Art. 3.1 Regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidzorg, Nadere invulling activiteiten hoofdstuk 3

Regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidzorg

1. Activiteiten in het kader van seksualiteitshulpverlening, zijn:

a. het signaleren van hulpvragen met betrekking tot seksuele gezondheid;

b. het verrichten van eenvoudige psychosociale en somatische diagnostiek;

c. het geven van informatie en advies;

d. het voorschrijven van en behandelen met geneesmiddelen;

e. het verwijzen ter behandeling van complexe hulpvragen;

f. het registreren van gegevens ten behoeve van beleidsvorming op het gebied van collectieve preventie en seksualiteitshulpverlening.

2. Activiteiten in het kader van soa-zorg, met betrekking tot de daarbij genoemde soa, zijn:

a. indicatiestelling, anamnese, lichamelijk onderzoek, counseling, voorlichting en afname van lichaamsmateriaal voor soa-diagnostiek;

b. het uitvoeren of laten uitvoeren van soa-diagnostiek ten behoeve van soa-zorg;

c. het periodiek uitvoeren of laten uitvoeren van diagnostiek ten behoeve van PrEP-zorg;

d. de behandeling van en op indicatie verwijzing ter behandeling van chlamydia, gonorroe, syfilis of trichomonas; de verwijzing ter behandeling van hiv, hepatitis C of hepatitis B;

e. het registeren van gegevens over de zorg, bedoeld onder a tot en met d, ten behoeve van surveillance en onderzoek naar de aanwezigheid van soa en beleidsvorming op het gebied van collectieve preventie en soa-bestrijding.