Bijlage 2 Besluit mandaat, volmacht en machtiging KGG 2025
Besluit mandaat, volmacht en machtiging KGG 2025
- 1. Het directoraat-generaal Realisatie Groene Groei staat onder leiding van een directeur-generaal.
- 2. Het directoraat-generaal Realisatie Groene Groei heeft de volgende kerntaken:
- a. het zorg dragen voor de realisatie van tijdige en passende infrastructuur voor opwek, opslag en transport voor energiedragers en grondstoffen, daaronder tevens begrepen het project Delta Rijn Corridor;
- b. het ontwikkelen van beleid voor windenergie op zee alsook de daadwerkelijke uitrol ervan;
- c. het ontwikkelen van kaderstelling en beleid voor de verduurzaming van de industrie en de opbouw van nieuwe, groene industrie;
- d. het zorg dragen voor beleid voor het duurzaam, veilig en verantwoord gebruik van de diepe ondergrond;
- e. het zorg dragen voor een programmatische integrale aanpak van congestie problematiek op het elektriciteitsnetwerk;
- f. het opdrachtgeverschap van de Wetenschappelijke Klimaatraad en de Raad voor Energie in de zin van vragen van advies en het in voorkomend geval wijzigen van het werkprogramma op grond van artikel 26, vierde lid, van de Kaderwet adviescolleges.
- 3. Het directoraat-generaal Realisatie Groene Groei bestaat uit:
- a. de directie Transitie Diepe Ondergrond;
- b. de directie Verduurzaming Industrie;
- c. de directie Realisatie Energietransitie;
- d. het programma Aanpak Netcongestie (binnen directie Realisatie Energietransitie);
- e. het project Delta Rijn Corridor (binnen directie Realisatie Energietransitie).
- 1. De directie Transitie Diepe Ondergrond staat onder leiding van een directeur.
- 2. De directie Transitie Diepe Ondergrond heeft de volgende kerntaken:
- a. de verantwoordelijkheid voor een duurzaam, veilig en verantwoord gebruik van de diepe ondergrond in Nederland (land en Noordzee) met oog voor de maatschappelijk impact daarvan boven de grond;
- b. het zorgvuldig definitief afsluiten van het Groningenveld zowel fysiek als financieel;
- c. het bouwen aan vertrouwen in de overheid (met specifieke aandacht voor mijnbouwactiviteiten);
- d. het zorgen voor een veilige en verantwoorde transitie van fossiele winning naar een andere benutting van de potentie van de ondergrond;
- e. het moderniseren van de Mijnbouwwet en op onderdelen fundamenteel herzien;
- f. het werken aan het programma ‘Duurzaam gebruik diepe ondergrond’, waarin beschreven wordt waar nieuwe mijnbouwactiviteiten wel, niet of alleen onder specifieke voorwaarden kunnen plaatsvinden;
- g. het samen met de sector werken aan een sectorakkoord voor de transitie van de gaswinning op land en zee;
- h. het uitvoering geven aan een aantal maatregelen uit PEGA, waaronder een programma dat zich richt op kennisvergaring over de diepe ondergrond en effecten van mijnbouwactiviteiten;
- i. de verantwoordelijkheid voor de coördinatie en uitvoering van gebiedsprocessen en vergunningverlening (onshore en offshore) in het kader van de Mijnbouwwet en de Omgevingswet op het gebied van gas- en oliewinning, geothermie, zoutwinning, ondergrondse energieopslag (waaronder waterstof) en CCS.
- 1. De directie Verduurzaming Industrie staat onder leiding van een directeur.
