Bijlage 2 Instellingsbesluit Opvolgingscommissie Dansen
Instellingsbesluit Opvolgingscommissie Dansen
Ondergetekenden nemen het volgende in overweging: Alternatief in geval van commissielid: Deze overeenkomst is uitsluitend onderworpen aan Nederlands recht. Alle geschillen die in verband met deze overeenkomst ontstaan, geschillen over het bestaan en de geldigheid daarvan daaronder begrepen, zullen uitsluitend worden beslecht door de bevoegde rechter in Den Haag. Ten bewijze waarvan: Deze overeenkomst is ondertekend op de hieronder vermelde data: Vertegenwoordigd door [Functie] [Namens deze [y]] Datum: Datum: Handtekening: Handtekening:
- 1. De Staat der Nederlanden vertegenwoordigd door ([functie]), waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag (hierna: de Staat); en
- 2. De heer/mevrouw [x, vervangen door voorletters en achternaam], wonende te [woonplaats]; De Staat en [x], tezamen aangeduid als Partijen;
- • De Staat heeft een commissie in het leven geroepen die de aanbevelingen uit het Verinorm rapport Schaduwdansen monitort en adviseert over de planvorming, uitvoering, implementatie en borging hiervan (hierna: de Opvolgingscommissie Dansen). De Staat heeft [x] verzocht deze commissie voor te zitten;
- • heeft [x] aangezocht met de vraag of hij/zij bereid zou zijn deel uit te maken van de Opvolgingscommissie Dansen; [x] heeft die vraag bevestigend beantwoord;
- • De benoeming van de leden van de Opvolgingscommissie Dansen en de formulering van de taken heeft plaatsgevonden bij het Instellingsbesluit Opvolgingscommissie Dansen en het Benoemingsbesluit Opvolgingscommissie Dansen;
- • De vrijwaringsafspraken vinden hun grond in de wenselijkheid dat de voorzitter/een lid van de Opvolgingscommissie Dansen bij de uitoefening van de werkzaamheden niet belemmerd mag worden door de vrees voor claims of klachten van enigerlei partij die met die werkzaamheden, of het voorzitterschap/lidmaatschap van de Opvolgingscommissie Dansen, verband houden;
- • Partijen zijn in verband met het bovenstaande het volgende overeengekomen.
- 1.1 De Staat vrijwaart [x] ter zake van aanspraken van derden met betrekking tot het uitvoeren van de opdracht die is verleend in het Instellingsbesluit Opvolgingscommissie Dansen, tenzij er sprake is van opzet of grove schuld aan de zijde van [x].
- 1.2 [x] brengt een aanspraak van een derde tot vergoeding van schade of enigerlei andere vordering, dan wel een (tucht)klacht van een derde, die verband houdt met het voorzitterschap/lidmaatschap van [x] van de Opvolgingscommissie Dansen en/of met de werkzaamheden die [x] vanwege dat voorzitterschap/lidmaatschap uitvoert of heeft uitgevoerd (welke aanspraak of enigerlei andere vordering, of (tucht)klacht, hierna gezamenlijk te worden aangeduid met de term ‘Aanspraak’) zo spoedig mogelijk ter kennis van de Staat.
- 1.3 [x] laat de leiding ten aanzien van het verweer tegen een Aanspraak over aan de Staat. Dit verweer zal wel met [x] worden afgestemd. Onder die leiding is ook begrepen de keuze voor de inschakeling van een advocaat en zo ja, wie. Het overlaten van de feitelijke leiding houdt tevens in dat [x] reeds nu voor alsdan onherroepelijke toestemming aan de Staat verleent om namens hem/haar in rechte verweer te (doen) voeren tegen een Aanspraak.
- 1.4 [x] verleent reeds nu voor alsdan een onherroepelijke volmacht aan de Staat om namens hem/haar een regeling in der minne te treffen met betrekking tot een Aanspraak. De hieruit voortvloeiende financiële verplichtingen zullen worden gedragen door de Staat.
- 1.5 Indien in rechte enigerlei bedrag aan schadevergoeding jegens [x] wordt toegewezen in verband met een Aanspraak, zal dit door de Staat worden voldaan. Indien als gevolg van een eventueel rechtsmiddel dit bedrag zou moeten worden gerestitueerd, zal de Staat dit namens [x] incasseren en als zijn/haar vertegenwoordiger vervolgens aan de Staat overdragen.
- 1.6 De aan de inschakeling van een advocaat verbonden kosten worden gedragen door de Staat. Hetzelfde geldt voor de kosten die verbonden zijn aan het voeren van een procedure (zoals griffierecht, kosten voor een deskundige of een eventuele proceskostenveroordeling).
- 1.7 De Staat zal bij het voeren van verweer en bij het eventueel treffen van een minnelijke regeling de redelijke belangen van [x] in acht nemen. [x] zal zijn/haar medewerking verlenen aan het voeren van verweer tegen een Aanspraak, ongeacht of dat in of buiten rechte is.
- 1.8 Het bepaalde in de artikelen 1.4, laatste zin, 1.5, eerste zin en 1.6 blijft buiten toepassing wanneer de Aanspraak het gevolg is geweest van opzettelijk onrechtmatig handelen of van grove schuld aan de zijde van [x]. De Staat kan, met een beroep hierop, ook overgaan tot terugvordering van hetgeen op grond van de artikelen 1.4, laatste zin, 1.5, eerste zin en 1.6 is betaald.
- 1. De Staat der Nederlanden 2. [x]