Art. 3 Subsidieregeling co-creatielabs NAPL, Te subsidiëren activiteiten

Subsidieregeling co-creatielabs NAPL

1. De minister kan aan een penvoerder als bedoeld in artikel 5 subsidie verstrekken voor:

a. het inrichten van een co-creatielab waarin leerarrangementen worden ontwikkeld, getest en geëvalueerd en waarin bestaande leerarrangementen op de in bijlage 3 genoemde kwaliteitscriteria worden getoetst, waarbij de activiteiten in het co-creatielab betrekking hebben op de in bijlage 2 opgenomen ontwikkelpaden en de sectoren voor zover relevant naar aanleiding van de vraagarticulatie en aanbodanalyse; en

b. het voor eenieder kosteloos toegankelijk maken van ontwikkelde en getoetste leerarrangementen als bedoeld in onderdeel a en de overige kennis die door uitvoering van de in onderdeel a bedoelde activiteiten is opgedaan:

1°. via een digitaal platform; en

2°. binnen het educatief consortium en met andere educatieve consortia door middel van deelname aan minimaal drie door de Realisatie-Eenheid te organiseren bijeenkomsten; en

c. het verrichten van onderzoek dat bijdraagt aan kennisdeling als bedoeld onder b, en dat aansluit bij een landelijk onderzoek naar het functioneren van co-creatielabs.

2. Het co-creatielab bestaat in ieder geval uit:

1°. één of meer leraren; en

2°. één of meer lerarenopleidingen; en

3°. één of meerdere werkgevers, die kunnen bestaan uit schoolbesturen, schoolleiders en personen die op de desbetreffende vestiging van een mbo-instelling als directeur werkzaam zijn, voor zover dit blijkt uit de vraagarticulatie en de aanbodanalyse; en

4°. eventueel één of meer private opleiders.

3. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:

a. het verrichten van vraagarticulatie en aanbodanalyse voorafgaand aan de aanvraag;

b. het verrichten van activiteiten waarvoor de minister reeds uit anderen hoofde subsidie heeft verstrekt;

c. het verrichten van activiteiten die reeds worden bekostigd uit de rijksbijdrage voor scholen of hogeronderwijsinstellingen; en

d. de deelname van leraren aan professionaliseringstrajecten.