- 2. De directie Verduurzaming Industrie heeft de volgende kerntaken:
- a. het ontwikkelen van beleid voor de verduurzaming van de industrie en het MKB, het versnellen van de ombouw van bestaande industrie naar klimaatneutraal en de opbouw van nieuwe, groene industrie;
- b. het vormen van een strategie voor de ontwikkeling en verduurzaming van de industrie;
- c. het ondersteunen van Het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie;
- d. het ontwikkelen en actualiseren van de Routekaart Verduurzaming Industrie;
- e. het uitvoering geven aan maatwerkafspraken met de grote industriële uitstoters om sneller minder CO2 uit te stoten en bij te dragen aan een gezonde en veilige leefomgeving, en deze aanpak verbreden naar de grote industriële stikstof-uitstoters;
- f. het werken aan het samenhangend instrumentenpakket waarmee de industrie zijn verduurzamingsopgave kan uitvoeren, zoals instrumenten voor energie- en procesefficiëntie, elektrificatie, waterstof, CO2 afvang en -opslag en de opbouw van nieuwe groeimarkten zoals hernieuwbare chemie waaronder recycling en Carbon Capture en Utilisation (CCU);
- g. het werken aan de uitbreiding van infrastructuur voor elektriciteit en aanleg van nieuwe infrastructuur voor andere dragers van de vergroening van de industrie, zoals waterstof;
- h. het zijn van gesprekspartner voor de basisindustrie, zowel op bedrijfsniveau als op het niveau van de clusters.
- 1. De directie Realisatie Energietransitie staat onder leiding van een directeur.
- 2. De directie Realisatie Energietransitie heeft de volgende kerntaken:
- a. het namens de minister als bevoegd gezag zorg dragen voor ruimtelijke inpassing van energieprojecten van nationaal belang, door toepassing van de projectprocedure (voorheen de Rijkscoördinatieregeling) of de overdracht van de bevoegdheid aan gemeenten of provincies, en het hierover gebiedsgericht bestuurlijke afspraken maken met de medeoverheden en het zorgen voor goede afstemming in de keten in lijn met beleid;
- b. het voorbereiden van standpunten van het rijk met betrekking tot nut en noodzaak via bijvoorbeeld maatschappelijke kosten-batenanalyses (MKBA’s) en het doen van voorstellen aan de rijkspartners om projecten te realiseren;
- c. het als opdrachtgever van het programma Opwek van energie op Rijksvastgoed (OER) zorgen dat de realisatie van de energietransitie voor maximale benutting van rijksgrond tot stand komt;
- d. het zorg dragen voor ontwikkeling van het afwegingskader voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) in afstemming met betrokken sectoren en beleid DG’s binnen de Rijksoverheid, en het toetsen van te realiseren projecten aan het afwegingskader;
- e. het zorg dragen voor de regulering van wind op zee middels de Wet windenergie op zee, de coördinatie van de vergunningverlening voor wind op zee (kavelbesluiten en tenders) en de energiecomponent van de ruimtelijke ordening op de Noordzee;
- f. het zorg dragen voor het beleid voor de inpassing van windenergie in het (internationale) energiesysteem op zee en de onderlinge verbindingen;
- g. het zorg dragen voor de versnelling van de realisatie van energie-infrastructuur voor sectoren;
- h. het zorg dragen voor de werking en verbreding van het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK), en vanuit de rijksrol en met aandacht voor snelheid en integraliteit zorgen dat de aansturing en besluitvorming van infraprojecten van nationaal belang plaatsvindt;
- i. het zorg dragen voor de versterking van de relatie beleid-uitvoering door ervaringen uit de uitvoering terug te koppelen naar beleid en voorstellen voor besluitvorming over infraprojecten voor te leggen, waar een beleidsmatige, financiële of juridische component aan is verbonden.
- 1. Het programma Aanpak Netcongestie staat onder leiding van een programmadirecteur.
- 2. Het programma Aanpak Netcongestie heeft tot taak:
- a. het zorg dragen voor de aanpak van het nationale programma netcongestie;
- b. het sturen op de voortgang van het Landelijk Actieprogramma Netcongestie;
- c. het strategisch vooruitdenken welke ontwikkelingen netcongestie met zich mee kan brengen.
- 1. Het project Delta Rijn Corridor staat onder leiding van een projectdirecteur.
- 2. Het project heeft tot taak het sturen op de totstandkoming van de aanleg en exploitatie van ondergrondse buisleidingen tussen Rotterdam en de Duitse grens bij Venlo, via de industrie in Moerdijk en met aansluiting van Chemelot.
- 1. Het directoraat-generaal Klimaat en Energie staat onder leiding van een directeur-generaal.
