Bijlage 1 Regeling financiële ondersteuning fracties en groepen Tweede Kamer 2023: bij de Regeling financiële ondersteuning fracties en groepen Tweede Kamer 2023

Regeling financiële ondersteuning fracties en groepen Tweede Kamer 2023

Artikel 1 1.1. De stichting draagt de naam: Stichting ter ondersteuning Tweede Kamer [fractie/groep]. 1.2. Zij heeft haar zetel in de gemeente 's-Gravenhage. Artikel 2 2.1. De stichting heeft – met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 – ten doel: Artikel 3 3.1. Het vermogen van de stichting wordt gevormd door: 3.2. Het vermogen van de stichting mag niet gebruikt worden ter bekostiging van: Artikel 4 4.1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur vast te stellen aantal van ten minste drie (3) natuurlijke personen. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. 4.2. Tot bestuurder kunnen slechts worden benoemd leden van de Fractie. Het Presidium, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, van het Reglement van Orde (het Presidium), kan voor iedere afzonderlijke benoeming ontheffing verlenen van deze kwaliteitseis. Deze ontheffing wordt in elk geval verleend indien de Fractie uit minder dan drie (3) leden bestaat. 4.3. Indien het Presidium ontheffing verleent van de kwaliteitseis, bedoeld in artikel 4.2, dan geldt dat: 4.4. De bestuurders worden – met inachtneming van artikel 4.2 en, voor zover toepasselijk, artikel 4.3 – benoemd door het bestuur. 4.5. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan, dan wel in de plaats van de beide laatsten een secretaris-penningmeester. 4.6. Bestuurders worden benoemd voor de tijd van ten hoogste vier (4) jaren en treden af volgens een door het bestuur vast te stellen rooster van aftreden; een volgens het rooster aftredende bestuurder is onmiddellijk herbenoembaar. De in een tussentijdse vacature benoemde bestuurder neemt op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd. 4.7. Een bestuurder defungeert: 4.8. De bestuurder van wie het ontslag, bedoeld in artikel 4.7 onder f., aan de orde is, dient voor het te nemen besluit tot ontslag gehoord te worden. 4.9. Een besluit tot ontslag als bedoeld in artikel 4.7 onder f. behoeft