Bijlage 3 Regeling bemanning zeeschepen: behorend bij artikel 3.5.2: basisveiligheidstraining voor alle bemanningsleden op vissersvaartuigen – module visserij

Regeling bemanning zeeschepen

Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Competentie Kennis, inzicht en bekwaamheid Methoden om competentie aan te tonen Criteria om competentie te beoordelen Overleven op zee wanneer het schip verlaten moet worden Type reddingsmiddelen die specifiek op vissersvaartuigen aanwezig zijn Overlevingsbeginselen zoals: .1 te ondernemen acties bij reddingsoperaties door een helikopter .2 het reddingsvaartuig snel bij het vissersvaartuig en het vistuig weghalen .3 anderen helpen aan boord van een reddingsvaartuig te komen. Basiskennis van de man-overboord procedures. Beoordeling van bewijzen die zijn verkregen via goedgekeurde instructie of tijdens het bijwonen van een goedgekeurde cursus De acties die zijn ondernomen op grond van de herkenning van signalen passen bij de aangegeven noodsituatie en komen overeen met vastgelegde procedures Hijsmethoden, beschrijf de hand- en armsignalen die worden gebruikt om iemand veilig omhoog te hijsen, beschrijf hoe een lid van de helikopterbemanning kan helpen bij het hijsen, legt uit waarom het belangrijk is gehoor te geven aan de instructies van de helikopterpiloot of zijn assistent Beschrijf hoe je anderen helpt aan boord te komen van een reddingsvaartuig Eerste handelingen na het vaststellen van een man-overboord situatie Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Competentie Kennis, inzicht en bekwaamheid Methoden om competentie aan te tonen Criteria om competentie te beoordelen Het brandgevaar zo klein mogelijk houden en een staat van paraatheid in stand houden zodat kan worden gereageerd op noodsituaties waarin sprake is van brand Brandgevaar en verspreiding van vuur door, maar niet beperkt tot: .1 straling .2 convectie .3 geleiding met de nadruk op gevaren die samenhangen met diepvriesapparatuur. Praktische kennis van de procedure voor het opnieuw betreden van een ruimte. Brandpreventiemaatregelen zoals: .1 rookverbod .2 zodanige plaatsing van warmtebronnen dat contact met brandbaar materiaal wordt voorkomen .3 controle op het gebruik van branders,