Bijlage 5 Besluit EU-verordeningen Wft: verordening (EU) nr. 648/2012 (EMIR – OTC-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters)
Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli inzake otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PbEU 2012, L 201) De Nederlandsche Bank: ten aanzien van de artikelen 4, eerste tot en met derde lid, 4 bis, 4 ter, eerste en tweede lid, 6 bis, tweede lid, 7 bis, 7 ter, 7 quinquies, 11, 12, voor zover de tegenpartij een bank, clearinginstelling, herverzekeraar, pensioenfonds of verzekeraar is, alsmede ten aanzien van de artikelen 7 sexies, 14 tot en met 21, 25 tot en met 35 en 40 tot en met 54. De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van de artikelen 4, eerste en tweede lid, 4 bis, 4 ter, eerste tot en met derde lid, 6 bis, tweede lid, 7 bis, 7 ter, 7 quinquies, 11, 12, voor zover de tegenpartij geen bank, clearinginstelling, herverzekeraar, pensioenfonds of verzekeraar is, alsmede ten aanzien van de artikelen 4, derde lid bis, 4 ter, vijfde lid, 5 tot en met 7, 7 quater, 8 tot en met 10, 36 tot en met 39, 57, 59, 61 tot en met 63, 68 en 71 tot en met 74. Last onder dwangsom Bestuurlijke boete Artikelen Artikelen Boetecategorie 4, eerste en derde lid 4, eerste en derde lid 3 4, derde lid bis (DA) 4, derde lid bis (DA) 2 4, vierde lid (RTS) 4, vierde lid (RTS) 3 4, zesde lid (RTS) 4, zesde lid (RTS) 3 4 bis, eerste tot en met derde lid 4 bis, eerste tot en met derde lid 3 4 bis, vierde lid (RTS) 4 bis, vierde lid (RTS) 3 4 ter, eerste, tweede en vijfde lid 4 ter, eerste, tweede en vijfde lid 3 4 ter, zesde lid (RTS) 4 ter, zesde lid (RTS) 3 7, eerste tot en met vierde lid 7, eerste tot en met vierde lid 2 7 bis, eerste tot en met vierde lid 7 bis, eerste tot en met vierde lid 3 7 bis, achtste lid (RTS) voor zover betrekking hebbende op het derde lid 7 bis, achtste lid (RTS) voor zover betrekking hebbende op het derde lid 3 7 bis, achtste lid (RTS) voor zover betrekking hebbende op artikel 7 ter 7 bis, achtste lid (RTS) voor zover betrekking hebbende op artikel 7 ter 2 7 ter 7 ter 2 7 quater, eerste tot en met derd
- 1. De Nederlandsche Bank vraagt advies aan de Autoriteit Financiële Markten voordat zij:
- a. beslist op een aanvraag als bedoeld in de artikelen 14, 15 en 17 van de verordening of in het kader van artikel 3:28a van de wet, voor zover betrekking hebbend op de artikelen 26 tot en met 35 en 51 tot en met 54 van de verordening, indien in dat kader dient te worden beoordeeld of wordt voldaan aan het bij of krachtens het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet bepaalde; of
- b. een vergunning intrekt op grond van artikel 20 van de verordening.
- 2. De Autoriteit Financiële Markten brengt het advies schriftelijk uit binnen zes weken na het verzoek.
- 3. De Nederlandsche Bank volgt het advies, tenzij zwaarwegende redenen betreffende de soliditeit van de aanvrager of de stabiliteit van het financiële stelsel naar het oordeel van de Nederlandsche Bank aanleiding tot afwijking geven. Indien de Nederlandsche Bank overweegt af te wijken, stelt zij de Autoriteit Financiële Markten in de gelegenheid om het advies mondeling toe te lichten. De Nederlandsche Bank motiveert een afwijking schriftelijk.
- 4. Het advies maakt deel uit van het besluit ten aanzien van de vergunning, instemming of intrekking.