Art. 9.37 Systeemcode elektriciteit 2026, Voorwaarden met betrekking tot de spannings- en blindvermogenshuishouding

Systeemcode elektriciteit 2026

1. De systeembeheerder bepaalt voor de automatische spanningsregeling van de elektriciteitsproductie-eenheid als bedoeld in artikel 3.13, vijfde lid, de instelling van de helling, de referentiewaarde en de helling van de overgang tussen twee referentiewaarden.

2. Indien een elektriciteitsproductie-eenheid niet bijdraagt aan de blindvermogenshuishouding in de normale toestand, moet de referentiewaarde binnen 15 minuten na constatering van een afwijking naar een uitwisseling van 0 Mvar worden teruggebracht, tenzij anders is overeengekomen.

3. De transmissie- of distributiesysteembeheerder past bij de verwerving van blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand de inkoopprocedure toe die is opgenomen in bijlage 8.

4. De transmissie- of distributiesysteembeheerder contracteert voor het inkopen van blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand uitsluitend aangeslotenen op het door hem beheerde systeem of een daarop aangesloten gesloten systeem.

5. De transmissiesysteembeheerder kan, bij behoefte aan blindvermogen voor stationaire spanningsregeling dat geleverd kan worden door een aangeslotene op het distributiesysteem, de distributiesysteembeheerder verzoeken de desbetreffende aangeslotene voor hem te contracteren. De distributiesysteembeheerder heeft het recht dit verzoek af te wijzen.