Bijlage A Beleidsregel gegevensverstrekking kentekenregister 2026: aanvullende eisen certificaten
Beleidsregel gegevensverstrekking kentekenregister 2026
Om de toegang tot zijn applicaties en systemen te beveiligen geeft de RDW als Certification Authority (hierna: CA) digitale certificaten uit. De ontvanger heeft een dergelijk digitaal certificaat nodig om toegang te krijgen tot RDW-applicaties. Dit certificaat wordt door de RDW aangeleverd in een beveiligd bestand (PKCS#12). In dit bestand bevindt zich ook een privésleutel welke de ontvanger nodig heeft indien hij het certificaat gebruikt. De RDW kent twee soorten certificaten, namelijk: Om het certificaat te kunnen gebruiken dient de ontvanger dit certificaat en de hierbij behorende privésleutel op zijn computer te installeren. Bij die installatie heeft de ontvanger het wachtwoord nodig dat de RDW hem in een brief heeft toegezonden. Als het certificaat en de bijbehorende privésleutel worden geïnstalleerd, dient de privésleutel te worden beschermd met een door de ontvanger zelf gekozen wachtwoord. RDW Cliënt certificaten dienen te worden geïnstalleerd op de werkplek(ken) van de eindgebruikers. RDW Service certificaten dienen te worden geïnstalleerd op de server(s) die de verbinding maken met de RDW. Authenticatie dient vervolgens via een klantnummer + wachtwoord of een ander door de RDW erkend of uitgereikt authenticatiemiddel te worden geregeld. Voor het gebruik van de RDW certificaten gelden de voorwaarden die beschreven zijn in de Certification Practice Statement (hierna: CPS) en gebruikersvoorwaarden. Het CPS is te raadplegen via www.rdw.nl. Het RDW-CPS maakt integraal onderdeel uit van deze voorwaarden. Alle bepalingen hierin zijn van toepassing op de rechtsverhouding tussen de RDW en de certificaathouder. Door installatie van het certificaat verklaart de certificaathouder aan de voorwaarden voor de verkrijging ervan en aan de gebruikers-voorwaarden te (blijven) voldoen. Daarnaast verklaart de certificaathouder dat hij er kennis van heeft genomen dat er jaarlijks kosten verschuldigd zijn voor het in stand houden van een beveiligde verbinding in de datacommunica
- 1. RDW Cliënt certificaten ten behoeve van de authenticatie van (rechts)personen
- 2. RDW Service certificaten ten behoeve van het opzetten van een beveiligde verbinding.
- 2.1. De houder van een certificaat heeft de verplichting tot het zorgdragen voor een adequate bescherming/beveiliging van: Indien het certificaat door derden wordt geïnstalleerd, dienen het installatiewachtwoord en het gekozen wachtwoord voldoende te worden beschermd. Zie ook artikel 20 uit deze regeling.
- − het bestand met het certificaat en privésleutel;
- − de brief met het wachtwoord ten behoeve van de installatie van certificaat en privésleutel;
- − de privésleutel en het door de aanvrager zelf gekozen wachtwoord waarmee de privésleutel is beveiligd.
- 2.2. In geval van verlies/diefstal van het toegezonden medium of brief met wachtwoord ten behoeve van de installatie van het certificaat en de privésleutel, of in geval van verlies van de privésleutel of van het wachtwoord waarmee de privésleutel is beveiligd, dient de aanvrager onmiddellijk de RDW hiervan op de hoogte te stellen via tel. 088008 7477. De CA zal het telefonische verzoek verifiëren door de certificaathouder terug te bellen op het bij de CA bekende telefoonnummer.
- 2.3. In geval van verandering ten aanzien van de technische inhoud van een certificaat dient de RDW hiervan onverwijld op de hoogte te worden gesteld. Voor meer gegevens: zie de desbetreffende paragraaf 2.1.4. van het RDW-CPS.
- 2.4. De uitgegeven certificaten binnen de RDW PKI zijn uitsluitend bedoeld voor identificatie en authenticatie van de eindentiteit ten behoeve van toegang tot RDW-applicaties, het raadplegen en wijzigen van registers die door de RDW bij of krachtens wettelijke taak worden beheerd en waarvoor de RDW verantwoordelijk is, en het beveiligen van gegevensuitwisseling tussen eindentiteiten en de RDW. De RDW is niet aansprakelijk voor schade, direct of indirect voortvloeiend uit het gebruik van een RDW-certificaat wanneer het gebruik niet strookt met de doeleinden waarvoor het certificaat wordt uitgegeven.