Bijlage 1 Besluit vaststelling Beleidskaders subsidie onderzoeksinfrastructuur E-RIHS: beleidskader subsidie onderzoeksinfrastructuur E-RIHS cultuurgoederen
Besluit vaststelling Beleidskaders subsidie onderzoeksinfrastructuur E-RIHS
Deze bijlage behoort bij het Besluit vaststelling Beleidskaders subsidie onderzoeksinfrastructuur E-RIHS. Het Beleidskader subsidie onderzoeksinfrastructuur E-RIHS cultuurgoederen (hierna: het beleidskader) regelt de voorwaarden waaronder de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de Minister) subsidie kan verstrekken voor de activiteiten die in het beleidskader omschreven zijn. De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS (hierna: de Kaderregeling) is van toepassing op dit beleidskader. De European Research Infrastructure Heritage Science (hierna: E-RIHS) biedt de Europese gemeenschap van erfgoedonderzoekers een internationaal netwerk voor uitwisseling van expertise, onderzoeksfaciliteiten en -data. E-RIHS richt zich op drie domeinen: roerend erfgoed (naar de definitie, opgenomen in artikel 1.1 van de Erfgoedwet: cultuurgoederen), gebouwd en archeologisch erfgoed. Het is de bedoeling om in de toekomst een Nederlands consortium op te richten als partner van E-RIHS. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (hierna: RCE) is hiervoor de coördinator. Tijdens de oprichtingsfase van dit consortium subsidieert de Minister een aantal projecten om de Nederlandse infrastructuur te versterken in voorbereiding op E-RIHS Nederland (voorbeelden hiervan zijn te vinden op de website https://www.E-RIHS.nl). Op basis van dit beleidskader wordt in 2024 subsidie verstrekt voor projecten om de onderzoeksinfrastructuur in Nederland te versterken. De projecten moeten specifiek zijn gericht op cultuurgoederen, met uitzondering van archeologisch erfgoed (zie nader ‘3. Te subsidiëren activiteiten’ hieronder). In dit beleidskader wordt onder cultuurgoederen verstaan: cultuurgoederen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. Dit zijn roerende zaken die deel uitmaken van cultureel erfgoed. In de praktijk worden cultuurgoederen ook wel ‘roerend erfgoed’ genoemd. Dit beleidskader richt zich nadrukkelijk op samenwerkingsverbanden waarin ook kleinere musea en andere erfgoedinstell
- • natuurlijke personen;
- • gemeenten, provincies, waterschappen of de openbare lichamen, bedoeld in de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- • een project moet zich in overwegende mate richten op cultuurgoederen, met dien verstande dat een project niet in overwegende mate gericht mag zijn op archeologisch erfgoed. Een project mag vanzelfsprekend ook niet in overwegende mate gericht zijn op bestanddelen van gebouwd erfgoed, zoals nagelvaste onderdelen van het interieur (bijvoorbeeld schouwpartijen of ingebouwd meubilair). De bestanddelen kunnen immers niet als roerende zaken en dus ook niet als cultuurgoederen worden aangemerkt;
- • een project dient bij te dragen aan de Nederlandse infrastructuur ter bevordering van onderzoek en de resultaten moeten beschikbaar zijn voor een breder publiek. Voorbeelden hiervan zijn: data-ontsluiting, ontwikkeling van tools en het mogelijk maken van samenwerkingen;
- • een project dient uiterlijk in 2024 te starten;
- • het project wordt aangevraagd ten behoeve van en uitgevoerd door een samenwerkingsverband van ten minste drie partijen.
- • het genereren van nieuwe onderzoeksdata;
- • het ontsluiten en (opnieuw) toegankelijk maken van bestaande onderzoeksdata (bijvoorbeeld archieven);
- • het ontsluiten en toegankelijk maken van kennis en informatie ten behoeve van behoud van vakmanschap of ambachten (bijvoorbeeld oral history informatie);
- • het organiseren van fysieke of online conferenties, workshops of bijeenkomsten, inclusief reiskosten en verblijfskosten voor deelnemende onderzoekers en deskundigen in het geval van fysieke bijeenkomsten;
- • personeelskosten, voor zover direct aan het project gerelateerd;
- • vergoeding voor reiskosten;
- • de aanschaf van apparatuur of materialen die benodigd zijn voor de uitvoering van het project tot een bedrag van € 450,– per onderdeel. Voor de aanschaf van apparatuur of materialen bóven € 450,– zijn alleen afschrijvingskosten subsidiabel.
- • indirecte kosten (overhead- en exploitatie);
- • vergoedingen voor onkosten;
- • het inrichten van een post onvoorziene kosten;
- • leasekosten die niet zijn toegespitst op het project;
- • een accountantsverklaring;
- • activiteiten die zijn uitgevoerd voorafgaand aan of ten behoeve van de indiening van de subsidieaanvraag.
- a. de mate waarin de beoogde projectresultaten bijdragen aan de onderzoeksinfrastructuur voor het onderzoek naar cultuurgoederen in Nederland;
- b. de mate waarin de bestaande of nieuwe onderzoeksdata duurzaam beschikbaar worden gemaakt voor het Nederlandse erfgoedveld, zo mogelijk vindbaar, toegankelijk, uitwisselbaar en herbruikbaar (FAIR-principes);
- c. de mate waarin verschillende disciplines, expertises en (academische) werkervaring een plaats hebben in het samenwerkingsverband en ingezet worden voor het project;
- d. de mate waarin de beoogde projectresultaten ook bruikbaar zijn voor een breder publiek buiten het erfgoedveld.
- • een aanvraag voor een subsidie gaat vergezeld van een activiteitenplan dat voldoet aan artikel 3.4 van de Kaderregeling, en een begroting die voldoet aan artikel 3.5 van de Kaderregeling en die in aanvulling daarop een financieel dekkingsplan en een uitgavenplanning bevat. Het activiteitenplan en de begroting worden opgesteld met gebruikmaking van de modellen die daartoe op https://www.cultureelerfgoed.nl beschikbaar zijn gesteld;
- • de start van het project wordt gepland na de sluiting van de aanvraagperiode, maar voor het einde van 2024;
- • de afronding van het project wordt gepland binnen een jaar na de startdatum van het project;
- • projectvoorstellen worden ingediend in het Nederlands;
- • de penvoerder en deelnemende partijen in het samenwerkingsverband tonen in de aanvraag aan dat hun organisatie zich actief inzet voor het project, in geld, in natura of in arbeidsuren. Bij elk voorstel wordt een bijdrage van alle partijen in het samenwerkingsverband verwacht. Deze kan bestaan uit de inzet van medewerkers of de verlening van toegang tot relevante collecties en onderzoeksfaciliteiten om de activiteiten beschreven in het activiteitenplan mogelijk te maken;
- • in de begroting aangegeven hoe de aangevraagde middelen worden verdeeld over de partijen in het samenwerkingsverband.