Bijlage 1 Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES: lijst categorieën van inrichtingen behorend bij artikel 1.2, eerste lid, van dit besluit
Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES
In deze bijlage wordt verstaan onder: Nederlandse naam Engelse naam Effect categorie maximaal toegestane gewicht aan pyrotechnische stoffen of preparaten Knalvuurwerk bangers Knal 2 2,5 gram zwart buskruit Knalvuurwerk flashbangers Knal 3 maximaal 2 gram perchloraat/metaal knalladin Knalstrengen banger batteries repeterende knal 2 100 gram zwart buskruit in totaal; per compartiment maximaal 0,5 gram zwart buskruit 3 1.000 gram zwart buskruit in totaal; per compartiment maximaal 0,5 gram zwart buskruit of flashbangers met een max van 250 gram perchloraat/metaal mengsel knallading met een max van 1 gram per compartiment Batterij enkelschotsbuizen shot tube batteries effecten als van enkelschots-buizen 2 500 gram pyrotechnische stoffen of preparaten in totaal; per compartiment maximaal 15 gram pyrotechnische stoffen of preparaten; per compartiment als burstlading of maximaal 10 gram zwart buskruit of maximaal 4 gram nitraat/metaal of maximaal 2 gram perchloraat/metaal; knallading is niet toegestaan Batterij enkelschots-buizen shot tube effecten als van enkelschots-buizen 3 1.000 gram pyrotechnische stoffen of preparaten in totaal; per compartiment maximaal 15 gram pyrotechnische stoffen of preparaten; per compartiment als burstlading of maximaal 10 gram zwart buskruit of maximaal 4 gram nitraat/metaal of maximaal 2 gram perchloraat/metaal; knallading is niet toegestaan Batterij fonteinen of mijnen of Romeinse kaarsen batteries Effecten van meerdere fonteinen of mijnen of Romeinse kaarsen 2 200 gram pyrotechnische stoffen of preparaten; alleen batterijen toegestaan van fonteinen of mijnen of Romeinse kaarsen, waarbij ieder type afzonderlijk functioneert en voldoet aan de individuele eisen die in deze tabel aan de genoemde onderdelen zijn gesteld Combinaties van fonteinen, mijnen, Romeinse kaarsen en enkelschots-buizen combinations Gecombineerde effecten van fonteinen, mijnen, Romeinse kaarsen en enkelschots-buizen 2 500 gram pyrotechnische stoffen of preparaten; alleen
- aanhangwagen: voertuig dat kennelijk is bestemd om te worden voortbewogen door een motorrijtuig of een ander voertuig, als mede opleggers;
- ADR: de op 30 september 1957 te Geneve tot stand gekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (ADR) (Trb. 1959, 171);
- afgewerkte olie: elke soort minerale of synthetische smeerolie of industriële olie die ongeschikt is geworden voor het gebruik waarvoor zij oorspronkelijk bestemd was, waaronder in ieder geval worden begrepen gebruikte olie van verbrandingsmotoren en versnellingsbakken, alsmede smeerolie, olie voor turbines en hydraulische oliën;
- autowrak: motovoertuig dat een afvalstof is in de zin van artikel 1.2, eerste lid, van de wet;
- bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, met uitzondering van gevaarlijke afvalstoffen en nog niet ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen;
- bovengrondse opslagtank: opslagtank die geen ondergrondse opslagtank is;
- bromfiets: motorvoertuig met twee, drie of vier wielen, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig of een aanhangwagen;
- categorie 1: vuurwerk dat zeer weinig gevaar en een te verwaarlozen geluidsniveau oplevert en bestemd is voor gebruik in een besloten ruimte, inclusief vuurwerk dat bestemd is voor gebruik binnenshuis;
- categorie 2: vuurwerk dat weinig gevaar en een laag geluidsniveau oplevert en bestemd is voor gebruik buitenshuis op een afgebakende plaats;
- categorie 3: vuurwerk dat middelmatig gevaar oplevert en bestemd is voor gebruik buitenshuis in een grote open ruimte, en waarvan het geluidsniveau niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid;
