Bijlage 1 Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2025: registreren van stoornissen en beperkingen in het functioneren
Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2025
Het CIZ legt vast welke geobjectiveerde stoornissen en beperkingen (voortkomend uit de vastgestelde ziekte, aandoening of handicap) de persoon heeft. Hierbij hanteren we de volgende definities uit de ICF. Afwijkingen in of het verlies van (fysiologische en mentale) functies of anatomische eigenschappen. Moeilijkheden die iemand heeft met het uitvoeren van activiteiten. Problemen die iemand heeft met het deelnemen aan het maatschappelijk leven. We leggen de stoornissen en beperkingen (en zo nodig de daaruit voortkomende participatieproblemen) vast op een vierpuntschaal, waar nodig met toelichting. In onderstaande tabel wordt weergegeven hoe we stoornissen en beperkingen registreren. Score Betekenis 0 Er is geen sprake van een stoornis of het optreden van de stoornis leidt niet tot een zorgvraag, omdat deze onder controle is met behandeling, medicatie of een hulpmiddel. 1 De stoornis leidt af en toe tot een zorgvraag. Af en toe is 1 tot 6 keer per week. 2 De stoornis leidt vaak tot een zorgvraag. Vaak is 1 tot 2 keer per dag. 3 De stoornis leidt continu tot een zorgvraag. Continu is 3 of meerdere keren per dag. score Betekenis 0 De persoon heeft geen beperkingen ten aanzien van de betreffende activiteit. 1 De persoon heeft iemand nodig die hem ondersteunt, begeleidt, stimuleert en instrueert om de betreffende activiteit zo veel mogelijk zelf uit te voeren en die erop toeziet dat het daadwerkelijk gebeurt. 2 De persoon kan de activiteit gedeeltelijk en/of slechts met veel moeite zelf uitvoeren. Iemand anders moet de activiteit gedeeltelijk overnemen, waarbij de resterende zelfredzaamheid van de persoon gerespecteerd en/of zo veel mogelijk bevorderd wordt. 3 De persoon kan de activiteit in het geheel niet zelf uitvoeren. Een andere persoon moet de activiteit geheel overnemen.