Bijlage 3 Besluit tot vaststelling van de Regulatorische accountingregels (RAR) warmteleveranciers 2024: toelichting bij kostentoerekening
Besluit tot vaststelling van de Regulatorische accountingregels (RAR) warmteleveranciers 2024
Een thermische installatie om energie op te slaan valt onder productie, omdat het hoofddoel van een dergelijke installatie het leveren van warmte is. Het is evident dat opslag ook plaatsvindt in het netwerk, maar het netwerk valt onder een andere activiteit. Het netwerk is immers primair gedimensioneerd op de benodigde afname van warmte en niet (primair) op maximaliseren van de efficiëntie van productie, door bijvoorbeeld een e-boiler in te zetten op momenten met negatieve stroomprijzen en levering van die warmte op een ander moment te doen; Voor alle genoemde activiteiten m.u.v. i) geldt dat deze ook buiten de vergunninghouder belegd kunnen worden. In dat geval maken deze activiteiten géén onderdeel uit van de warmteleverancier waarop het toezicht is ingericht (i.t.t. de distributie van warmte, is productie geen verplicht onderdeel van de rechtspersoon waarop de vergunning rust); ACM beschouwt warmteverliezen niet als een losse ‘activiteit’ of dienst. In dit geval betekent dit dat de warmteleverancier x % meer thermische energie moet invoeden dan dat verkocht kan worden. De ‘kosten’ hiervan komen terug in de vorm van hogere benodigde hoeveelheden warmte of andere energie t.b.v. productie. Administratieve netverliezen en meetfouten komen zodoende ook terecht in de post ‘kosten productie en inkoop thermische energie’, aangezien ze niet kunnen worden gefactureerd. Meetfouten die gecorrigeerd en dus gefactureerd kunnen worden, of bijvoorbeeld kosten van fraude en leegstand die in rekening worden gebracht, worden onderdeel van de kosten van ‘verkoop en klantcontact’, net als wanbetaling. De mate waarin deze geleverde warmte wordt afgenomen door verschillende typen afnemers is daarom een eerlijke verdeelsleutel voor de toerekening van kosten en activawaarde van deze activiteit aan de verschillende typen afnemers. In veel gevallen hebben warmtebedrijven meerdere bronnen die thermische energie produceren voor hetzelfde net. De ACM kan zich enkele situaties voorstellen waar
- • Soms zijn specifieke bronnen uitsluitend bestemd voor specifieke (typen) afnemers. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn in situaties waarin bepaalde typen afnemers een lagere ‘service level agreement’ hebben afgesloten met de warmteleverancier dan standaard geldt (voor bijvoorbeeld de gereguleerde afnemers, op basis van de Warmtewet);
- • Soms hebben specifieke (typen) afnemers een sterk afwijkend profiel, bijvoorbeeld wanneer zij géén warmte afnemen voor ruimteverwarming.
- • Benodigde netcapaciteit leidt in de praktijk tot de dimensionering van het netwerk. Dit leidt tot investeringen en daarmee capex (kapitaallasten en rente) door aanleg van het net, bijvoorbeeld dikkere buizen en meer (onder)stations. De benodigde netcapaciteit is daarmee de belangrijkste costdriver voor investering in het net;
- • Operationele kosten gerelateerd aan transport en distributie worden gedreven door de levensduur en kwaliteit van het type buis. Dit vereist preventief, voorspellend, periodiek en conditioneel onderhoud.17Pozzi, M., Bettinelli, A., Detassis, F., Filippini, E., Graziani, S., Morgione, S., & Vigo, D. (2021). District heating network maintenance planning optimization. Energy Reports, 7, 184-192. Deze onderhoudskosten zijn relatief onafhankelijk van daadwerkelijke warmte-afname van een afnemer. Gebruik leidt niet of nauwelijks tot versnelde slijtage van het netwerk.
- a) De benodigde capaciteit voor ruimteverwarming is per woning gemiddeld 10 kW;
- b) De benodigde capaciteit voor tapwater is per woning gemiddeld 28 kW (CW4);
- c) De gelijktijdigheid voor ruimteverwarming is 0,5;
- d) De gelijktijdigheid voor tapwater is 1/√n;
- e) Een warmtenet levert geen tapwater en ruimteverwarming op hetzelfde moment aan een afnemer, waardoor de benodigde capaciteit na toepassing van gelijktijdigheid het maximum (en niet de som) is van de gelijktijdigheid voor ruimteverwarming en tapwater;
- f) Bij (bijvoorbeeld) 196 woningen is de benodigde capaciteit na gelijktijdigheid gemiddeldper woning 5 kW voor ruimteverwarming en 2 kW (28 kW x 1/√196) voor tapwater. Dat levert (max[5 kW; 2kW]) een gemiddelde gelijktijdigheid van 5 kW op. Al vanaf 26 aansluitingen heeft warm tapwater geen invloed op de benodigde netcapaciteit (28 kW x 1/√26 = 5,49 kW).
- • Maatwerkafspraken in contracten;
- • Meer contact per grootverbruiker dan per kleinverbruiker;
- • Storing, contact met bedrijven individueel, niet een groep;
- • Niet per definitie jaarlijkse contracten voor ongereguleerde verbruikers;