Bijlage 3 Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting: behorende bij artikel 3.4 van de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting
Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting
... (naam), in zijn/haar hoedanigheid van privé persoon en als natuurlijke persoon of rechtspersoon die of samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat een veehouderij drijft, verder te noemen: de veehouder en de Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, namens deze, ....... Directeur ......... van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland overwegende: dat de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (verder: de regeling), artikel 3.4, tweede lid, onderdeel g, als voorwaarde bevat voor subsidieverstrekking dat de subsidie ontvangende veehouder zich bij overeenkomst moet hebben verbonden om: dat de aanvraag van de veehouder om subsidie op grond van de regeling te ontvangen voor het beëindigen van de veehouderijlocatie met adres ... (verder te noemen: de locatie), is toegewezen; komen het volgende overeen: Datum en plaats: ........., ......... .... .... (.... = naam vertegenwoordiger van de Staat) (... = naam veehouder) .... (... = naam echtgenote / /echtgenoot van veehouder)
- 1°. niet langer op de locatie landbouwhuisdieren te houden, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband;
- 2°. zeker te stellen dat na al dan niet tijdelijke overdracht of ingebruikgeving van de locatie of een deel daarvan aan een verkrijger of gebruiker evenmin op die locatie landbouwhuisdieren worden gehouden;
- 1. De veehouder zal, na te hebben voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 3.4 van de regeling, op de locatie niet opnieuw landbouwhuisdieren gaan houden.
- 2. De veehouder zal bij overdracht van de locatie of een deel daarvan in de koopovereenkomst een zogenaamd kettingbeding opnemen luidende dat de locatie niet gebruikt zal worden voor het houden landbouwhuisdieren en dat elke volgende verkrijger aan dezelfde verplichting wordt verbonden.