- 2. Het directoraat-generaal Klimaat en Energie heeft de volgende kerntaken:
- a. het ontwikkelen en implementeren van beleid ten aanzien van het tegengaan van klimaatverandering in internationaal en nationaal verband en het werken aan een klimaatneutrale samenleving;
- b. het ontwikkelen en implementeren van de langetermijnstrategie voor de energietransitie en het energiesysteem;
- c. het realiseren van een goed functionerend energiesysteem in de transitie van fossiel naar duurzaam door middel van ordening en regulering van de energiemarkten;
- d. het vergroten van het aandeel kernenergie in de energiemix van Nederland.
- 3. Het directoraat-generaal Klimaat en Energie bestaat uit:
- a. de directie Strategie Energiesysteem;
- b. de directie Energiemarkt;
- c. de directie Klimaat;
- d. de directie Kernenergie;
- e. de projectorganisatie Nucleaire Energie Organisatie Nederland (NEO NL);
- f. het cluster Algemene Zaken.
- 1. De directie Strategie Energiesysteem staat onder leiding van een directeur.
- 2. De directie Strategie Energiesysteem heeft de volgende kerntaken:
- a. het uitwerken van een lange termijnstrategie voor de energietransitie en het energiesysteem;
- b. het opstellen van een cyclus van 5 jaar voor een Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) (met tussentijds eventueel updates) en het zijn van opdrachtgever voor (bijbehorende) verkenningen en onderzoek;
- c. het vertalen van de strategie en toekomstvisie naar systeemkeuzes in het heden en geeft hiermee vanuit portfoliomanagement richting aan het energiebeleid van het Ministerie van KGG;
- d. het zorgen voor een strategische blik op de ruimtelijke inpassing via het Programma Energie Hoofdstructuur (PEH) en bijbehorende uitwerking daarvan;
- e. het verantwoordelijk zijn voor de bestedingsplannen voor de energie-infrastructuur en vroege fase opschaling;
- f. het vormgeven en uitvoering geven aan de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++), om de energietransitie breed en effectief te ondersteunen;
- g. het verzorgen van financiering van energie-infrastructuur en het desgewenst opstellen van integrale investeringsvoorstellen voor beschikbare middelen;
- h. het opstellen van beleid rondom energie-innovatie, waaronder de subsidieregelingen en het opdrachtgeverschap van de topsector Energie;
- i. het verantwoordelijk zijn voor een visie op de ontwikkeling van de decentrale kant van het energiesysteem en onderwerpen op het gebied van energie en samenleving, inclusief beleid rond fysieke veiligheidsrisico’s in de energietransitie;
- j. de monitoring en evaluatie van de ontwikkeling van het energiesysteem en de ontwikkeling en benutting van de daarvoor benodigde kennis, informatie en data.
- 1. De directie Energiemarkt staat onder leiding van een directeur.
- 2. De directie Energiemarkt heeft de volgende kerntaken:
- a. het zorg dragen voor goed werkende energiemarkten en bijbehorende wetgeving voor de energiedragers warmte, gas, elektriciteit en waterstof, inclusief de ordening en regulering van de energie infrastructuur van de verschillende markten;
- b. het bevorderen van energiebesparing en efficiëntie van energie, inclusief de bijdrage aan het internationale oliecrisisbeleid, het consumentenbeleid en Caribisch Nederland;
- c. het zorg dragen voor het energiebesparingsbeleid;
- d. het zorg dragen voor het opschalen en stimuleren van CO2-neutrale energieproductie;
- e. het zorgen dat de doelen voor 2030 uit het Klimaatakkoord voor de elektriciteitssector worden gerealiseerd;
- f. het zorg dragen voor het beleid rondom de energierekening, waaronder de energiebelasting in nauwe samenwerking met het Ministerie van Financiën;
- g. het zorg dragen voor de inbreng in en onderhandelingen over het energiebeleid in internationaal verband, in de Europese Unie en in het Pentalaterale Forum; daartoe zet de directie onder meer de Energiegezant in;
- h. het borgen van security-beleid, bestaand uit: crisisbeheersing, cybersecurity en economische veiligheid ten aanzien van voorzieningszekerheid en leveringszekerheid van energie.
- 1. De directie Klimaat staat onder leiding van een directeur.
