Bijlage 3 Reglement Stimuleringsmaatregel Filmproductie in Nederland van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film: onafhankelijkheidstoets filmproductie
De toets valt in drie onderdelen uiteen, te weten creatief, intellectueel eigendom en zichtbaarheid. Daarbij zijn per vraag punten te behalen. Het kan ook zijn dat geen bevestigend antwoord gegeven kan worden op één of meerdere vragen. In dat geval zullen de benodigde punten op andere onderdelen behaald moeten worden. De toetsing vindt plaats op basis van de bij de aanvraag opgeleverde stukken. Zonder de benodigde stukken kunnen geen punten toegekend worden. Er kunnen maximaal 200 punten behaald worden en er geldt een minimum van 100 punten. Toelichting bij de afzonderlijke punten: Toelichting bij de afzonderlijke punten: Toelichting bij de afzonderlijke punten:
- • Filmdistributeur: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de distributie en exploitatie van filmproducties in de bioscoop en via andere distributiekanalen;
- • Eindexploitant: een marktpartij die via vertoningen in bioscopen- of filmtheaters, publieke of commerciële omroepkanalen dan wel op basis van een verdienmodel van abonnementen, advertenties of transacties filmproducties en afgeleide en andere audiovisuele werken openbaar maakt, ongeacht welk medium;
- • Filmproductie: een animatiefilm, of een documentairefilm of een speelfilm, al dan niet tot stand gebracht in de vorm van een internationale coproductie, primair bestemd voor bioscoopuitbreng;
- • Intellectuele eigendomsrechten op de Filmproductie: Hieronder vallen de eigendomsrechten op de Filmproductie zelf evenals de rechten om de onderliggende werken waarop de Filmproductie gebaseerd is, te gebruiken voor bijvoorbeeld remakes, sequels, prequels, spin-offs, merchandising, enz.;
- • Internationale coproductie: een grens overstijgende filmproductie in de vorm van een animatiefilm, documentairefilm of speelfilm, primair bestemd voor bioscoopuitbreng waarbij Nederland één van de landen van herkomst van de coproducenten is en die voldoet aan de criteria van het Verdrag van de Raad van Europa inzake de Cinematografische Coproductie, of voldoet aan de criteria van door Nederland met andere staten afgesloten bilaterale verdragen voor filmproducties, of door het Fonds met andere filmfondsen;
- • Minoritaire coproductie: een internationale (co)productie waarbij de Nederlandse producent2De buitenlandse Productiemaatschappij kwalificeert als onafhankelijke Productiemaatschappij volgens de regelgeving in het land waarin het gevestigd is; een minoritaire coproducent is;
- • Productiemaatschappij: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de productie en exploitatie van filmproducties en/of mediaproducties. De rechtspersoon is ten tijde van de aanvraag gedurende minimaal twee jaar daarvoor gevestigd en actief geweest in Nederland, een lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland.
- 1. Is het schrijven van dit scenario geïnitieerd door de betreffende scenarist en/of regisseur en/of Productiemaatschappij? 0–20
- 2. Is het scenario ontwikkeld door de Productiemaatschappij (de aanvrager), regisseur, scenarist of, in het geval van een minoritaire coproductie, door de buitenlandse Productiemaatschappij? 0–20
- 3. Heeft de Productiemaatschappij ten opzichte van de Eindexploitant(en) en/of Filmdistributeur e.a. op grond van de bij aanvraag overgelegde afspraken:
- (i) een doorslaggevende stem bij de inhoudelijke keuzes die ten aanzien van sleutelposities en het scenario gemaakt worden? 0–20 OF
- (ii) tenminste een gelijkwaardige stem bij de inhoudelijke keuzes die ten aanzien van sleutelposities en het scenario gemaakt moeten worden? 0–10
- 4. Ligt de final cut (definitieve eindmontage) van de Filmproductie
- (i) doorslaggevend bij de Productiemaatschappij (de aanvrager) of de regisseur, dan wel in het geval van een Minoritaire coproductie, bij de buitenlandse Productiemaatschappij? 0–20 OF
- (ii) bij de Productiemaatschappij (aanvrager) en de Eindexploitant en/of Filmdistributeur gezamenlijk? 0–10
- 1. De oorsprong van het nieuwe creatieve werk (het scenario) van de scenarist en/of regisseur en/of Productiemaatschappij staat voor dit onderdeel centraal. Daarbij zijn boekverfilmingen of andere uitvoeringen zoals een serie die ter inspiratie dienen voor het nieuwe scenario niet uitgesloten, mits de makers creatieve vrijheid hebben voor de nieuwe versie. In dat geval moet dat blijken uit de bestaande, schriftelijk vastgelegde afspraken tussen de Productiemaatschappij en de scenarist en/of regisseur dan wel derden.
