Bijlage I Handhavingsbeleid van de ATKM: – Reikwijdte bevoegdheden uitvaardigen (verwijderings)bevel
Op grond van artikel 6, eerste lid, van de Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal kan de ATKM een aanbieder van hostingdiensten die online kinderpornografisch materiaal heeft opgeslagen een bevel geven alle redelijkerwijs te nemen maatregelen te treffen om dit materiaal ontoegankelijk te maken. Volgens het tweede lid van artikel 6, tweede lid, van de Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal kan de ATKM, indien het bevel niet kan worden gericht tot een aanbieder van hostingdiensten, het bevel richten tot een aanbieder van een communicatiedienst. De ATKM is ten aanzien van online kinderpornografisch materiaal bevoegd een bevel uit te vaardigen ten aanzien van aanbieders van hostingdiensten en communicatiediensten die: Op grond van artikel 3, eerste lid, van de TCO-Verordening heeft de ATKM de bevoegdheid om een verwijderingsbevel uit te vaardigen op grond waarvan aanbieders van hostingdiensten terroristische inhoud moeten verwijderen of de toegang daartoe in alle lidstaten moeten blokkeren. De ATKM is ten aanzien van online terroristische inhoud bevoegd een verwijderingsbevel uit te vaardigen ten aanzien van aanbieders van hostingdiensten die:
- – Juridisch gevestigd zijn in Nederland of in Nederland een bepaalde fysieke aanwezigheid hebben (zoals bv. een serverruimte of nevenvestiging) en/of
- – In Nederland online kinderpornografisch materiaal hebben opgeslagen of in het buitenland online kinderpornografisch materiaal hebben opgeslagen dat in Nederland te bereiken is.
- – Een of meer Europese lidstaten in staat stelt gebruik te maken van zijn diensten en een ‘wezenlijke band’ heeft met die lidstaat of lidstaten.
- – Een ‘wezenlijke band’ 17Zie artikel 2, vierde en vijde lid, van de TCO-Verordening. bestaat wanneer de aanbieder van hostingdiensten een vestiging heeft in de Europese Unie, wanneer zijn diensten gebruikt worden door een aanzienlijk aantal gebruikers in één of meer lidstaten, of wanneer zijn activiteiten op een of meer lidstaten zijn gericht.18Of de activiteiten op een of meer lidstaten gericht zijn, moet worden bepaald aan de hand van alle relevante omstandigheden, waaronder factoren zoals het gebruik van een taal of een munteenheid die in de betrokken lidstaat gangbaar is, of de mogelijkheid goederen of diensten vanuit die lidstaat te bestellen. Ook kan de beschikbaarheid van een applicatie in de nationale appstore, het maken van lokale reclame of reclame in een taal die in de betrokken lidstaat gangbaar is en de taal van de klantenservice een indicatie zijn of de activiteiten gericht zijn op een lidstaat. Zie ook overwegingen 15 en 16 van de TCO-Verordening.