- 2. De directie Klimaat heeft de volgende kerntaken:
- a. het op mondiaal niveau werken aan de uitvoering van de klimaatafspraken van het Klimaatakkoord van Parijs om de wereldwijde stijging van de temperatuur te verlagen richting 1,5 graden;
- b. de inzet om in Europa per 2050 klimaatneutraliteit te bereiken met als tussenstap in 2030 ten minste 55% CO2-reductie; de directie coördineert daarbij de nationale inbreng in de ontwikkeling van het Europese en mondiale klimaatbeleid;
- c. het op nationaal niveau, samen met de verantwoordelijke vakdepartementen, werken aan de realisatie van de doelen uit de Klimaatwet: klimaatneutraliteit in 2050 en ten minste 55% CO2-reductie in 2030;
- d. het zorg dragen voor de rapportages binnen de cyclus van de Klimaatwet (klimaatnota, klimaatplan en monitoring) en ook voor de ‘governance’ via de vakdepartementen en de uitvoeringsoverleggen;
- e. het coördineren van het Nederlandse klimaat(mitigatie)beleid; dit geldt zowel richting de diverse sectoren in het klimaatbeleid, als voor generieke dwarsdoorsnijdende thema’s, zoals de rol van de financiële sector, een eerlijke en inclusieve transitie en draagvlak/communicatie;
- f. het coördineren van de inbreng van het Ministerie van KGG op het stikstof-dossier in samenhang met de uitvoering van het klimaatbeleid en passend bij de integrale aanpak die is benoemd in het coalitieakkoord van het kabinet;
- g. het zorg dragen voor de investeringsagenda rond de klimaattransitie zoals de regie en het beheer van het Klimaatfonds (voor zaken zoals instellingswet, kaders, beslissing over vrijgeven geld in combinatie met beleid, monitoring) en andere publieke en private financieringsbronnen; de verantwoordelijkheid voor bestedingsplannen voor de sectoren ligt bij de verantwoordelijke beleidsdepartementen of beleidsdirecties;
- h. het zorg dragen voor overleg met de nationale financiële sector, alsmede het volgen van Europese en internationale ontwikkelingen rond classificaties van investeringen en het meten van CO2 impact door financiële instellingen, en het zetten van doelen hieromtrent, in nauwe samenwerking met het Ministerie van Financiën;
- i. het zorg dragen voor de kennis- en strategiefunctie voor het nationale en internationale klimaatbeleid, waaronder ook de accountverantwoordelijkheid voor PBL (w.o. Klimaat- en Energieverkenning), RIVM (Emissieregistratie), IPCC (national focal point NL); hierbij wordt intensief geschakeld met de directie Strategie Energiesysteem vanwege de samenhang tussen Klimaat en Energie.
- 1. De directie Kernenergie staat onder leiding van een directeur.
- 2. De directie Kernenergie heeft de volgende kerntaken:
- a. het onderzoeken van het veilig en doelmatig verlengen van de levensduur van de kerncentrale in Borssele; onderdeel hiervan is het wijzigen van de Kernenergiewet;
- b. het voorbereiden van de bouw van vier nieuwe kerncentrales, in de vorm van:
- 1°. het bepalen van een (voorkeurs)locatie voor de eerste twee nieuwe kerncentrales en het voorbereiden van politiek-bestuurlijke keuzes rondom de technologieselectie;
- 2°. het opstellen van een milieueffectrapportage;
- 3°. het uitwerken van een financieringsconstructie voor de bouw van de eerste twee nieuwe kerncentrales, in samenspraak met commerciële partijen;
- 4°. het laten uitvoeren van de benodigde (haalbaarheids)studies voor de eerste twee nieuwe kerncentrales door relevante commerciële partijen en hier middelen voor beschikbaar stellen;
- 5°. het uitwerken van een organisatiestructuur voor het uitvoeren van de overheidsrol bij de aanbesteding, bouw en exploitatie van de nieuwe kerncentrales;
- 6°. het in kaart brengen van de benodigde extra te zetten stappen voor de realisatie van een derde en vierde kerncentrale;
- c. het creëren van randvoorwaardelijk beleid voor de ontwikkeling van kernenergie in Nederland, in de vorm van:
- 1°. het versterken van de nucleaire kennisinfrastructuur;
- 2°. het versterken van de Europese en internationale samenwerking en kennisuitwisseling;
- 3°. het versterken van de Nederlandse en Europese waardeketen en brandstofcyclus;
- d. het versnellen van de ontwikkeling van Small Modular Reactors (SMR’s) door te ondersteunen bij de overgangsfase van ontwerp naar realisatie.
