Bijlage 2 Regeling Bibob-formulieren 2024: formulier bevindingen eigen onderzoek
Regeling Bibob-formulieren 2024
Dit formulier is op grond van artikel 7a, vijfde lid, van de Wet Bibob vastgesteld door de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister voor Rechtsbescherming. Dit formulier is bedoeld om de bevindingen van het eigen onderzoek van bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak in het kader van de Wet Bibob vast te leggen en vervolgens aan het Landelijk Bureau Bibob (LBB) kenbaar te maken. Dit formulier is exclusief bedoeld voor bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak. Het moet alleen ingevuld worden als sprake is van een adviesaanvraag op grond van de Wet Bibob. Het kan voorkomen dat een antwoord niet past in de gegeven antwoordruimte. In dat geval dient u de gevraagde gegevens te vermelden op een bijlage die u bij dit formulier voegt en dient u naar die bijlage te verwijzen. Bij sommige vragen wordt, afhankelijk van het antwoord, verzocht om bepaalde informatie of documenten te overleggen. Na vraag 15 vindt u volledigheidshalve een overzicht van alle ten behoeve van een complete adviesaanvraag aan het LBB te verstrekken gegevens en bescheiden, waaronder de betreffende informatie en documenten. Het kan voorkomen dat de gevraagde informatie in bijgevoegde documenten eenduidig wordt beschreven. Als dat het geval is volstaat het om naar die documenten te verwijzen. Geef bij vragen 12 en 13 ook telkens aan uit welke bron de vermelde gegevens komen. Bij vraag 15 wordt gevraagd naar een beschrijving van de rol. Hier geeft u aan wat de relatie is van de betreffende persoon tot de betrokkene. Dit kunnen bijvoorbeeld de (direct/indirect) zeggenschaphebbende, de (direct/indirect) leidinggevende, de leidinggevende in de inrichting, de verstrekker van een geldlening of de verhuurder van het vestigingspand zijn. Uitsluitend relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Wet Bibob zijn van belang. Verstrek ook de documenten waaruit u het (vermoeden van het) bestaan van de beschreven rollen hebt afgeleid. Indien u twijfelt over de vermel
- • Bij een vof, cv of maatschap zijn de uiteindelijk zeggenschaphebbenden doorgaans de natuurlijke personen die direct of indirect aandeelhouder en/of bestuurder zijn van rechtspersonen die als vennoot optreden.
- • Bij een besloten vennootschap zijn de uiteindelijk zeggenschaphebbenden doorgaans de natuurlijke personen die direct of indirect aandeelhouder zijn, of bestuurder van een direct of indirect aandeelhouder zijn.
- • Bij een naamloze vennootschap zijn de uiteindelijk zeggenschaphebbenden doorgaans de natuurlijke personen die – voor zover bekend is of kan zijn – direct of indirect aandeelhouder zijn, of bestuurder van een direct of indirect aandeelhouder zijn. Opmerking: het kan om een groot aantal natuurlijke personen gaan die niet allemaal bekend hoeven te zijn. Overleg met het LBB over wie u informatie moet geven.
- • Bij een stichting zijn de uiteindelijk zeggenschaphebbenden doorgaans de natuurlijke personen die direct of indirect bestuurder zijn.
- • Opmerking: een zogenoemde STAK (Stichting Administratie Kantoor) is ook een stichting; (de) bestuurder(s) wordt/worden als zeggenschaphebbende(n) aangemerkt. Zie voorts hieronder bij ‘certificaathouders’.
- • Bij een vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij of coöperatie zijn de uiteindelijk zeggenschaphebbenden doorgaans de natuurlijke personen die stemgerechtigde leden zijn. Opmerking: het kan om een groot aantal natuurlijke personen gaan. Overleg met het LBB over wie u informatie moet geven.
- • Natuurlijke personen die direct of indirect certificaathouder zijn.
- • Natuurlijke personen die direct of indirect een pandrecht hebben op de desbetreffende aandelen.
- • Natuurlijke personen die direct of indirect het recht van vruchtgebruik op de desbetreffende aandelen hebben.
- • Natuurlijke personen die direct of indirect begunstigde zijn van een stichting of trust.
- • Bij een vof, cv of maatschap zijn de uiteindelijk leidinggevenden doorgaans de natuurlijke personen die direct of indirect bestuurder zijn van rechtspersonen die als vennoot optreden.
- • Bij een besloten vennootschap zijn de uiteindelijk leidinggevenden doorgaans de natuurlijke personen die direct of indirect bestuurder zijn.
- • Bij een naamloze vennootschap zijn de uiteindelijk leidinggevenden doorgaans de natuurlijke personen die direct of indirect bestuurder zijn.
- • Bij een stichting zijn de uiteindelijk leidinggevenden doorgaans de natuurlijke personen die direct of indirect bestuurder zijn.
- • Bij een vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij of coöperatie zijn de uiteindelijk leidinggevenden doorgaans de natuurlijke personen die direct of indirect bestuurder zijn.
