Bijlage 5 HERDRUK Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2024, versie 1.00: jeugdstrafrecht en civiel jeugdrecht (machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg)
HERDRUK Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2024, versie 1.00
De rechtspraak wil in het kader van effectieve(re) rechtspraak meer samenhang aanbrengen in de behandeling en afdoening van jeugdstrafzaken en civiele jeugdzaken. Daartoe worden onder meer binnen de rechtbanken jeugdteams geformeerd en vaker combi-zittingen georganiseerd. Het komt steeds vaker voor dat in het jeugdrecht straf- en civiele aspecten met elkaar samenhangen c.q. naast elkaar spelen. De Raad voor Rechtsbijstand, de NOvA en de rechtspraak achten het van groot belang dat de rechtsbijstand in zaken waarin minderjarigen zijn betrokken, wordt verleend door advocaten die voldoende kennis en ervaring in beide rechtsgebieden hebben. Het gaat hierbij specifiek om jeugdstrafzaken en machtigingen uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. Teneinde een minimum kwaliteitsniveau te waarborgen heeft de Raad voor Rechtsbijstand na overleg met de NOvA en de rechtspraak na te noemen criteria vastgesteld, waaraan een advocaat dient te voldoen om door de rechtbank te kunnen worden toegevoegd in jeugdstrafzaken dan wel uithuisplaatsingen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. Advocaten kunnen zich bij de Raad inschrijven voor de specialisatie jeugdstrafrecht en/of de specialisatie civiel jeugdrecht. Advocaten die voor de specialisatie jeugdstrafrecht staan ingeschreven kunnen, als zij aan de voorwaarden voldoen, er voor kiezen zich ook in te schrijven voor de jeugdstrafpiketplanning. De Raad voor Rechtsbijstand stuurt de rechtbanken periodiek actuele overzichten met voor de specialisatie jeugdstrafrecht en voor de specialisatie civiel jeugdrecht ingeschreven advocaten. Het toevoegen op ambtshalve last van de president/de kinderrechter geschiedt door de Raad voor Rechtsbijstand. De president/de kinderrechter zal aan de hand van twee uitgangspunten de toevoegingen verdelen over de voor de bovengenoemde specialisaties ingeschreven advocaten. Hij zal rekening houden met de woonplaats van de betreffende minderjarige en in beginsel een advocaat uit hetzelfd
- a) het beschikken over minimaal drie jaar relevante beroepservaring66Onder relevante beroepservaring wordt verstaan: drie jaar werkervaring als beëdigd advocaat. Een kortere werkervaring als advocaat volstaat, mits die gecombineerd wordt met relevante en gelijkwaardige werkervaring elders, bijvoorbeeld in een beroep bij het Openbaar Ministerie, de Rechterlijke Macht, de Politie of Jeugdzorg. en;
- b) het met goed gevolg hebben afgerond van de beroepsopleiding advocaten oude stijl van de NOvA (beroepsopleiding tot september 2013) of het eerste leerjaar van de beroepsopleiding advocaten van de NOvA (beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021) met minor of major strafrecht of het eerste leerjaar van de beroepsopleiding advocaten van de NOvA (beroepsopleiding vanaf maart 2021) met hoofdpraktijk strafrecht67Advocaten die het eerste leerjaar van de beroepsopleiding advocaten van de NOvA hebben afgerond en de minor of major strafrecht (beroepsopleiding tot maart 2021) of de hoofdpraktijk strafrecht (beroepsopleiding vanaf maart 2021) niet afgerond hebben, moeten in plaats daarvan de in artikel 6a van de inschrijvingsvoorwaarden genoemde, door de Raad goedgekeurde, cursus op het terrein van het strafrecht in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot deelname hebben gevolgd. en;
- c) het in de afgelopen drie jaar behaald hebben van acht opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht en vier opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht68Advocaten die zich tegelijkertijd in willen schrijven voor jeugdstrafrecht én civiel jeugdrecht dienen voor inschrijving voor beide specialisaties in totaal 10 opleidingspunten in de afgelopen 3 jaar op het terrein van het jeugdstrafrecht en 10 opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht behaald te hebben en 3 jeugdstrafzaken en 3 machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting te hebben meegelopen. De advocaat die reeds ingeschreven staat voor de specialisatie civiel jeugdrecht en daartoe bij inschrijving reeds 8 opleidingspunten op het terrein van het civiel jeugdrecht en 4 opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht heeft behaald, dient in plaats van de onder c) genoemde eis aanvullend 2 opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht en 6 opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht behaald in de afgelopen 3 jaar te overleggen. en;
- d) het meegelopen hebben van minimaal drie zittingen in een jeugdstrafzaak met een andere reeds drie jaar voor de specialisatie jeugdstrafrecht (voorheen de specialisatie jeugdzaken) ingeschreven advocaat en;69De advocaat die reeds ingeschreven staat voor de specialisatie civiel jeugdrecht en daartoe reeds 1 jeugdstrafzaak heeft meegelopen dient in plaats van de genoemde 3 jeugdstrafzaken slechts 2 jeugdstrafzaken mee te lopen.
- e) het meegelopen hebben van minimaal één zitting ter zake van een machtiging plaatsing gesloten jeugdinrichting met een andere reeds drie jaar voor de specialisatie civiel jeugdrecht (voorheen de specialisatie jeugdzaken) ingeschreven advocaat.70Deze eis geldt niet voor de advocaat die reeds ingeschreven staat voor de specialisatie civiel jeugdrecht en daartoe reeds 3 machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting heeft meegelopen.
