Art. 6 Regeling Geestelijk Verzorgers Defensie, Zienswijze zendende instantie bij voornemen tot oplegging van een disciplinaire straf
Regeling Geestelijk Verzorgers Defensie
1. Onverminderd het gestelde in artikel 101 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie wordt, nadat het bevoegd gezag aan de geestelijk verzorger het voornemen tot het opleggen van een disciplinaire straf als bedoeld in hoofdstuk 8 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie heeft uitgebracht, de zendende instantie, door tussenkomst van het Hoofd van Dienst van de denominatie waartoe de geestelijk verzorger behoort, in de gelegenheid gesteld een schriftelijke zienswijze te geven binnen een door het bevoegd gezag te bepalen redelijke termijn.
2. Het bevoegd gezag betrekt de schriftelijke zienswijze bij het besluit tot het al dan niet opleggen van een disciplinaire straf en informeert de zendende instantie over dit besluit, door tussenkomst van het Hoofd van Dienst van de denominatie waartoe de geestelijk verzorger behoort.