van tijd tot tijd geldende Regeling.
- 5.2. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt en tot vertegenwoordiging van de stichting ter zake van deze handelingen.
- 5.3. Bestuurders ontvangen voor de door hen in die hoedanigheid voor de stichting verrichte werkzaamheden geen beloning, middellijk noch onmiddellijk. Onder beloning wordt niet verstaan:
- a. een redelijke, niet bovenmatige vergoeding voor de ten behoeve van de stichting gemaakte kosten;
- b. een niet bovenmatig vacatiegeld, met dien verstande dat bestuurders die tevens lid zijn van de Fractie, alsook bestuurders die vallen onder artikel 3 sub b van de Regeling, geen recht hebben op een vacatiegeld.
- 6.1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.
- 6.2. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan de voorzitter tezamen met de secretaris of de penningmeester dan wel, indien beide laatstbedoelde functies in één (1) persoon zijn verenigd, tezamen met de secretaris-penningmeester.
- 6.3. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van volmacht aan één (1) of meer bestuurders, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
- 7.1. Vergaderingen van het bestuur worden gehouden zo dikwijls de voorzitter of ten minste twee (2) van de overige bestuurders een vergadering bijeenroepen, doch ten minste eenmaal per jaar.
- 7.2. De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur geschiedt schriftelijk door de in artikel 7.1 bedoelde personen, dan wel namens deze door de secretaris van het bestuur op een termijn van ten minste zeven (7) dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen.
- 7.3. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden ter plaatse binnen Nederland, te bepalen door degene die de vergadering bijeenriep dan wel deed bijeenroepen. Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige bestuurders vóór het tijdstip van de vergadering schriftelijk hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten.
- 7.4. Toegang tot de vergaderingen van het bestuur hebben de bestuurders en degenen die daartoe door het bestuur zijn uitgenodigd.
- 7.5. Een bestuurder is bevoegd zich ter vergadering te doen vertegenwoordigen door een medebestuurder. De volmacht hiertoe dient schriftelijk te zijn verleend. Aan de eis van schriftelijkheid van de volmacht wordt voldaan indien de volmacht elektronisch is vastgelegd. De volmacht tot vertegenwoordiging werkt niet privatief. Een bestuurder kan slechts één (1) medebestuurder ter vergadering vertegenwoordigen.
- 7.6. Vergaderingen kunnen voorts op afstand worden gehouden met toepassing van elektronische communicatiemiddelen waaronder begrepen een conference call of een videoconferentie, mits iedere bestuurder via het elektronisch communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en kan deelnemen aan de beraadslaging.
- 7.7. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding; tot dat ogenblik wordt het voorzitterschap waargenomen door de ter vergadering aanwezige bestuurder die het langst als zodanig fungeert.
- 8.1. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergadering worden gehouden, met dien verstande dat op verzoek van een of meer bestuurders stemmingen over personen schriftelijk geschieden.
- 8.2. Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden alle besluiten van het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
- 8.3. Iedere bestuurder is bevoegd tot het uitbrengen van één (1) stem. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen. Staken de stemmen bij verkiezing van personen, dan beslist het lot. Indien bij verkiezing tussen meer dan twee (2) personen door niemand van hen een volstrekte meerderheid is verkregen, wordt herstemd tussen de twee (2) personen die het grootste aantal stemmen kregen, zo nodig na tussenstemming.
- 8.4. Tenzij in deze statuten anders wordt bepaald, kan het bestuur slechts geldige besluiten nemen in een vergadering waarin ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Is in een vergadering minder dan de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een Eerste(2e) vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee (2) en niet later dan vier (4) weken na de eerste (1e) vergadering, in welke Eerste(2e) vergadering ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders rechtsgeldig kan worden besloten omtrent de onderwerpen welke in de eerste (1e) vergadering op de agenda waren geplaatst doch waarover in die vergadering bij ontbreken van het quorum niet kon worden besloten. Bij de oproeping tot de Eerste(2e) vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen onafhankelijk van het aantal ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.
- 8.5. Het door de voorzitter van de vergadering ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
- 8.6. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden door de secretaris of door de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon notulen gehouden. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en worden ten blijke daarvan door de voorzitter en de notulist van die vergadering ondertekend.
- 8.7. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in vergadering besluiten nemen, mits alle bestuurders in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en zij allen schriftelijk hebben verklaard zich niet tegen deze wijze van besluitvorming te verzetten. Een besluit is alsdan genomen zodra de vereiste meerderheid van alle bestuurders zich schriftelijk vóór het voorstel heeft verklaard. Van een buiten vergadering genomen besluit wordt door de secretaris van het bestuur een relaas opgemaakt, dat in de eerstvolgende vergadering wordt vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de notulist van die vergadering wordt ondertekend. Het aldus vastgestelde relaas wordt tezamen met de in de eerste zin van artikel 8.7 bedoelde stukken bij de notulen gevoegd.
- 8.8. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Deze bestuurder wordt niet meegerekend bij de bepaling van het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders met betrekking tot het desbetreffende bestuursbesluit.
- 8.9. Wanneer op grond van het bepaalde in de eerste volzin van artikel 8.8 geen enkele bestuurder aan de beraadslaging en besluitvorming kan deelnemen, wordt het besluit alsnog genomen door het bestuur onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. In dat geval is de tweede volzin van artikel 8.8 niet van toepassing.