- categorie 4: vuurwerk dat veel gevaar oplevert en uitsluitend bestemd is voor gebruik door personen met gespecialiseerde kennis, en waarvan het geluidsniveau niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid;
- consumentenvuurwerk: vuurwerk bestemd voor particulieren, ingedeeld in categorie 1, 2 en 3 en dat is opgenomen in artikel 1.2 van deze bijlage dof vuurwerk dat staat vermeld in artikel 1.2 van deze bijlage met ADR klasse 1.4g of met ADR klasse 1.4s;
- gevaarlijke stoffen: stoffen en voorwerpen, waarvan het vervoer volgens het ADR is verboden of slechts onder daarin opgenomen voorwaarden is toegestaan, dan wel stoffen, materialen en voorwerpen vermeld in IMDG-Code International Maritime Dangerous Goods Code (MSC.406(96);
- jachthaven: inrichting voor het bieden van gelegenheid tot het afmeren van vaartuigen;
- landbouwhuisdieren: dieren die worden gehouden voor de productie;
- motorvoertuig: alle voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders, met uitzondering van fietsen met trapondersteuning;
- ondergrondse opslagtank: opslagtank die geheel in de bodem of in een terp ligt;
- professioneel vuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie 4 en vuurwerk dat niet voldoet aan de samenstellingseisen uit artikel 1.2 van deze bijlage;
- stookinstallatie: technische eenheid waarin brandstoffen worden geoxideerd om de warmte die zo wordt opgewekt te gebruiken;
- vaartuigen: schip bestemd of gebruikt voor de zeevaart, sport of vrijetijdsbesteding
- verpakkingsgroep: groep waarin een stof is ingedeeld volgens de ADR;
- vuurwerk: artikel voor vermaak dat een explosieve stof of explosief mengsel bevat en tot doel heeft warmte, licht, geluid, gas of rook te maken door zichzelf onderhoudende exotherme chemische reacties.
- 1. Een inrichting type I is een inrichting die geen inrichting type II, III of IV is.
- 2. Een inrichting type II is een inrichting die geen inrichting type I, III of IV is.
- 3. Een inrichting type III is een inrichting die geen inrichting type I, II of IV is.
- a. een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een vermogen of een gezamenlijk vermogen groter dan 1,5 kW, onder voorwaarde dat bij de berekening van het gezamenlijk vermogen een elektromotor met een vermogen van 0,25 kW of minder buiten beschouwing blijft;
- b. een of meer verbrandingsmotoren aanwezig zijn met een vermogen of een gezamenlijk vermogen groter dan 1,5 kW, onder voorwaarde dat bij de berekening van het gezamenlijk vermogen een verbrandingsmotor met een vermogen van 0,25 kW of minder buiten beschouwing blijft;
- c. een of meer voorzieningen of installaties aanwezig zijn voor het verstoken van brandstoffen met een thermisch vermogen of een gezamenlijk vermogen groter dan 130 kW.
- a. elektromotoren, verbrandingsmotoren en installaties voor het verstoken van brandstoffen die tijdelijk in een bepaalde omgeving aanwezig zijn;
- b. elektromotoren, die in een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat voor bewoning wordt gebruikt of daartoe is bestemd, ten behoeve van dat gebouw worden aangewend.
- a. een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een vermogen of een gezamenlijk vermogen groter dan 20 kW;
- b. een of meer voorzieningen of installaties voor het verstoken van brandstoffen met een thermisch vermogen of een gezamenlijk vermogen groter dan 20 kW en kleiner dan 1 MWth.
- 1. een of meer stookinstallaties met een nominaal vermogen groter dan 20 kW aanwezig zijn, waarin een andere stof wordt verstookt dan:
- a. propaangas;
- b. butaangas, of
- c. vloeibare brandstoffen, inclusief biodiesel, die voldoen aan NEN-EN 14214.
- 2. een of meer voorzieningen of installaties voor het verstoken van brandstoffen met een thermisch vermogen of een gezamenlijk vermogen groter dan 1 MWth.
- a. het vullen van gasflessen met propaan of butaan met een inhoud kleiner dan 12 liter vanuit een gasfles van maximaal 150 liter;
- b. het vullen van gasflessen met verstikkende gassen;
- c. het vullen van gasflessen met een inhoud van maximaal 2 liter met zuurstof vanuit een concentrator;
- d. het vullen van gasflessen met een inhoud van maximaal 3 liter en met een druk van maximaal 1,6 bar, met diep gekoelde vloeibare zuurstof vanuit een gasfles met een inhoud van maximaal 60 liter met een druk van maximaal 1,6 bar;
- e. het vullen van gasflessen met ademlucht voor duikers met inhoud van maximaal 15 liter;
- f. de opslag van propaan, propeen, zuurstof, vergistingsgas, kooldioxide, lucht, argon, helium of stikstof in één of meer opslagtanks.
- a. voor het vervaardigen van gassen;
- b. voor de opslag van meer dan 1.500 liter ammoniak in gasflessen;
- c. voor de opslag van meer dan 1.500 liter ethyleenoxide in gasflessen;
- d. voor de opslag van meer dan 250 liter van gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen in gasflessen;
- e. voor de opslag van propaan of propeen in meer dan twee opslagtanks;
- f. voor de opslag van propaan of propeen waarbij het gas, behoudens voor het leegmaken voor verplaatsing van de opslagtank, niet uitsluitend in de gasfase aan een opslagtank wordt onttrokken;
- g. voor de opslag van andere gassen dan propaan, propeen, zuurstof, vergistingsgas, kooldioxide, lucht, argon, helium of stikstof in één of meer opslagtanks;
- h. voor de opslag van andere gassen dan propaan in ondergrondse opslagtanks;
- i. voor de opslag van gassen in een gaszak;
- j. voor de opslag van gassen, anders dan in gasflessen, gaspatronen, spuitbussen, gaszakken of opslagtanks van metaal of kunststof;
- k. voor het afleveren van LPG;
- l. voor het vullen van gasflessen van ADR klasse 2, met uitzondering van onderdeel 2.2 onder a tot en met f;
- m. voor het vullen van spuitbussen, uitgezonderd het niet geautomatiseerd afvullen met stoffen anders dan drijfgassen;
- n. waar warmtepompen, koelinstallaties of vriesinstallaties aanwezig zijn, met een inhoud per installatie van meer dan 1.500 kilogram ammoniak of 100 kilogram propaan, butaan of een mengsel van propaan en butaan;
- o. voor het begassen of ontgassen van containers.
- 1°. 10.000 tot gevarengroep 1.4 van het VLG behorende patronen dan wel onderdelen daarvan voor vuurwapens met een kaliber van niet meer dan 13,2 mm of voor schietgereedschap;
- 2°. 1 kilogram tot gevarengroep 1.1 van het VLG behorend zwart buskruit;
- 3°. 3 kilogram tot gevarengroep 1.3 van het VLG behorend rookzwak buskruit;
- 4°. 10 kilogram tot gevarengroep 1.4 van het VLG behorend pyrotechnisch speelgoed;
- 5°. 25 kilogram tot gevarengroep 1.4 van het VLG behorend consumentenvuurwerk.
- a. consumentenvuurwerk wordt verpakt of herverpakt, opgeslagen of overgeslagen, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 1.100 kilogram;
- b. professioneel vuurwerk wordt verpakt of herverpakt, opgeslagen of overgeslagen;
- c. meer dan 1 kilogram zwart kruit wordt opgeslagen;
- d. meer dan 50 kilogram rookzwak kruit wordt opgeslagen;
- e. meer dan 50 kilogram netto explosieve massa noodsignaal wordt opgeslagen;
- f. meer dan 250.000 patronen ten behoeve van schiethamers worden opgeslagen;
- g. de opslag van andere ontplofbare stoffen dan de hierboven genoemde stoffen en anders dan pyrotechnisch speelgoed plaatsvindt.
- a. het bewerken, verwerken, afleveren, op- en overslaan van de volgende gevaarlijke stoffen, preparaten of andere producten uit:
- 1°. de categorie oxiderend;
- 2°. de categorie zeer licht ontvlambaar;
- 3°. de categorie licht ontvlambaar;
- 4°. de categorie ontvlambaar;
- 5°. de categorie brandbaar;
- 6°. de categorie zeer vergiftig;
- 7°. de categorie vergiftig;
- 8°. de categorie schadelijk;
- 9°. de categorie bijtend;
- 10°. de categorie irriterend;
- 11°. de categorie sensibiliserend;
- 12°. de categorie kankerverwekkend;
- 13°. de categorie mutageen;
- 14°. de categorie voor de voortplanting vergiftig;
- 15°. de categorie milieugevaarlijk.
- b. producten, waarin stoffen of preparaten, bedoeld onder a, zijn verwerkt;
- c. cosmetische of farmaceutische producten.
- a. de opslag van vloeibare brandstoffen, afgewerkte olie of stoffen van klasse 5.1 of klasse 8, verpakkingsgroepen II en III, bedoeld in bijlage A van de ADR met een gezamenlijke inhoud van maximaal 150 m3;
- b. het afleveren van vloeibare brandstoffen.
- a. voor de opslag van gevaarlijke stoffen in tanks anders dan vloeibare brandstoffen of afgewerkte olie in ondergrondse opslagtanks;
- b. voor de opslag van gevaarlijke stoffen anders dan genoemd in onderdeel 4.3 van deze bijlage;
- c. voor de opslag van meer dan 10.000 kilogram gevaarlijke stoffen in verpakking als bedoeld in onderdeel 4.1 van deze bijlage;
- d. waar een praktijkruimte of laboratorium aanwezig is, waar gericht wordt gewerkt met biologische agentia;
- e. het opslaan van vloeibare brandstoffen of afgewerkte olie in opslagtanks met een inhoud van meer dan 150 m3;
- f. het opslaan van stoffen van klasse 5.1 of klasse 8, verpakkingsgroepen II en III, bedoeld in bijlage A van de op 30 september 1957 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171) in tanks met een gezamenlijke inhoud van meer dan 150 m3.
- a. het vervaardigen van stoffen zoals genoemd in onderdeel 4.1 van deze bijlage;
- b. het op- en overslaan van aardolie, aardolieproducten of koolwaterstoffen in vloeibare toestand met een capaciteit voor de opslag van deze stoffen of producten van 2.500 ton of meer;
- c. het op- en overslaan van aardolie, aardolieproducten of koolwaterstoffen in vloeibare toestand met een capaciteit voor de opslag van deze stoffen of producten van 25.000 ton of meer, als bedoeld in artikel 8.6, eerste lid, van de wet;
- d. het raffineren van aardolie of aardoliefracties, kraken of vergassen.
- a. het kweken, fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren;
- b. het op- en overslaan van huiden, bont, leer of lederhalffabrikaten;
- c. het vervaardigen, bewerken of verwerken van huiden, bont, leer of lederhalffabrikaten;
- d. het bewerken, verwerken, op- en overslaan van producten, die bij het slachten van dieren vrijkomen;
- e. het slachten van dieren.
- a. het fokken of houden van 100 tot en met 200 vogels of van 25 tot en met 50 zoogdieren;
- b. het houden voor productie tot en met 300 stuks pluimvee;
- c. het houden tot en met 100 stuks landbouwhuisdieren in het totaal;
- d. het op- en overslaan van huiden, bont, leer of lederhalffabrikaten;
- e. het vervaardigen, bewerken of verwerken van huiden, bont, leer of lederhalffabrikaten;
- f. het bewerken, verwerken, op- en overslaan van producten, die bij het slachten van dieren vrijkomen.
- a. Het fokken of houden van meer dan 200 vogels of meer dan 50 zoogdieren;
- b. het houden voor productie van meer dan 300 stuks pluimvee;
- c. het houden van meer dan 100 stuks landbouwhuisdieren in het totaal;
- d. het kweken van waterdieren in één of meer tanks met een gezamenlijke inhoud van 10.000 liter of meer;
- e. het kweken van consumptievis;
- f. het industrieel vervaardigen, bewerken of verwerken van huiden, bont, leer of lederhalffabrikaten;
- g. het slachten van dieren.
