Bijlage 2 Transportcode gas TSB: vaststellen omvang technische entry- en exitcapaciteit en overboekcapaciteit

Transportcode gas TSB

In deze Bijlage 2 wordt vastgelegd op welke wijze de transmissiesysteembeheerder de omvang van de technische capaciteit en de overboekcapaciteit op entry- en exitpunten bepaalt. B2.2.1 Prognoses vraag en aanbod Bij het inschatten van vraag en aanbod per gasjaar wordt gebruikt gemaakt van verwachtingen ten aanzien van de capaciteit op elk entry- of exitpunt. Deze verwachtingen zijn gebaseerd op reeds gecontracteerde capaciteit per entry- en exitpunt, aangevuld met onderbouwde schattingen op basis van gegevens van bijvoorbeeld producenten, distributiesysteembeheerders, LNG-beheerders en gasopslagsysteembeheerders. De aanleiding om van het transmissiesysteem aan te passen is meestal terug te voeren tot veranderingen in de capaciteitsprognoses op entry- en exitpunten. De wijze waarop de transmissiesysteembeheerder tot zijn prognoses komt, wordt gepubliceerd op de website van de transmissiesysteembeheerder. B2.2.2 Planningsuitgangspunten Planningsuitgangspunten zijn gekwalificeerde keuzes ten aanzien van de technische hoedanigheden van het transmissiesysteem of onderdelen daarvan, de fysische hoedanigheden van het te transporteren gas en verwachtingen over het capaciteitgebruik op een entry- en/of exitpunt en/of combinaties van entry- en exitpunten. Ten aanzien van de technische hoedanigheden gaat het om eigenschappen van het netwerk of installaties in het netwerk of van componenten van installaties. Voorbeelden daarvan zijn maximale gasdruk of gassnelheid die volgen uit veiligheidseisen, werkgebieden van installaties of componenten van installaties, reserve stelling van installaties of componenten van installaties en afspraken met afnemers over de condities waarop het gas wordt afgeleverd. Bij fysische hoedanigheden van het gas gaat het onder andere om calorische bovenwaarde, Wobbe index, druk, dichtheid en samenstelling van het gas, waaronder zowel wenselijke als onwenselijke componenten. Het verwachte capaciteitsgebruik op een entry- of exitpunt kan in principe variër