- 9.1. Het bestuur is verplicht een egalisatiereserve te vormen met inachtneming van het bepaalde in de Regeling.
- 9.2. Een uit de balans en de staat van baten en lasten van de stichting blijkend positief dan wel negatief exploitatieresultaat komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve.
- 9.3. De eventueel van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd. Eventueel verschuldigde rente wordt ten laste van de egalisatiereserve gebracht.
- 9.4. De egalisatiereserve mag niet het bedrag overschrijden zoals opgenomen in de Regeling. Bij een overschrijding als bedoeld in de vorige volzin, is de stichting het verschil verschuldigd aan de Staat.
- 9.5. De egalisatiereserve wordt aangehouden bij een te goeder naam en faam bekendstaande bancaire of financiële instelling met een vergunning van De Nederlandsche Bank N.V. en dient vrij opneembaar te zijn.
- 9.6. Het bestuur houdt een register bij waarin de namen en adressen van alle personen worden opgenomen aan wie een uitkering is gedaan die niet meer bedraagt dan vijfentwintig procent (25%) van het voor uitkering vatbare bedrag in een bepaald boekjaar, alsmede het bedrag van de uitkering en de datum waarop deze uitkering is gedaan.
- 10.1. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.
- 10.2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
- 10.3. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes (6) maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting, inclusief de toelichting daarop, te maken en op papier te stellen. Het bestuur zal, alvorens tot de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten over te gaan, deze stukken, inclusief de toelichting daarop, doen onderzoeken door een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent in de zin van artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die is aangewezen door het bestuur. Deze deskundige brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur en geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een controleverklaring. De balans en de staat van baten en lasten, inclusief de toelichting daarop, en de controleverklaring voldoen in elk geval aan het hieromtrent bepaalde in de Regeling. Bij de aanstelling van voormelde registeraccountant of accountant-administratieconsulent door het bestuur bedingt het bestuur dat de accountant aan de Auditdienst Rijk, bedoeld in artikel 1.1 van de Comptabiliteitswet 2016, alle informatie verschaft die hij verlangt en voor de uitoefening van zijn controlewerkzaamheden nodig acht.
- 10.4. Na vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten door het bestuur worden deze stukken, inclusief de toelichting daarop, door het bestuur, vergezeld van het verslag van de accountant en de controleverklaring, toegezonden aan het CVO.
- 10.5. Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven (7) jaar te bewaren.
- 11.1. Het bestuur is bevoegd reglementen, waarin nadere regels worden gegeven over het functioneren van de stichting en haar bestuur, vast te stellen, te wijzigen of op te heffen.
- 11.2. Op de vaststelling, wijziging en opheffing van reglementen is het bepaalde in artikel 12.2 en artikel 12.3, van overeenkomstige toepassing.
- 12.1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Fractie en van het College van Voorzitter en ondervoorzitters .
- 12.2. Een besluit van het bestuur tot statutenwijziging behoeft een meerderheid van twee derden (2/3) van de uitgebrachte stemmen in een vergadering van het bestuur waarin ten minste twee derden (2/3) van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Is in een vergadering van het bestuur waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is voormeld quorum niet aanwezig, dan wordt een tweede (2e) vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee (2) en niet later dan vier (4) weken na de eerste (1e) vergadering, in welke tweede (2e) vergadering rechtsgeldig kan worden besloten met een meerderheid van twee derden (2/3) van de uitgebrachte stemmen, mits in deze vergadering ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Bij de oproeping tot de tweede (2e) vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit tot statutenwijziging kan worden genomen in een vergadering waarin slechts de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd behoeft te zijn. Het bepaalde in artikel 8.4,tweede volzin, is op een besluit tot statutenwijziging niet van toepassing.
- 12.3. Bij de oproeping tot de vergadering waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee (2) weken.
- 12.4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Iedere bestuurder is bevoegd deze akte te doen verlijden.
- 12.5. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister.
- 13.1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden, met dien verstande dat in geval de Fractie ophoudt te bestaan ook het College van Voorzitter en ondervoorzitters bevoegd is tot ontbinding van de stichting te besluiten, in welk geval – in afwijking van artikel 13.3 – het College van Voorzitter en ondervoorzitters de vereffenaars van het vermogen van de stichting benoemt.
- 13.2. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in artikel 12.1, artikel 12.2 en artikel 12.3, eerste volzin en derde volzin, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de goedkeuring van de Fractie niet is vereist indien deze heeft opgehouden te bestaan.
- 13.3. Voor zover de rechter geen andere vereffenaars heeft benoemd, worden de bestuurders vereffenaars van het vermogen van de ontbonden stichting.
- 13.4. De vereffenaars doen aan het handelsregister opgaaf van de ontbinding alsmede van hun optreden als zodanig en van de gegevens over henzelf die van een bestuurder worden verlangd.
- 13.5. Het overschot na vereffening komt toe aan de Staat. In het besluit tot ontbinding wordt tevens aangewezen een bewaarder voor de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting.
- 13.6. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".
- 13.7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven (7) jaren nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan onder berusting van de in het ontbindingsbesluit aangewezen bewaarder.
- 14.1. Voor de eerste maal wordt het bestuur bij deze akte benoemd.
- 14.2. Het eerste boekjaar van de stichting eindigt op **. [Dit artikel 14 opnemen bij oprichting van de stichting. Als eerste boekjaar een kort boekjaar opnemen.]