Bijlage 1 Besluit bekendmaking veiling vergunningen aanvraag- en veilingprocedure digitale radio-omroep DAB laag 6: conceptvergunning DAB allotments 1–57
De vergunninghouder voldoet aan de technische voorschriften zoals opgenomen in de bijlage. Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan de RDI te Groningen. Deze vergunning is geldig tot en met 31 augustus 2030.
- 1. In deze vergunning wordt verstaan onder:
- a. allotment: het gebied dat gelegen is binnen de contouren zoals gevisualiseerd in de bijlage, inclusief het daar genoemde frequentieblok;
- b. binnenontvangst: portable reception class B, zoals bedoeld in paragraaf 1.3.12 van GE06;
- c. frequentieblok: frequentiekanaal met vastgestelde frequenties als onder- en bovengrens;
- d. GE06: Final Acts of the Regional Radiocommunication Conference for planning of the digital terrestrial Broadcasting service in parts of Regions 1 and 3, in the frequency bands 174–230 MHz and 470–862 MHz; Genève 2006;
- e. gemachtigde: degene die door de samenwerkende vergunninghouders is aangewezen als contactpersoon voor het allotment;
- f. minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;
- g. mobiele ontvangst: mobile reception, zoals bedoeld in paragraaf 1.3.13 van GE06;
- h. N: het aantal houders van een vergunning op een bepaald moment binnen het in de bijlage genoemde frequentiebereik;
- i. RDI: Rijksinspectie Digitale Infrastructuur;
- j. samenwerkende vergunninghouders: vergunninghouders die houder zijn van een deel van de capaciteit van de frequentieruimte zoals genoemd in de bijlage;
- k. samenwerkingsovereenkomst: overeenkomst als bedoeld in artikel 3.21 van de Telecommunicatiewet;
- 2. De definities in artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008 zijn van toepassing.
- 1. Het gebruiksrecht omvat vanaf 1 september 2024, onverminderd het achtste en negende lid, het gebruik van 1/18e deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik en allotment zoals vermeld in de bijlage.
- 2. De vergunninghouder neemt de frequentieruimte in gebruik en houdt deze in gebruik.
- 3. De frequentieruimte voor commerciële omroep wordt gebruikt voor het uitzenden van een programmakanaal als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008. Een programmakanaal met dezelfde naam mag maximaal in drie aansluitende allotments worden uitgezonden. De vergunninghouder geeft de naam van het programmakanaal op verzoek door aan de RDI.
- 4. De vergunninghouder zendt één programmakanaal bestaande uit radioprogramma’s uit:
- a. met een geluidskwaliteit die ten minste gelijk is aan 48 kb/s (stereo-uitzending), als gebruik wordt gemaakt van de techniek AAC+, of
- b. met een geluidskwaliteit die ten minste vergelijkbaar is met de kwaliteit die met stereo kan worden behaald door middel van AAC+, als gebruik wordt gemaakt van een andere techniek dan AAC.
- 5. De vergunninghouder biedt de dienst aan:
- a. vanaf 1 september 2025 met een geografische verzorging van 60% mobiele ontvangst en een demografische verzorging van 50% binnenontvangst.
- b. vanaf 1 september 2026 met een geografische verzorging van 85% mobiele ontvangst en een demografische verzorging van 65% binnenontvangst.
- 6. De geografische verzorging zoals bedoeld in het vijfde lid is voor mobiele ontvangst vastgesteld op een veldsterkte van minimaal 60 dBµV/m en de demografische verzorging voor binnenontvangst op een veldsterkte van minimaal 66 dBµV/m op 10 meter hoogte voor 50% van de tijd en plaats en bij een referentiefrequentie van 200 MHz. Als een andere centrumfrequentie wordt gebruikt, wordt de voorgeschreven veldsterkte aangepast conform onderdeel A.3.5.2 van Appendix 3.5 van Annex 2 van GE06.
- 7. Voor de ingebruiknameverplichting wordt onder geografische verzorging binnen een allotment verstaan de verzorging in het allotment inclusief binnenwater, exclusief buitenwater. Tot het buitenwater worden gerekend de Waddenzee, de Eems, de Dollard, de Noordzee, de Oosterschelde en de Westerschelde.
- 8. Als een deel van de capaciteit binnen het allotment niet is vergund, kunnen de vergunninghouders die capaciteit naar rato gebruiken voor het verbeteren van de kwaliteit.
- 9. De vergunninghouder kan een deel van de aan hem vergunde capaciteit laten gebruiken door een andere samenwerkende vergunninghouder, als beide vergunninghouders daarmee schriftelijk hebben ingestemd. De vergunninghouder die een schriftelijke instemming heeft gegeven zendt op verzoek een afschrift aan de RDI.
- 10. Als er minder dan acht vergunningen in een allotment zijn verleend, kan bij de RDI een verzoek worden ingediend om af te wijken van het vijfde lid.