- 1. Wie is/zijn de betrokkene(n) in dit dossier?5Hieronder dienen slechts de voor- en achternamen van natuurlijke personen en de statutaire en handelsnamen van de rechtspersonen ingevuld te worden. De overige gegevens dienen bij vraag 13 ingevuld te worden.
- □ Een privépersoon (niet in de uitoefening van een onderneming), namelijk: ....................................................
- □ Een natuurlijk persoon, namelijk:
- − met een eenmanszaak, namelijk:
- □ Vennoten van een vof, namelijk: Het betreft de volgende vof: ........................................ Indien een of meerdere van de vennoten een rechtspersoon is/zijn, dan tevens aangeven wie daarvan de directe/indirecte (uiteindelijk) zeggenschaphebbende(n) en directe/indirecte (uiteindelijk) leidinggevende(n) is/zijn:
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- □ Beherend venno(o)t(en) van een cv, namelijk: Het betreft de volgende cv: Indien een of meerdere van de vennoten een rechtspersoon is/zijn, dan tevens aangeven wie daarvan de directe/indirecte (uiteindelijk) zeggenschaphebbende(n) en directe/indirecte (uiteindelijk) leidinggevende(n) is/zijn:
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- – ............................................................................................................
- – ............................................................................................................
- – ............................................................................................................
- □ Een besloten vennootschap, namelijk: met de volgende directe/indirecte (uiteindelijk) zeggenschaphebbende(n): en met de volgende directe/indirecte (uiteindelijk) leidinggevende(n):
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- □ Een stichting, namelijk: met de volgende directe/indirecte (uiteindelijk) zeggenschaphebbende(n): en met de volgende directe/indirecte (uiteindelijk) leidinggevende(n):
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- □ Een vereniging, namelijk: met de volgende directe/indirecte (uiteindelijk) zeggenschaphebbende(n): en met de volgende directe/indirecte (uiteindelijk) leidinggevende(n):
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- □ Een andere rechtsvorm, namelijk: met de volgende directe/indirecte (uiteindelijk) zeggenschaphebbende(n): en met de volgende directe/indirecte (uiteindelijk) leidinggevende(n):
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- − ....................................................
- 2. Dit formulier betreft een:
- □ Beschikking zoals bedoeld in:
- □ de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Omgevingswet -> Ga naar vraag 3
- □ Artikel 3 Alcoholwet -> Ga naar vraag 5
- □ Artikel 3, eerste lid, van de marktverordening voor het wegvervoer, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet wegvervoer goederen, en artikel 7.1, eerste lid, van de Wet wegvervoer goederen -> Ga naar vraag 5
- □ De Wet op de Kansspelen -> Ga naar vraag 5
- □ Artikel 6 Opiumwet (opiumverloven) -> Ga naar vraag 5
- □ Gemeentelijke beschikking die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor een inrichting of bedrijf, namelijk voor een:
- □ Horecagelegenheid -> Ga naar vraag 5
- □ Coffeeshop -> Ga naar vraag 5
- □ Seksinrichting, prostitutiebedrijf en/of escortbedrijf -> Ga naar vraag 5
- □ Anders, namelijk: ............................... -> Ga naar vraag 5
- □ Subsidie inzake:....................................... Ter hoogte van: € ..............................................-> Ga naar vraag 5
- □ Overheidsopdracht inzake: ............................................. CPV-code: .............................................-> Ga naar vraag 5
- □ Vastgoedtransactie inzake: ............................................. -> Ga naar vraag 5
- □ Andere beschikking, namelijk: .............................................-> Ga naar vraag 5
- 3. Is sprake van een fatale beslistermijn (lex silencio positivo)?
- □ Ja -> Ga naar vraag 4
- □ Nee -> Ga naar vraag 5
- □ Onbekend (uitzoeken en zo spoedig mogelijk aan het LBB meedelen) -> Ga naar vraag 5
- 4. Hoeveel tijd heeft u maximaal om na ontvangst van het advies binnen uw eigen fatale beslistermijn op de aanvraag te beslissen?
- 5. Deze beschikking, opdracht of transactie is:
- □ reeds verleend, genomen, verstrekt, gegund of aangegaan.
- □ nog niet verleend, genomen, verstrekt, gegund of aangegaan.
- 6. De betrokken onderneming is:
- □ open en/of in bedrijf.
- □ (nog) niet open en/of in bedrijf.
- 7. Heeft u van de officier van justitie een bericht (OM-tip) gehad zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob? Bij ‘ja’, overleg een kopie van dit bericht.
- □ Nee
- □ Ja
- 8. Heeft u van ander bestuursorgaan of een andere rechtspersoon met een overheidstaak een bericht (tip) gehad zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob? Bij ‘ja’, overleg een kopie van dit bericht.
- □ Nee
- □ Ja
- 9. Heeft u van een RIEC een advies gehad? Bij ‘ja’, overleg een kopie van dit RIEC-advies.
- □ Nee
- □ Ja
- 10. Heeft u van het LBB een bericht (LBB-tip) gehad zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob? Bij ‘ja’, overleg een kopie van dit bericht.
- □ Nee
- □ Ja
- 11. Heeft u van het LBB een bericht ontvangen (over een gevaarsconclusie) zoals bedoeld in artikel 11a van de Wet Bibob? Bij ‘ja’, overleg een kopie van dit bericht.
- □ Nee
- □ Ja
- 12. Komen de (mogelijk) betrokken (rechts)personen en ondernemingen bij u voor in andere dossiers, op een voor de gevaarsbeoordeling door het LBB relevante wijze? Denk hierbij bijvoorbeeld aan handhavingsinformatie en vergunningsdossiers. Bij ‘ja’, overleg de (relevante delen uit de) betreffende dossiers, waaronder het eventuele besluit, ingediende bezwaargronden en beslissing op bezwaar of een uitspraak in een beroepsprocedure. Vermeld daarbij tevens of al dan niet sprake is van onherroepelijkheid.
- □ Nee
- □ Ja
- 13. Geef hieronder aan wat de bevindingen van uw eigen onderzoek zijn, wat (verder) de aanleiding voor dit adviesaanvraag is en welke feiten en omstandigheden u verder opmerkelijk en relevant acht in het onderhavige dossier.
- 14. Het kan voorkomen dat uw eigen onderzoek onvoldoende duidelijkheid heeft gebracht op specifieke voor toepassing van de Wet Bibob relevante punten. Hieronder kunt u de onderzoeksvragen aangeven die u voor het advies van belang acht.
- 15. Geef de genoemde gegevens van alle (rechts)personen en ondernemingen die (mogelijk) een rol spelen in het onderhavige dossier (als relatie in de zin van artikel 3, vierde lid, van de Wet Bibob). Vul alle velden in. Deze gegevens zijn noodzakelijk voor een snelle start van het Bibob-onderzoek. Natuurlijke personen Achternaam: Voornamen: Geboortedatum: Geboorteplaats: Straat en huisnummer: Postcode en woonplaats: Burgerservicenummer Functie: Rechtspersonen en ondernemingen (Statutaire) naam: Alle handelsnamen: Handelsregisternummer: Straat en huisnummer: Postcode en plaats: Rechtsvorm: Functie:
- 1. Een inhoudsopgave.
- 2. Een door (of in mandaat namens) het bevoegde bestuursorgaan ondertekende adviesaanvraag. Wanneer sprake is van een mandaat, dient u het mandaatbesluit mee te sturen.
- 3. De brief waarmee de betrokkene(n) genotificeerd is/zijn (in de zin van artikel 32 van de Wet Bibob). In sommige gevallen, zoals bij aanvragen om omgevingsvergunningen bouwen, kunnen er meerdere betrokkenen zijn. Deze dienen allen genotificeerd te worden.
- 4. Dit ingevulde formulier bevindingen eigen onderzoek.
- 5. Een eventuele OM-tip, tip van het LBB of tip van een andere overheidsinstantie.
- 6. Een eventueel RIEC-advies.
- 7. Een LBB-bericht (over een gevaarsconclusie) zoals bedoeld in artikel 11a van de Wet Bibob.
- 8. Een organogram ten aanzien van de bij vraag 1 genoemde (rechts)personen, indien beschikbaar.
- 9. Indien hier sprake van is: de (relevante delen van) andere dossiers (waaronder het eventuele besluit, ingediende bezwaargronden en beslissing op bezwaar of uitspraak in een beroepsprocedure) waarin de (mogelijk) betrokken (rechts)personen en ondernemingen bij u voorkomen op een voor de gevaarsbeoordeling door het LBB relevante wijze. Vermeld hierbij of er al dan niet sprake is van onherroepelijkheid.
- 10. De beschikking(saanvraag) dan wel (concept)overeenkomst/opdracht. Indien sprake is van meerdere (vigerende) omgevingsvergunningen, dient u tevens een overzicht toe te voegen van de desbetreffende vergunningen waar de adviesaanvraag op toeziet met daarbij (in elk geval) vermeld:
- – de datum van het besluit;
- – het kenmerk van de vergunning; en
- – (in het kort) de activiteit waar de vergunning op toeziet.
- 11 De door betrokkene verstrekte informatie, waaronder:
- a. het Bibob-vragenformulier. Let op dat deze is ondertekend door de betrokkene en actueel is;
- b. de daarbij gevoegde bijlagen;
- c. andere relevante correspondentie met betrokkene;
- d. verslagen van (telefoon)gesprekken met (vertegenwoordigers van) betrokkene
- 12. Resultaten van het eigen onderzoek, waaronder:
- a. Uittreksels uit het Justitiële Documentatie Systeem
- b. Uittreksels uit het Handelsregister
- c. Eventueel ontvangen politie-informatie
- d. Eventuele informatie uit andere gesloten bronnen
- e. Eventuele informatie uit de media en andere open bronnen, zoals de Kamer van Koophandel
- 13. Bestuursrechtelijke handhavingsinformatie, onder andere over:
- a. dwangsommen
- b. bestuursdwang
- c. bestuurlijke boetes
- d. de status van de procedure
- 14. Contactgegevens van de behandelend medewerker, zodat het LBB weet wie aanspreekpunt is binnen uw organisatie.
- 15. Overige relevante stukken.