Art. 2.12 Regeling Cultuureducatie voor het Caribisch deel van het Koninkrijk 2025–2028, Bijzondere verplichtingen

Regeling Cultuureducatie voor het Caribisch deel van het Koninkrijk 2025–2028

1. De penvoerder:

a. is de partij met wie het Fonds de subsidierelatie aangaat. De penvoerder is volledig verantwoordelijk voor de naleving van de subsidieverplichtingen en voor de financiële en inhoudelijke subsidieverantwoording;

b. is verplicht tot kennisdeling, monitoring en evaluatie van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt;

c. zet in het projectplan uiteen op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan kennisdeling;

d. is verplicht deel te nemen aan het landelijke kennisdelingstraject door het Fonds en het LKCA. Bijkomende kosten hiervoor komen voor rekening van het Fonds;

e. reserveert op de begroting een reëel bedrag voor monitoring en evaluatie van activiteiten die in het kader van de regeling worden verricht;

f. zet in het projectplan uiteen op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan het monitoring- en evaluatietraject;

g. bespreekt een keer per jaar de voortgang van het project met het Fonds en het openbaar lichaam en neemt halverwege de periode deel aan een tussentijdse evaluatie;

h. is verplicht deel te nemen aan het landelijke traject voor monitoring en evaluatie door het Fonds;

i. stelt het projectplan, verantwoordingen, evaluaties en contactgegevens van de penvoerder beschikbaar voor de kennisdelingsactiviteiten die worden georganiseerd door het LKCA.

2. Het project:

a. start niet eerder dan dertien weken na het indienen van de aanvraag;

b. heeft een looptijd van 15 maart 2025 tot en met uiterlijk 31 december 2028. Het Fonds kan besluiten van deze termijnen afwijken.