- a. het vervaardigen, bewerken, verwerken, op- en overslaan van vlees of vleeswaren;
- b. het bewerken, verwerken, op- en overslaan van vis, weekdieren, schaaldieren of producten, die bij de bewerking of verwerking daarvan vrijkomen;
- c. het vervaardigen van brood, banket, chocoladeproducten, beschuit, koek of biscuit;
- d. het vervaardigen, bewerken of verwerken van voedingsmiddelen, genotmiddelen of grondstoffen daarvoor;
- e. het vervaardigen, bewerken, verwerken, op- en overslaan van voedingsmiddelen voor dieren of grondstoffen daarvoor;
- f. het telen, behandelen, verhandelen, op- en overslaan van landbouwproducten.
- a. het vervaardigen, bewerken, verwerken, op- en overslaan van vlees of vleeswaren;
- b. het bewerken, verwerken, op- en overslaan van vis, weekdieren, schaaldieren of producten, die bij de bewerking of verwerking daarvan vrijkomen;
- c. het vervaardigen van brood, banket, chocoladeproducten, beschuit, koek of biscuit;
- d. het vervaardigen, bewerken of verwerken van voedingsmiddelen, genotmiddelen of grondstoffen daarvoor;
- e. het vervaardigen, bewerken, verwerken, op- en overslaan van voedingsmiddelen voor dieren of grondstoffen daarvoor;
- f. het telen, behandelen, verhandelen, op- en overslaan van landbouwproducten.
- a. het vervaardigen, bewerken of verwerken van voedingsmiddelen, genotmiddelen of grondstoffen daarvoor waarbij de gezamenlijke nominale belasting op bovenwaarde van continu-ovens meer bedraagt dan 400 kW;
- b. het kweken van algen.
- a. keramische producten, bak-, sier- of bestratingstenen, dakpannen, porselein, aardewerk, kalkzandsteen, cement, cementmortel, cementwaren of kalk;
- b. betonmortel of betonwaren;
- c. ertsen, mineralen, derivaten van ertsen of mineralen, minerale producten of mergel;
- d. asbest of asbesthoudende producten;
- e. glas of glazen voorwerpen;
- f. asfalt of asfalthoudende producten;
- g. steen, gesteente (diabaas) of stenen voorwerpen, niet zijnde puin;
- h. zand of grind;
- i. grond.
- a. keramische producten, bak-, sier- of bestratingstenen, dakpannen, porselein, aardewerk, kalkzandsteen, cement, cementmortel, cementwaren of kalk;
- b. betonmortel of betonwaren;
- c. ertsen, mineralen, derivaten van ertsen of mineralen, minerale producten of mergel;
- d. glas of glazen voorwerpen;
- e. steen, gesteente (diabaas) of stenen voorwerpen, niet zijnde puin;
- f. zand of grind;
- g. grond.
- a. het vervaardigen of bewerken met apparaten met een individuele nominale belasting op bovenwaarde van meer dan 130 kW of een aansluitwaarde van meer dan 130 kW van keramische producten, bak-, sier- of bestratingstenen, dakpannen, porselein of aardewerk;
- b. het vervaardigen of bewerken met apparaten met een individuele nominale belasting op bovenwaarde van meer dan 130 kW of een aansluitwaarde van meer dan 130 kW van glas of glazen voorwerpen;
- c. het winnen van steen of steenachtige materialen;
- d. het winnen, breken, malen, zeven of drogen van zand, grind, kalk of andere mineralen of derivaten daarvan;
- e. het vervaardigen, bewerken of verwerken van asfalt of asfalthoudende producten.
- a. het vervaardigen van ruw ijzer, ruw staal of primaire non-ferro metalen;
- b. het gieten van metalen of hun legeringen;
- c. het harden of gloeien van metalen of het diffunderen van stoffen in het metaaloppervlak, indien daarbij zouten, oliën of gassen anders dan inerte gassen of koolzuurgas worden toegepast;
- d. het behandelen van metaaloppervlakken door schoonbranden en pyrolyse;
- e. het aanbrengen van metaallagen met cyanidehoudende baden, met een totale badinhoud van meer dan 100 liter.