- e. het zorg dragen voor voldoende uitvoeringscapaciteit bij het Rijk en decentrale overheden.
- 1. De projectorganisatie NEO NL staat onder leiding van een kwartiermaker.
- 2. De projectorganisatie NEO NL heeft als kerntaak het bouwen van een uitvoeringsorganisatie voor de contractering, bouw en exploitatie van nieuwe kerncentrales.
- 1. Het stafbureau Algemene Zaken staat onder leiding van een manager.
- 2. Het stafbureau Algemene Zaken heeft de volgende kerntaken en voert deze uit voor zowel KGG als geheel als voor de twee DG-organisaties:
- a. de bestuurlijke ondersteuning van beide DG’s waaronder het directiesecretariaat van de DG’s en KGG als geheel;
- b. de voorbereiding en coördinatie van de begrotingscyclus en overige financiële processen;
- c. het initiëren en coördineren van de doelenboom en de jaarplancyclus;
- d. de coördinatie van de opdracht aan RVO;
- e. de debatcoördinatie en overige taken op het gebied van het parlementaire proces;
- f. de coördinatie en ondersteuning van de Woo-verzoeken binnen KGG;
- g. initiatieven op het gebied van een transparante informatiehuishouding en (actieve) openbaarheid binnen KGG;
- h. het initiëren, coördineren en ondersteunen van processen en initiatieven op het gebied van personeel en organisatie in den brede;
- i. het zorg dragen voor een zorgvuldige interne communicatie en het organiseren van evenementen.
- 1. De directie Financieel-Economische Zaken staat onder leiding van twee directeuren.
- 2. De directie Financieel-Economische Zaken heeft de volgende kerntaken:
- a. het als concerncontroller toezicht houden op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige inzet van publieke middelen;
- b. de tijdige, juiste en volledige vastlegging van de inzet van publieke middelen in de financiële administratie en de betrouwbare financiële verantwoording daarover;
- c. het optreden als beleidscontroller, ter ondersteuning van de directoraten-generaal (DG’s), stafdirecties en de organisaties op afstand;
- d. het op betrouwbare wijze de begrotingsmiddelen in de zogenaamde ‘witte stukken’ (ontwerpbegroting, suppletoire begrotingen en jaarverslag) begroten en verantwoorden;
- e. het transparant adviseren over de besluitvorming over de allocatie van begrotingsmiddelen;
- f. het toezicht houden op en adviseren over de rechtmatige, doelmatige en doeltreffende besteding van begrotingsmiddelen, onder andere via artikel 3.1 Comptabiliteitswet 2016 in Kamerbrieven;
- g. het optimaal ondersteunen van de hoofden van dienst als budgethouders in de begrotings- en verantwoordingscyclus;
- h. het toezicht houden op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige inzet van middelen door gelieerde externe organisaties waarvoor de minister stelselverantwoordelijk is;
- i. het onderhouden van coördinerende contacten met de Belastingdienst, de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer;
- j. het adviseren over de opzet van beleidsevaluaties en beleidsdoorlichtingen, de uitvoering ervan bewaken en zorg dragen voor kennisdeling;
- k. het coördineren van de P&C-cyclus van het ministerie en dit proces begeleiden en bewaken;
- l. het vervullen van een coördinerende rol in het risicomanagement binnen de organisatie;
- m. het Audit Committee ondersteunen;
- n. het toezicht houden op de rechtmatige en doelmatige inzet van middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling;
- o. het coördineren van de verantwoording aan de EU van uitgaven die namens Nederland gedeclareerd worden voor projecten in het kader van het Herstel- en Veerkrachtplan die vallen onder EZ en KGG;
- p. de afdeling Financiële Diensten en Administratie (FDA) voert namens budgethouders bij EZ, KGG en LVVN de centrale financiële administratie; deze kerntaak bestaat uit de volgende financieel-administratieve deeltaken:
- – beoordelen, vastleggen en beheren van verplichtingen;
- – afhandelen van facturen, declaraties en overige betalingen;
- – beoordelen, vastleggen en beheren van vorderingen;
- – financieel beheer: inrichten en beheren van het financieel systeem;
- – bankbeheer: inrichten en beheren van betalingsverkeer;
- – uitvoeren van fiscale aangelegenheden: BTW-aangifte, IB-47 en WKR;
- – voor ieder departement de verantwoordingscyclus: periodeafsluitingen en jaarrekening opstellen, inclusief maandelijkse en eindallocatie;
- – per departement periodiek de volgende rapportages opstellen: saldibalans, betaaltermijnen en bestuurskosten.
