Art. 4 Beleidsregel budgettair kader Wlz 2026, Toedeling en opbouw budgettair kader 2026
Beleidsregel budgettair kader Wlz 2026
1. Toedeling budgettair kader Wlz De Minister van VWS heeft het macrobedrag voor de contracteerruimte voor zin, pgb en de overige uitvoeringskosten vastgesteld in de Meerjarige voorlopige kaderbrief 2026-2030 van 10 juli 2025 (kenmerk 4154805-1085543-LZ). Het budgettair kader Wlz voor het jaar 2026 bedraagt € 39.719 miljoen. Dit bedrag is als volgt verdeeld:
– De contracteerruimte voor zin betreft € 34.820 miljoen.
– De geoormerkte ruimte binnen de contracteerruimte zin voor innovatie bedraagt € 20 miljoen. Het beschikbare bedrag voor pgb’s betreft € 4.427 miljoen.
– Het budget voor overige uitvoeringskosten bedraagt € 92 miljoen.
– De herverdelingsmiddelen bedragen € 380 miljoen.
2. Opbouw budgettair kader Het startpunt gebaseerd op het Wlz kader 2025 zoals genoemd onder a. wordt, op basis van de Meerjarige voorlopige kaderbrief Wlz 2026-2030 van 10 juli 2025 (kenmerk 4154805-1085543-LZ), verhoogd met middelen voor netto groei en loon- en prijsbijstelling 2026. De netto groei bedraagt € 1.128 miljoen en voor loon- en prijsbijstelling € PM. 3. Netto Wlz kader Het door de Minister van VWS beschikbaar gestelde bedrag voor pgb’s wordt gebruteerd tot middelen zin en opgeteld bij het voor zin beschikbaar gestelde bedrag, om zo tot een netto Wlz kader te komen. Dit kader wordt volgens artikel 5 toegedeeld aan de regio’s. Wlz uitvoerder/zorgkantoren kunnen tot 15 november 2025 aangegeven wat het aandeel pgb moet zijn (zie artikel 9). Dit aandeel wordt vervolgens weer gebruteerd (bruteringseffect).
a. Het startpunt van het Wlz kader 2026 is het benodigd Wlz kader 2025. Het benodigd Wlz kader 2025 bedraagt € 38.591 miljoen. Ten opzichte van de definitieve kaderbrief 2025 is het kader 2025 op grond van de Meerjarige voorlopige kaderbrief 2026-2030 geactualiseerd. VWS stelt de herverdelingsmiddelen ad € 360 miljoen die voor 2025 waren gereserveerd niet meer beschikbaar als extra middelen. Daarnaast is er een extra kader bijgekomen voor overige uitvoeringskosten.
b. Netto groei en loon- en prijsbijstelling 2026