Art. 2 Mandaat Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten, Mandaat Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten

Mandaat Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten

1. Onze Minister verleent mandaat aan de directeur-generaal Migratie voor het:

a. Verstrekken van een specifieke uitkering op grond van artikel 2 of artikel 7 van de Regeling;

b. Beschikbaar stellen van een formulier, op grond van artikel 2 van de Regeling;

c. Het geheel of gedeeltelijk afwijzen van een aanvraag, op grond van artikel 3 van de Regeling, evenals het toekennen van een aanvraag;

d. Het op grond van artikel 7 van de Regeling beëindigen van de periode waarvoor specifieke uitkering is verstrekt;

e. Het verstrekken van een voorschot op grond van artikel 9 van de Regeling; en

f. Het vaststellen, waaronder mede wordt begrepen het lager vaststellen, van een specifieke uitkering, evenals het terugvorderen van verstrekte middelen, op grond van artikel 11 van de Regeling;

2. Onze Minister verleent aan de directeur-generaal Migratie eveneens mandaat voor:

a. Het behandelen van bezwaar of beroep ten aanzien van een besluit genomen op grond van de Regeling;

b. Het behandelen van een verzoek op grond van de Woo ten aanzien van de uitoefening van een in het eerste lid genoemde bevoegdheid;

c. Het behandelen van bezwaarschiften die zijn gericht tegen een krachtens het mandaat genomen besluit ter uitoefening van een in het eerste lid genoemde bevoegdheid;

d. het verrichten van feitelijke handelingen die direct samenhangen met de uitoefening van de bevoegdheden genoemd in het eerste lid en in het tweede lid, onder a, b en c.

3. Er kan ondermandaat worden verleend.