- 1. Het secretariaat van de Wetenschappelijke Klimaatraad en de Raad voor Energie staat onder leiding van een secretaris-directeur.
- 2. Het secretariaat van de Wetenschappelijke Klimaatraad en de Raad voor Energie heeft de volgende kerntaken:
- a. het voorbereiden van (wetenschappelijke) onderbouwde nota’s en beleidsadviezen, waarover de raden kunnen beraadslagen en besluiten;
- b. het voorbereiden van een jaarlijks werkprogramma en een jaarlijks verslag van werkzaamheden van de raden;
- c. het geven van briefings over adviezen aan regering en parlement en het organiseren van bijeenkomsten over adviezen.
- 1. Het Staatstoezicht op de mijnen staat onder leiding van de inspecteur-generaal der mijnen.
- 2. Het Staatstoezicht op de mijnen heeft de volgende kerntaken:
- a. het toezien op de naleving van het bij of krachtens de Mijnbouwwet en overige wetten bepaalde ten aanzien van de veiligheid, de gezondheid, het milieu, de bodembewegingen, de doelmatige winning van delfstoffen bij verkenningsonderzoeken in het kader van een planmatig beheer, het opsporen en winnen van delfstoffen en aardwarmte en het opslaan van stoffen;
- b. het toezien op de naleving en het uitvoeren van het bij of krachtens de Energiewet bepaalde ten aanzien van veiligheid in verband met gas;
- c. het toezien op de naleving van het bij of krachtens de Wet windenergie op zee en de Omgevingswet voor wat betreft windparken op zee bepaalde;
- d. het doen van aanbevelingen en het geven van onafhankelijke adviezen aan de minister die de inspecteur-generaal wenselijk acht met het oog op een doelmatige en voortdurende uitvoering in de toekomst van de in onderdelen a en b genoemde activiteiten;
- e. het geven van onafhankelijk advies over voorgenomen beleid ten aanzien van de handhaafbaarheid, de uitvoerbaarheid en de fraudegevoeligheid;
- f. het informeren van de bewindspersonen en van het bij de mijnbouw- en gasregelgeving betrokken beleidsonderdeel over de waargenomen effecten van bestaand beleid en over relevante ontwikkelingen in het buitenland, waaronder de Europese Unie, die invloed kunnen hebben op dit beleid;
- g. het bijdragen aan beleidsevaluaties op basis van bevindingen opgedaan bij het toezicht;
- h. het informeren van het algemene publiek over zijn adviezen en bevindingen.
- 3. Het Staatstoezicht op de Mijnen bestaat uit:
- a. de afdeling Vergunningen;
- b. de afdeling Centrale expertise;
- c. de afdelingen Toezicht;
- d. de afdeling Bestuurszaken;
- e. de afdeling Bedrijfsvoering;
- f. de afdeling Informatiemanagement.
- 1. De Dienst Nederlandse Emissieautoriteit staat onder leiding van het bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit.
- 2. De Dienst Nederlandse Emissieautoriteit heeft de volgende kerntaken:
- a. het ondersteunen van het bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit bij de uitoefening van de aan dit bestuur bij of krachtens de wet of mandaatbesluit opgedragen taken;
- b. het uitvoeren van het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
- 1°. het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen;
- 2°. de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie;
- 3°. artikel 63a, tweede tot en met vierde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie;
- 4°. paragraaf 4.1 van de Tijdelijke wet inframarginale elektriciteitsheffing;
- c. het onder het gezag van de Minister van Financiën uitvoeren van de aan de Dienst Nederlandse Emissieautoriteit bij of krachtens de Wet belastingen op milieugrondslag opgedragen taken.
- 3. De Dienst Nederlandse Emissieautoriteit bestaat uit:
- a. de afdeling Emissiehandel;
- b. de directie Hernieuwbare Energie; en
- c. de afdeling Serviceverlening & Organisatie.