Art. 5.2 Mandaatbesluit VRO 2025, Mandaat directeur-generaal
Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de directeur-generaal in ieder geval betrekking op:
a. het vertegenwoordigen van een bewindspersoon namens de Staat of de minister in gerechtelijke procedures waarbij het dienstonderdeel is betrokken;
b. het vaststellen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot aangelegenheden op het werkterrein van het directeur-generaal;
c. het beheer van de archiefbescheiden van de onder het directeur-generaal ressorterende dienstonderdelen op grond van de desbetreffende departementale regelgeving;
d. het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen besluiten inzake aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein met uitzondering van die besluiten die door een bewindspersoon, de secretaris-generaal of het directeur-generaal zijn genomen, voor zover in wet- en regelgeving niet anders is bepaald;
e. het inschakelen van de Landsadvocaat voor ondersteuning of vertegenwoordiging van het Ministerie;
f. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot uitvoering van de Wet open overheid voor zover het aangelegenheden op het werkterrein van de directeur-generaal betreft en voor zover deze niet zijn gemandateerd aan de directeur.