Bijlage 2 Reglement Stimuleringsmaatregel Filmproductie in Nederland van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film: puntensysteem
Het puntensysteem omvat elementen om de impact van een filmproductie te bepalen op de versterking van de audiovisuele infrastructuur en filmcultuur in Nederland, de (grensoverstijgende) ontplooiing van creatief en technisch talent en de promotie van Nederland als productielocatie en van talenten over de landsgrenzen heen. Er is een apart puntensysteem voor speelfilm (2.1), documentaire (2.2) en animatiefilm (2.3). Om voor een subsidie in aanmerking te komen is een minimum aantal van punten vereist. Het minimum aantal punten wordt jaarlijks, voor het daarop volgende kalenderjaar, vastgesteld door het bestuur en voorafgaand aan de eerste aanvraagronde van het betreffende jaar gepubliceerd op de website van het Fonds www.filmfonds.nl. Het minimum aantal punten dat jaarlijks wordt vastgesteld bedraagt maximaal 75 punten. Het puntensysteem is binair, dat wil zeggen dat, tenzij in de tabel zelf anders is opgenomen, twee elkaar uitsluitende punten kunnen worden toegekend: nul punten indien het betreffende element niet van toepassing is, en, als het betreffende element wel van toepassing is het aantal punten zoals vermeld. Op de onderdelen 1 tot en met 3 kunnen maximaal 160 van de 210 punten worden behaald. Deze onderdelen richten zich op bepalende functies binnen het productieproces, de productie en financiering en de internationale erkenning van de regisseur en hoofdrolspelers. In onderdeel 4 wordt de impact beoordeeld. Bij het toekennen van punten voor de onderdelen 2 en 4 van het puntensysteem, staat het de aanvrager in elk geval vrij om 50% van de totale productiekosten buiten Nederland te besteden, zonder puntenverlies. Als twee aanvragen in een aanvraagronde hetzelfde aantal punten krijgen toegekend en één van die aanvragen door overschrijding van het subsidieplafond afgewezen moet worden, wordt de volgorde bepaald door het totaal aantal punten op de afzonderlijke onderdelen te vergelijken. Daarbij wordt begonnen met onderdeel 4 (Impact) en daarna, aflopend, de onder
- 4.1.a. om te bepalen of de subsidie een significante impact zal hebben op de productieactiviteit in Nederland, wordt gekeken naar de verhouding tussen de Nederlandse bestedingen en de beoogde Incentivebijdrage van een filmproductie. De berekening die daarvoor gehanteerd wordt is: Nederlandse uitgaven minus subsidiebedragen van het Fonds op grond van de deelreglementen ontwikkeling en realisering in Nederland, gedeeld door de incentivesubsidie. Filmproducties die voldoen aan de volgende minimale percentages; minoritaire coproductie 150%, majoritaire coproductie 200% en nationale productie 300% komen in aanmerking voor toekenning van de punten op dit onderdeel.
- 4.1.b. Om meer diversiteit binnen de Nederlandse filmsector te stimuleren, worden 5 punten toegekend indien tenminste twee van de drie functies van regisseur, scenarist, producent worden bekleed door een persoon die zich identificeert als vrouw, en 5 punten wanneer de hoofdcast een realistische afspiegeling van de samenleving vormt. De punten op dit onderdeel kunnen ook toegekend worden indien de filmproductie andere selectieve bijdragen van (inter)nationale fondsen (waaronder het Fonds) heeft ontvangen.
- 4.2.a. De promotionele grensoverstijgende impact wordt getoetst aan de mate waarin de distributie van de filmproductie op voorhand in meer dan twee territoria gegarandeerd is. Daarbij wordt de Benelux als één territorium gezien.
- 4.2.b. Indien de impact van deze filmproductie op de Nederlandse filmsector vanwege de grensoverstijgende zichtbaarheid van Nederland en/of Nederlands talent (creatief talent en/of heads of department) is aangetoond, kunnen 10 punten worden toegekend. Deze punten worden toegekend indien alle voorgaande punten onder 4 worden toegewezen.