- 1. Alle vergunninghouders sluiten per allotment binnen twaalf weken na een mededeling van de minister schriftelijk een samenwerkingsovereenkomst.
- 2. De samenwerkende vergunninghouders wijzen voor het allotment een gemachtigde aan en geven van deze gemachtigde naam, telefoonnummer en e-mailadres door aan de RDI.
- 3. De gemachtigde verstrekt op verzoek een afschrift van de samenwerkingsovereenkomst aan de RDI.
- 4. Als na inwerkingtreding van de samenwerkingsovereenkomst een vergunning wordt verleend voor een allotment, zorgen de samenwerkende vergunninghouders ervoor dat die nieuwe vergunninghouder op non-discriminatoire voorwaarden partij kan worden bij de samenwerkingsovereenkomst.
- 1. De vergunninghouder staakt of beperkt het gebruik van de frequentieruimte als er ontoelaatbare storing op andere gebruikers van frequentieruimte wordt veroorzaakt.
- 2. De vergunninghouder heeft geen aanspraak op enigerlei vorm van bescherming van het gebruik van frequentieruimte als er verstoring plaatsvindt in overeenstemming met bestaande rechten.
- 3. De vergunninghouder dient er rekening mee te houden dat de vergunde frequenties, gedurende de vergunningsperiode, gewijzigd kunnen worden. Kosten voor het omzetten naar andere frequenties zijn voor rekening van de vergunninghouder.
- 1. In geval van nabuurkanaalinterferentie, zoals weergegeven in tabel 2 van de bijlage, verleent de vergunninghouder medewerking om de nabuurkanaalinterferentie op te lossen dan wel te verminderen.
- 2. De vergunninghouder accepteert nabuurkanaalinterferentie veroorzaakt door derden.
- 1. Als op enige plaats binnenshuis door het gewenste signaal van de in het kader van deze vergunning gebruikte radioapparaten belemmeringen in de ontvangst van kabeltelevisie worden veroorzaakt draagt de natuurlijke persoon of rechtspersoon bedoeld in het vierde lid, dan wel als deze verzaakt, de vergunninghouder er, op verzoek van degene die de belemmeringen ondervindt, zorg voor dat deze onmiddellijk op kosten van de samenwerkende vergunninghouders worden verholpen, voor zover ter plaatse:
- a. de hoogfrequentdichtheid van de gebruikte aansluitkabels en de daaraan bevestigde connectoren een waarde hebben van ten minste 70 dB, en
- b. het stoorsignaal als gevolg van het krachtens deze vergunning gebruiken van frequentieruimte hoger is dan 23 dBμV.
- 2. De in het eerste lid, onder b, genoemde waarde dient evenredig verhoogd te worden met de waarde van het signaalniveau op het abonnee-overnamepunt boven de vereiste minimumwaarde van 60 dBμV.
- 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid, is de natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in het vierde lid, dan wel de vergunninghouder niet gehouden televisie-ontvangapparaten en aanverwante apparatuur te vervangen die:
- a. niet geschikt zijn om een stoorspanning van 23 dBμV vermeerderd met de signaalspanning op het kabeltelevisienet bij het abonnee-overnamepunt te ontvangen, of
- b. een hoogfrequentdichtheid van minder dan 70 dB hebben.
- 4. De samenwerkende vergunninghouders wijzen één natuurlijke persoon of rechtspersoon aan die de belemmeringen en de kosten, bedoeld in het eerste lid, wegneemt respectievelijk vergoedt.
- 5. De vergunninghouder is verplicht 1/Ne deel van de kosten, bedoeld in het eerste lid, te vergoeden
- 1. De vergunninghouder veroorzaakt:
- a. geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal van radioapparaten in andere radioapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen, en
- b. in het frequentiegebied van 100 kHz tot en met 2,5 GHz in ziekenhuizen, alsmede op de percelen waar deze ziekenhuizen staan, geen piekwaarde van de elektrische veldsterkte die gelijk is aan of hoger is dan 5,4 volt per meter.
- 2. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing als een vergunninghouder op of in een ziekenhuis of het perceel waarop dat ziekenhuis staat een radioapparaat heeft geplaatst met schriftelijke instemming van dat ziekenhuis.
- 3. Artikel 7, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
- 1. De vergunninghouder, of de gemachtigde, stelt de RDI van de ingebruikname en elke afzonderlijke wijziging in het gebruik van de frequentieruimte uiterlijk vier weken voorafgaand aan de ingebruikname of wijziging schriftelijk in kennis met vermelding van de datum van de ingebruikname of die wijziging.
- 2. De vergunninghouder, of de gemachtigde, overlegt de technische gegevens in elektronische vorm conform één van de twee formats zoals opgenomen op de website van de RDI.
- 3. De verplichting, bedoeld in het eerste en tweede lid, geldt niet wanneer een vergunninghouder toetreedt tot een allotment waarin de gemachtigde de ingebruikname van de frequentieruimte al heeft gemeld.