Art. 12 Beleidsregel aanwijzing inspectie-instellingen Wtta, Schorsen en intrekken van de aanwijzing

Beleidsregel aanwijzing inspectie-instellingen Wtta

1. Bij de besluitvorming om al dan niet over te gaan tot schorsing of intrekking van de aanwijzing worden in ieder geval de volgende belangen afgewogen:

a. belang bij deskundige en integere controles; en

b. evenredigheid van het middel.

2. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid houdt rekening met de volgende factoren:

a. de aard, ernst en duur van de tekortkoming;

b. de opzettelijke of nalatige aard van de tekortkoming;

c. de door de inspectie-instelling genomen maatregelen om de tekortkoming te herstellen;

d. eerdere relevante tekortkomingen door de inspectie-instelling;

e. de wijze waarop de Minister kennis heeft gekregen van de tekortkoming, met name of, en zo ja, in hoeverre, de inspectie-instelling de tekortkoming heeft gemeld aan de Minister; en

f. de mate waarin de inspectie-instelling de Minister in staat stelt zich een goed beeld te vormen van de kwaliteit van uitgevoerde inspecties, onder andere door mee te werken aan informatieverzoeken en meeloopinspecties.