Bijlage 2.1 Regeling erkenning leerbedrijven SBB: – Model profiel praktijkopleider
Regeling erkenning leerbedrijven SBB
De praktijkopleider werkt in een (leer)bedrijf dat door SBB is erkend. Hij5Daar waar in de tekst hij/hem staat wordt ook zij/haar/hen/hun bedoeld. leidt de student6Het begrip ‘student’ dient hier breed geïnterpreteerd te worden. Het kan een jongere zijn die voor het eerst een pro-, vso-, vmbo- of mbo-opleiding volgt (initieel onderwijs), maar ook iemand die bijvoorbeeld voor om- of bijscholing een (deel van een) mbo-opleiding volgt (post-initieel onderwijs). in de praktijk op. De praktijkopleider is het aanspreekpunt voor de student en maakt deze wegwijs in de dagelijkse praktijk. De praktijkopleider leidt de student op en organiseert zijn leeractiviteiten. De praktijkopleider zorgt daarbij voor een zo goed mogelijke leeromgeving. De student krijgt een werkplek waar zoveel mogelijk (dagelijkse) praktijksituaties voorkomen die deze ook zal tegenkomen in het beroep waarvoor wordt opgeleid. De praktijkopleider heeft een begeleidende en opleidende rol, heeft aandacht voor de student en stuurt deze (bij) als dat nodig is. De praktijkopleider brengt vakkennis en -vaardigheden over en stimuleert de student om zich verantwoordelijk te voelen voor diens leerproces en functioneren als medewerker. De praktijkopleider motiveert de student en stemt de begeleiding op deze af. Ook let de praktijkopleider op de concrete voortgang van het leerproces van de student. De praktijkopleider zorgt voor een (sociaal) veilige leeromgeving voor de student. Hij zorgt dat de student instructie rondom veilig werken krijgt en uitvoert, zoals vastgelegd in de wettelijke eisen en Arbowetgeving over veiligheid. De praktijkopleider geeft het goede voorbeeld. Verantwoordelijkheidsgevoel, organisatietalent en het gevoel om met mensen te werken zijn onmisbaar voor een praktijkopleider. Naast het contact met de student onderhoudt de praktijkopleider contact met de bpv-begeleider (de begeleider van de student vanuit de opleiding/school) en de adviseur praktijkleren van SBB. De adviseur praktijkleren van S
- 1. Organiseert het leerproces van de student in de praktijk
- 1.1 Voert met de student het selectiegesprek
- 1.2 Maakt een inwerkprogramma
- 1.3 Stelt de beginsituatie en leerbehoefte van de student vast
- 1.4 Bepaalt in overleg met de student de leeractiviteiten
- 1.5 Stelt een praktijkleerplan op
- 1.6 Onderhoudt contacten met de bpv-begeleider van school en de adviseur praktijkleren van SBB
- 2. Leidt de student op in de praktijk
- 2.1 Leidt de student op de werkvloer op
- 2.2 Bewaakt en stuurt het leerproces van de student
- 2.3 Voert begeleidings- of voortgangsgesprekken met de student
- 2.4 Beoordeelt de voortgang in het leerproces van de student
- 2.5 Evalueert de bpv-periode
- • Stemt de manier van opleiden af op de taakvolwassenheid en leerstijl van de student
- • Houdt in de gaten of de student functioneert volgens de gemaakte afspraken en geeft duidelijke instructies als de student niet aan de verwachting (dreigt) te voldoen
- • Stimuleert en coacht de student
- • Geeft de student heldere en constructieve feedback
- • Motiveert de student door hem in meer of mindere mate sociaal-emotioneel te ondersteunen
- • Beslist of de student voortgang boekt in diens leerproces
- • Bepaalt op welke gebieden de student zich moet ontwikkelen
- • Werkt bij het beoordelen van de voortgang van de student met toetsinstrumenten en volgens bijbehorende procedures, zodat de student een objectieve en valide beoordeling krijgt
- • Evalueert de bpv-periode om verbeterpunten te signaleren en om die punten te verbeteren
- • Vraagt de student wat deze wil leren tijdens de beroepspraktijkvorming en haakt daar op in
- • Maakt in een gesprek helder welke leerdoelen behaald moeten worden
- • Plant leeractiviteiten van de student
- • Volgt de voortgang van het leerproces
- • Besluit wanneer hij moet ingrijpen in het leerproces
- • Toont interesse in de student door te luisteren, vragen te stellen en de student te observeren
- • Bespreekt, na eventuele raadpleging van anderen, zijn observaties met de student
- • Stimuleert de student mee te denken over de verdere invulling van diens leerproces
- • Luistert naar adviezen van de bpv-begeleider van school en adviseur praktijkleren van SBB en geeft aan wat die met de adviezen doet
- • Legt uit hoe zaken werken, doet dit voor of laat de student nadenken over vakspecialistische zaken
- • Gebruikt diens vakkennis om de student te beoordelen
- • Bekijkt informatie van het opleidingsinstituut, de wensen van de student en de mogelijkheden binnen het leerbedrijf om na te gaan op welke manier de leerdoelen behaald kunnen worden
- • Observeert de student aan de hand van de beoordelingscriteria en geeft een waardering aan deze observaties.