Art. 15 Tijdelijke subsidieregeling Maritiem Masterplan 2026, Afwijzingsgronden
Tijdelijke subsidieregeling Maritiem Masterplan 2026
Onverminderd de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit wordt een subsidieaanvraag afgewezen indien:
a. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
b. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. de werkzaamheden aan het project reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend;
d. er een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Commissie waarbij door dezelfde lidstaat toegekende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard;
e. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
f. het aantal bij rangschikking toegekende punten in totaal minder is dan 70;
g. het aantal bij rangschikking toegekende punten aan een van de criteria genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdelen a tot en met d, minder is dan 10;
h. het aantal bij rangschikking toegekende punten aan een van de subonderdelen genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdeel e, minder is dan 5;
i. de subsidiabele kosten minder dan € 500.000,– per O&D-project bedragen; of
j. al subsidie is verstrekt voor hetzelfde project op grond van de Tijdelijke subsidieregeling Maritiem Masterplan.