Bijlage 2 Regeling Versterking landelijke infrastructuur amateurkunst 2026–2028

Regeling Versterking landelijke infrastructuur amateurkunst 2026–2028

Maximaal aan te vragen bedragen per provinciale steuninstelling in Hoofdstuk 2, paragraaf 3: Provinciale steuninstellingen. De verdeling is proportioneel over de provincies volgens een gemiddelde van het % aantal inwoners per 1 januari 2025 en het % aantal amateurkunst-verenigingen (bekend bij KvK) in Nederland per 1 januari 2024. Provinciale steuninstelling, Provincie % ver % inw % gem Bedrag 1 Vrijdag, Groningen 4,38 3,34 3,86 € 127.500 2 Keunstwurk, Friesland 6,61 3,68 5,15 € 170.000 3 Kunst & Cultuur, Drenthe 3,92 2,81 3,36 € 111.000 4 Rijnbrink, Overijssel 8,99 6,63 7,81 € 257.500 5 Kubus, Flevoland 1,47 2,53 2,00 € 66.000 6 Cultuur Oost, Gelderland 14,34 11,98 13,16 € 434.000 7 ZIMIHC, Utrecht 6,42 7,81 7,12 € 235.000 8 Plein C, Noord-Holland 12,45 16,59 14,52 € 479.000 9 Kunstgebouw, Zuid-Holland 12,77 21,41 17,09 € 564.000 10 Kunstloc Brabant, Noord-Brabant 16,54 14,76 15,65 € 516.500 11 Huis voor de Kunsten Limburg, Limburg 9,33 6,29 7,81 € 258.000 12 Cultuurkwadraat, Zeeland 2,77 2,18 2,48 € 81.500 € 3.300.000 Percentages in de presentatietabel zijn afgerond op twee decimalen, bedragen zijn afgrond per € 500.