Bijlage 1 Beleidsregel normenkader Wlz-uitvoerder: overzicht doelen Wlz
Beleidsregel normenkader Wlz-uitvoerder
Hoofddoel zorgplicht. Cliënt krijgt gedurende looptijd indicatie tijdige, passende en kwalitatief goede zorg die doelmatig is Kerndoel I. Waarborgen beschikbaarheid van zorg Wlz-uitvoerder waarborgt, voor de korte en langere termijn, de beschikbaarheid van voldoende, doelmatige en kwalitatief goede zorg (alle vormen zin), in aansluiting bij de voorkeuren en zorgvraag van verzekerden Doel A: De Wlz-uitvoerder voorziet in de benodigde doelmatige en kwalitatief goede zorg Doel B: De Wlz-uitvoerder zet in op preventie en integrale zorg en ondersteuning voor cliënten Kerndoel II. Waarborgen toegankelijkheid van zorg Wlz-uitvoerder waarborgt dat verzekerden gedurende de looptijd van hun Wlz-indicatie tijdig toegang hebben tot zorg die voor hen passend is en aansluit bij hun zorgvraag en voorkeuren (voor zover deze doelmatig kan worden geleverd) Doel C: De cliënt kan een bewuste keuze maken tussen vormen van zin en pgb en tussen zorgaanbieders Doel D: De cliënt krijgt gedurende de looptijd van zijn indicatie tijdig zorg Doel E: De cliënt krijgt gedurende de looptijd van zijn indicatie passende zorg Kerndoel III. Waarborgen rechtmatige en doelmatige besteding Wlz-uitvoerder waarborgt dat zorguitgaven en beheerskosten doelmatig en rechtmatig zijn en gericht op het realiseren van de doelen van de verzekering Doel F: De Wlz-uitvoerder besteedt de financiële middelen voor Wlz-zorg doelmatig Doel G: De Wlz-uitvoerder voorkomt of corrigeert onjuiste besteding van Wlz-middelen Doel H: De Wlz-uitvoerder maakt in zijn uitvoering van zijn taken geen onnodige kosten (beheerskosten en administratieve lasten aanbieder) Kerndoel IV. Waarborgen governance De Wlz-uitvoerder waarborgt een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de verzekering door een integere en beheerste inrichting en aansturing van zijn organisatie Doel I: De Wlz-uitvoerder voorziet in een adequate governance van zijn organisatie Doel J: Het uitvoeren van de verzekering en het doen verlenen van zorg vindt plaats in over
- A.1 Voor de korte en langere termijn is voldoende kwalitatief goede zorg beschikbaar, in aansluiting op te verwachten aantallen cliënten, indicaties, geografische spreiding, cliëntvoorkeuren, en andere voor de zorginkoop relevante factoren
- A.2 De afspraken met zorgaanbieders waarborgen een doelmatige zorgverlening
- A.3 Het contracteerproces is transparant en objectief
- A.4 Naleving van de afspraken is gewaarborgd
- C.1 Cliënt heeft keuze tussen leveringsvormen (voor zover deze doelmatig kunnen worden geleverd) en gecontracteerde zorgaanbieders (zin)
- C.2 Cliënt krijgt waar nodig ondersteuning bij keuzeproces (zin en pgb) en desgewenst zorgbemiddeling om zorg te krijgen iom zijn voorkeur
- C.3 Benodigde informatie is op adequate wijze beschikbaar gemaakt
- D.1 Cliënt ontvangt binnen de streefnorm de benodigde zorg conform zijn Wlz-indicatie
- D.2 Cliënt die een pgb heeft aangevraagd, krijgt tijdig en cliëntgericht een juiste beschikking over toekenning (pgb)
- D.3 Cliënt aan wie een pgb is toegekend, kan tijdig de benodigde zorg laten betalen conform toekenningsbesluit (pgb)
- E.1 Cliënt krijgt gedurende de looptijd van zijn indicatie, binnen de grenzen van de aanspraak op de Wlz, zorg die optimaal aansluit bij zijn zorgvraag en voorkeuren
- E.2 Cliënt is verzekerd van continuïteit van zorg
- E.3 Cliënt beschikt over een op zijn behoeften afgestemd en praktisch toe te passen zorgplan en/of, indien gewenst, een persoonlijk plan, voor de totstandkoming waarvan de cliënt desgewenst ondersteuning krijgt
- E.4 Positie cliënt bij zorgaanbieder is gewaarborgd
- G.1 Alleen betaling voor geleverde en correct in rekening gebrachte zorg iom Wlz (zin en pgb)
- G.2 Fraude wordt voorkomen en aangepakt (zin en pgb)
- G.3 Afspraken voor de inkoop van Wlz-zorg blijven binnen de contracteerruimte
- G.4 De beschikkingen pgb blijven binnen het vastgestelde kader
- I.1 Verzekerden hebben redelijke mate van invloed
- I.2 Duidelijke, evenwichtige en adequate organisatiestructuur
- I.3 Geschikte en integere (mede-)beleidsbepalers en bestuurders
- I.4 Adequate administratieve organisatie en interne beheersing
- I.5 Adequate informatievoorziening