Art. VI Wet versterking regie volkshuisvesting

Wet versterking regie volkshuisvesting

Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zendt, in overeenstemming met Onze Ministers die het aangaat, binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan beide kamers der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de doorlooptijd van vergunningsverleningen en de ontwikkelingen van de woningbouwproductie en de woningvoorraad, waaronder de netto-ontwikkeling van het aandeel sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen en betaalbare koopwoningen in de woningvoorraad.