Art. 2 Beleidsregel handhaving APU-gebruik en taxiën met het minimaal noodzakelijk aantal motoren op de luchthaven Eelde als bedoeld in artikel 7 en 8 van het Luchthavenbesluit
1. De ILT-Luchtvaartautoriteit houdt toezicht op:
a) de duur van het gebruik van de APU door de gezagvoerder terwijl het vliegtuig stilstaat op de afhandelingsplaats;
b) het gebruik van het minimaal noodzakelijk aantal motoren door de gezagvoerder tijdens het taxiën van, naar en over de start- en landingsbaan;
c) de beschikbaarheid en kwaliteit van de infrastructuur en vervangende voorzieningen (GPU’s, FPU’s en PCA’s) zoals gewaarborgd door de exploitant conform de bepalingen in het Luchthavenbesluit;
d) het uitstootvrij zijn van voorzieningen die de exploitant ter beschikking stelt conform de bepalingen in het Luchthavenbesluit.
2. De ILT-Luchtvaartautoriteit treedt niet handhavend op in situaties waar op basis van de AIP-uitzondering op de regel gerechtvaardigd is en bij afwijkingen van de normale bedrijfsvoering.