- 2. De Productiemaatschappij verstrekt de opdracht voor de ontwikkeling van het scenario, dan wel verkrijgt het ontwikkelde scenario van de regisseur/scenarist. De overeengekomen schriftelijke afspraken tussen Productiemaatschappij, regisseur en scenarist zijn daarmee leidend. In het geval van een Minoritaire coproductie kan de buitenlandse Productiemaatschappij als hoofdproducent de opdrachtgever zijn van de buitenlandse scenarist en regisseur. In dat geval zijn de onderling overeengekomen schriftelijke afspraken tussen beide (co-)Productiemaatschappij en leidend. Ook kan er sprake zijn van een overdracht van verfilmings- en exploitatierechten waarbij de aanvragende Productiemaatschappij moet aantonen over die rechten te beschikken.
- 3.
- i.) In de praktijk komen keuzes vaak in samenspraak tot stand. Vandaar dat op dit onderdeel van de toets verschillende punten te behalen zijn. We moeten uitgaan van wat in de schriftelijke afspraken met de Eindexploitant of Filmdistributeur bij aanvraag is vastgelegd. Het hoogste aantal punten wordt behaald als, rekening houdend met de normale onderlinge afstemming, de formele eindverantwoordelijkheid wel bij de Productiemaatschappij ligt. Die heeft daarmee een beslissende stem bij de belangrijke keuzes in het creatieve proces zoals veranderingen in het scenario of sleutelposities zoals die van regisseur. In het geval van een Minoritaire coproductie ligt deze verantwoordelijkheid bij de buitenlandse Productiemaatschappij
- ii.) Is er op basis van onderling vastgelegde afspraken sprake van gelijkwaardigheid tussen de Productiemaatschappij en de Eindexploitant en/of Filmdistributeur dan zijn ook punten te verkrijgen. Ligt de eindverantwoordelijkheid of doorslaggevende stem echter bij de Eindexploitant, Filmdistributeur of derden dan zijn er op dit specifieke onderdeel geen punten te behalen.
- 4.
- i.) Ook gedurende de Final Cut (eindmontage) is het vanzelfsprekend dat partijen met het oog op het meest optimale resultaat in overleg met elkaar treden. Uiteindelijk zal wel de knoop doorgehakt moeten worden. Heeft de Productiemaatschappij of regisseur die doorslaggevende stem bij de Final Cut dan worden daarvoor de hoogste punten toegekend.
- ii.) In gezamenlijkheid is dat de helft van het aantal punten. Als Productiemaatschappij en/of regisseur geen rol van betekenis spelen en de Eindexploitant, Filmdistributeur of derden de Final Cut bepalen dan kunnen op dit onderdeel geen punten toegekend worden.
- 5.
- (i) Is de Productiemaatschappij (aanvrager), eventueel samen met de eventuele buitenlandse Productiemaatschappij, de eigenaar van 100% van de Intellectuele eigendomsrechten op de Filmproductie? 0–40 OF
- (ii) zijn de Intellectuele eigendomsrechten op de Filmproductie door de Productiemaatschappij gedeeltelijk overgedragen aan de Eindexploitant en/of Filmdistributeur, maar staat hier wel een materieel aandeel in de exploitatie-inkomsten voor de Productiemaatschappij tegenover? 0–20
- 5.
