Art. 3.2 Mandaatbesluit VRO 2025, Mandaat secretaris-generaal

Mandaatbesluit VRO 2025

Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:

a. het functioneel leiding geven aan de directeuren-generaal Volkshuisvesting en Bouwen, Ruimtelijke Ordening en Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (voor zover het het Rijksvastgoedbedrijf betreft), de dienst Huurcommissie en de dienst Toelatingsorganisatie kwaliteitsborging bouw;

b. het nader vaststellen van de inrichting van het Ministerie;

c. aangelegenheden die op grond van bovendepartementale regelgeving of afspraken op centraal departementaal niveau dienen te worden afgehandeld;

d. het beslissen op bezwaarschriften;

e. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet open overheid voor zover dat niet aan een directeur-generaal of directeur is gemandateerd;

f. de verantwoordelijkheid voor het beheer van de archiefbescheiden bij het Ministerie op grond van de geldende wet- en regelgeving;

g. het vertegenwoordigen van een bewindspersoon (namens het bestuursorgaan of de Staat) in gerechtelijke procedures waarbij het Ministerie is betrokken;

h. het vaststellen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot de aangelegenheden, bedoeld in dit artikel.