- a. het vervaardigen, onderhouden, repareren, behandelen van de oppervlakte, keuren, reinigen, verhandelen, verhuren of proefdraaien van:
- 1°. Vliegtuigen;
- 2°. Motoren, motorvoertuigen of -vaartuigen;
- 3°. Caravans;
- 4°. Landbouwwerktuigen;
- 5°. Bromfietsen;
- b. het parkeren van drie of meer voor het vervoer van goederen langs de weg bestemde motorvoertuigen, gelede motorvoertuigen, aanhangwagens of opleggers, waarvan de massa van het ledige voertuig, vermeerderd met het laadvermogen, meer bedraagt dan 3.500 kilogram.
- a. waar binnen een afstand van 50 meter van de grens van de inrichting gevoelige objecten aanwezig zijn en in de periode tussen 19.00 en 07.00 uur, gemiddeld vier of minder transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer dan 3.500 kilogram is;
- b. waar in de buitenlucht geen oefenterrein voor motorvoertuigen aanwezig is;
- c. voor het bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage voor maximaal 30 personenauto’s;
- d. voor het in werking hebben van een acculader.
- a. het onderhouden, repareren, behandelen van de oppervlakte, keuren, reinigen, verhandelen, verhuren of proefdraaien van:
- 1°. Motoren, motorvoertuigen of bromfietsen;
- 2°. Landbouwwerktuigen;
- 3°. Vaartuigen met een langs de waterlijn te meten lengte van maximaal 10 meter.
- b. het parkeren van drie of meer voor het vervoer van goederen langs de weg bestemde motorvoertuigen, gelede motorvoertuigen, aanhangwagens of opleggers, waarvan de massa van het ledige voertuig, vermeerderd met het laadvermogen, meer bedraagt dan 3.500 kilogram.
- a. het vervaardigen, repareren, proefdraaien of uitwendig reinigen van vliegtuigen;
- b. het bouwen of verbouwen van metalen vaartuigen;
- c. het vervaardigen, onderhouden, repareren of het behandelen van de oppervlakte van vaartuigen van meer dan 10 meter;
- d. het afmeren van zeegaande veerboten, containerschepen en cruiseschepen;
- e. het overslaan van schip naar schip;
- f. het reinigen van tankschepen;
- g. het meer dan 24 uur parkeren van vervoerseenheden met gevaarlijke stoffen;
- h. het parkeren van meer dan drie vervoerseenheden met gevaarlijke stoffen.
- a. het bewerken, verwerken, opslaan, overslaan of reinigen van textiel, woningtextiel, textielgrondstoffen of producten hiervan;
- b. het bewerken, verwerken, op- en overslaan van papierstof, papier of producten hiervan;
- c. het toepassen van grafische technieken.
- a. het bewerken, verwerken, opslaan, overslaan of reinigen van textiel, woningtextiel, textielgrondstoffen of producten hiervan;
- b. het bewerken, verwerken, op- en overslaan van papierstof, papier of producten hiervan;
- c. het toepassen van grafische technieken.
- a. het vervaardigen van textiel en woningtextiel;
- b. het vervaardigen van papier of producten hiervan.
- a. het opslaan, behandelen of reinigen van afvalwater.
- b. een inrichting voor het lozen van:
- 1°. afvalwater of overige vloeistoffen op of in de bodem;
- 2°. afvalwater of andere afvalstoffen in een openbaar hemelwaterstelsel;
- 3°. afvalwater of andere afvalstoffen in een openbaar vuilwaterriool;
- 4°. afvalwater of andere afvalstoffen in een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.
- a. het lozen van huishoudelijk afvalwater;
- b. het lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening.
- a. binnen mede op basis van de aard van de inrichting het niet aannemelijk is dat in enig vertrek van de inrichting het equivalente geluidsniveau (Leq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:
- 1°. 70 dB(A), indien dit vertrek zich bevindt in een gevoelig gebouw of grenst aan een gevoelig gebouw;