- i.) Om in aanmerking te komen voor het hoogste aantal punten bezit de Productiemaatschappij – of in het geval van een Minoritaire coproductie bezitten de Productiemaatschappijen gezamenlijk -de intellectuele eigendomsrechten op het betreffende werk en zijn deze rechten niet reeds bij aanvraag deels overgedragen aan een Filmdistributeur en/of Eindexploitant en daaraan gelieerde partijen. Ze zijn daarmee in staat om afspraken te kunnen maken met diverse Eindexploitanten, Filmdistributeur e.a. met het oog op een zo breed mogelijke exploitatie.
- ii.) Een alternatief puntenaantal is van toepassing als de eigendomsrechten wel gedeeltelijk zijn overgedragen, maar er vanuit exploitatie materiële inkomsten zijn, die minimaal op basis van het financieringsaandeel – de door Productiemaatschappij(en) zelf verworven fondsen en financiering – ook ten goede komen aan de Productiemaatschappij(en). Een en ander zal moeten blijken uit de afspraken die bij aanvraag onderling en/of met rechthebbenden zijn aangegaan.
- 6. Is voldoende zichtbaarheid van de Filmproductie in Nederland vanuit het publieke belang op voorhand gegarandeerd door een bioscoopuitbreng via een Filmdistributeur en:
- (i) doordat de Nederlandse uitzendrechten niet exclusief zijn verkocht aan één Eindexploitant voor een periode langer dan 5 jaar of de Nederlandse uitzendrechten al verkocht zijn aan twee niet aan elkaar gelieerde Eindexploitanten? 0–40 OF
- (ii) doordat de Nederlandse uitzendrechten niet exclusief zijn verkocht aan één Eindexploitant voor een periode langer dan 7 jaar? 0–30 OF
- (iii) doordat de Nederlandse uitzendrechten niet exclusief zijn verkocht aan één Eindexploitant voor een periode langer dan 10 jaar? 0–20 OF
- (iv) doordat de Nederlandse uitzendrechten niet exclusief zijn verkocht aan één Eindexploitant voor een periode langer dan 1 jaar, en vervolgens voor de resterende periode non-exclusief zijn verleend? 0–10 …zodat de Productiemaatschappij bij aanvraag of na de hiervoor genoemde termijn weer over de Nederlandse uitzendrechten beschikt om de zichtbaarheid te kunnen vergroten.
- 7. Is de brede internationale zichtbaarheid van de Filmproductie op voorhand gegarandeerd omdat bij aanvraag:
- (i) de Productiemaatschappij zelf de salesagent kiest en de mogelijkheid heeft voor de exploitatie in alle, of de meeste, territoria buiten Nederland? 0–20 EN/ OF
- (ii) de exploitatieopbrengsten minimaal op basis van pro rata financieringsaandeel (inclusief de door de Productiemaatschappij aangedragen financiers) met de Productiemaatschappij gedeeld worden? 0–20
- 6. De mate waarin de zichtbaarheid binnen Nederland is gegarandeerd, levert aanvullende punten op. De zichtbaarheid via meerdere kanalen is een publiek belang omdat een gesubsidieerde Filmproductie toegankelijk moet zijn voor een zo breed mogelijk publiek in Nederland. Het hoogste aantal punten wordt behaald als uit de aanvraag blijkt dat die zichtbaarheid via bioscoopexploitatie en via verdere Eindexploitanten optimaal op voorhand gegarandeerd is. Er kunnen punten worden toegewezen als die Nederlandse uitzendrechten wel al zijn verkocht maar de licentieperiode of de periode van exclusiviteit gelimiteerd is waardoor verdere vertoning en exploitatie van deze rechten in Nederland op termijn weer mogelijk is.
- 7. Ook levert de internationale zichtbaarheid van de Filmproductie, inclusief de daaraan gekoppelde materiële exploitatierechten en -inkomsten van de Productiemaatschappij, in het buitenland punten op. De punten onder (i) en (ii) onder 7 kunnen met elkaar gecombineerd worden.