Art. 7.5 Mandaatbesluit BZK 2025, Beperkingen mandaat directeuren
1. Het mandaat van de directeur is niet van toepassing op:
a. personele aangelegenheden ten aanzien van rechtstreeks onder de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeur-generaal of de algemeen directeur ressorterende functionarissen;
b. het opleggen van een straf;
c. het schorsen van een ambtenaar in zijn ambt;
d. het aanwijzen van een ambtenaar als VWNW-kandidaat;
e. het vaststellen van beleidsregels en circulaires ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van de directeur-generaal, tenzij deze bevoegdheid in hogere regelgeving aan de desbetreffende functionaris is toegekend;
f. het beslissen tot een reorganisatie;
g. het toekennen van materiële schadevergoeding vanaf € 2.500,- of immateriële schadevergoeding;
h. het vaststellen van de formatie van de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en algemeen directeuren ressorterende (dienst)onderdelen;
i. de aangelegenheden genoemd in artikel 5.5.
2. De beperkingen genoemd in het eerste lid, onderdeel b tot en met d, zijn niet van toepassing op het mandaat van de Clusterdirecteur Mensen & Middelen en de Clusterdirecteur Bestuursondersteuning, de directeur die leiding geeft aan een agentschap en de directeur die leiding geeft aan een kasdienst.