Art. 4.5.16 Regeling bemanning zeeschepen, Reinheid van de verblijven

Regeling bemanning zeeschepen

1. Een verblijf wordt schoon en in behoorlijk bewoonbare toestand gehouden.

2. Goederen en voorraden die niet het persoonlijk eigendom zijn van de gebruikers van het verblijf, worden daar niet opgeborgen.

3. Ten minste éénmaal per week wordt door de schipper of een daarvoor door hem aangewezen officier een inspectie van een verblijf gehouden, waarbij hij zich door een of meer leden van de bemanning doet vergezellen.

4. De bevindingen van deze inspecties en de getroffen maatregelen om eventuele tekortkomingen te verhelpen worden vermeld in het scheepsdagboek.