- a) het met succes gevolgd hebben van een door de Raad goedgekeurde strafpiketcursus in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot deelname. Dit vereiste geldt niet voor advocaten die de hoofdpraktijk strafrecht van de beroepsopleiding advocaten van de NOvA succesvol hebben afgerond en;71De goedgekeurde strafpiketcursussen staan vermeld op www.rvr.org. Andere strafpiketcursussen kunnen door opleidingsinstellingen voor erkenning aan de Raad worden voorgelegd. Bij het verzoek moet aannemelijk worden gemaakt dat die piketcursussen tenminste gelijkwaardig zijn.
- b) de advocaat dient te verklaren zich te houden aan het door de Raad vastgestelde reglement piket.
- a) het behandelen van minimaal zes toegevoegde jeugdstrafzaken per jaar en;72Er bestaat de mogelijkheid tot ontheffing door de Raad voor Rechtsbijstand indien het zaaksaanbod in het gebied waar de regeling van toepassing is te gering is om aan deze voorwaarde te voldoen. Ook dan geldt wel de eis dat tenminste één jeugdstrafzaak is behandeld.
- b) Het behalen van minimaal acht opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht, waaronder tenminste één actualiteitencursus, per jaar. Opleidingspunten behaald op het terrein van vaardigheden op het terrein van het jeugdstrafrecht tellen voor dit aantal mee. Opleidingspunten behaald op het terrein van het jeugdstrafrecht kunnen tevens tot een maximum van vier punten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie strafrecht bij de Raad en;
- c) Indien de advocaat reeds drie jaar voor dit rechtsgebied staat ingeschreven: het verlenen van medewerking aan het laten meelopen van collega’s bij zittingen op het terrein van het jeugdstrafrecht.
- a) het beschikken over minimaal drie jaar relevante beroepservaring73Onder relevante beroepservaring wordt verstaan: drie jaar werkervaring als beëdigd advocaat. Een kortere werkervaring als advocaat volstaat, mits die gecombineerd wordt met relevante en gelijkwaardige werkervaring elders. Bijvoorbeeld in een beroep bij het Openbaar Ministerie, de Rechterlijke Macht, de Politie of Jeugdzorg. en;
- b) het met goed gevolg hebben afgerond van de beroepsopleiding advocaten oude stijl van de NOvA of het eerste leerjaar van de beroepsopleiding advocaten van de NOvA (beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021) met minor of major strafrecht of het eerste leerjaar van de beroepsopleiding advocaten van de NOvA (beroepsopleiding vanaf maart 2021) met hoofdpraktijk strafrecht74Advocaten die het eerste leerjaar van de beroepsopleiding advocaten van de NOvA hebben afgerond en de minor of major strafrecht (beroepsopleiding tot maart 2021) of de hoofdpraktijk strafrecht (beroepsopleiding vanaf maart 2021) niet afgerond hebben, moeten in plaats daarvan de in artikel 6a van de inschrijvingsvoorwaarden genoemde, door de Raad goedgekeurde, cursus op het terrein van het strafrecht in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot deelname hebben gevolgd. en;
- c) het in de afgelopen drie jaar behaald hebben van acht opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht en vier opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht75Advocaten die zich tegelijkertijd in willen schrijven voor jeugdstrafrecht én civiel jeugdrecht dienen voor inschrijving voor beide specialisaties in totaal 10 opleidingspunten in de afgelopen 3 jaar op het terrein van het jeugdstrafrecht en 10 opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht behaald te hebben en 3 jeugdstrafzaken en 3 machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting te hebben meegelopen. De advocaat die reeds ingeschreven staat voor de specialisatie jeugdstrafrecht en daartoe bij inschrijving reeds 8 opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht en 4 opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht heeft behaald, dient in plaats van de onder c) genoemde eis aanvullend 2 opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht en 6 opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht behaald in de afgelopen 3 jaar te overleggen. en;
- d) het meegelopen hebben van minimaal drie zittingen ter zake van een machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting met een andere reeds drie jaar voor de specialisatie civiel jeugdrecht (voorheen de specialisatie jeugdzaken) ingeschreven advocaat en;76De advocaat die reeds ingeschreven staat voor de specialisatie jeugdstrafrecht en daartoe reeds 1 zitting in een machtiging plaatsing gesloten jeugdinrichting heeft meegelopen dient in plaats van de genoemde 3 zaken slechts 2 machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting mee te lopen.
- e) het meegelopen hebben van minimaal één zitting in een jeugdstrafzaak met een andere reeds drie jaar voor de specialisatie jeugdstrafrecht (voorheen de specialisatie jeugdzaken) ingeschreven advocaat.77Deze eis geldt niet voor de advocaat die reeds ingeschreven staat voor de specialisatie jeugdstrafrecht en daartoe reeds 3 jeugdstrafzaken heeft meegelopen.
- a) het behandelen van minimaal zes toegevoegde machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichtingen per jaar en;78Er bestaat de mogelijkheid tot ontheffing door de Raad voor Rechtsbijstand indien het zaaksaanbod in het gebied waar de regeling van toepassing is te gering is om aan deze voorwaarde te voldoen. Ook dan geldt wel de eis dat tenminste één machtiging plaatsing gesloten jeugdinrichting is behandeld.
- b) Het behalen van minimaal acht opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht, waaronder tenminste één actualiteitencursus, per jaar. Opleidingspunten behaald op het terrein van vaardigheden op het terrein van het civiele jeugdrecht tellen voor dit aantal mee. Opleidingspunten behaald op het terrein van het civiel jeugdrecht kunnen tevens tot een maximum van vier punten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad en;
- c) Indien de advocaat reeds drie jaar voor dit rechtsgebied staat ingeschreven: het verlenen van medewerking aan het laten meelopen van collega’s bij zittingen op het terrein van machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting.