Bijlage 2 Subsidieregeling Impuls open leermateriaal: beoordelingskader, behorende bij artikel 14f, tweede en derde lid, van de Subsidieregeling Impuls open leermateriaal
Subsidieregeling Impuls open leermateriaal
Criterium Vereisten 1) Kwaliteit van de aanvraag Weging: 30% A. Het activiteitenplan sluit inhoudelijk aan bij activiteit A van de regeling en beschrijft duidelijk de scope van de aanvraag (vak, leerdoel, didactisch concept) B. Het activiteitenplan heeft realistische doelstellingen, een duidelijk geformuleerd eindresultaat, en planning voor de gehele looptijd van drie schooljaren. Het maakt duidelijk hoe de gestelde doelen wat betreft het beoogde onderwijsaanbod worden gerealiseerd. C. Het activiteitenplan laat zien dat de aanpak effectief gaat zijn voor de beoogde resultaten. D. Het activiteitenplan laat zien dat er een aanpak is voor het beoordelen van de kwaliteit van het leermateriaal aan de hand van het door Impuls open leermateriaal ontwikkelde kwaliteitsmodel (zie bijlage 3). Ook wordt aangegeven welke stappen uit het cyclisch ontwerpmodel open leermateriaal zullen worden gezet tijdens de looptijd van het project. E. Aanvragen waarbij al ontwikkeld open leermateriaal wordt hergebruikt, krijgen een hogere score toegekend bij de beoordeling. F. Aanvragen waarin subsidie voor één of maximaal twee van de voorgestelde thema’s worden aangevraagd, krijgen een hogere score toegekend bij de beoordeling. G. Aanvragen waarin subsidie voor geen van de vastgestelde thema’s worden aangevraagd, krijgen een lagere score toegekend bij de beoordeling. 2) Netwerk en organisatie van het project Weging: 25% A. Het activiteitenplan laat zien dat de aanvraag aansluit op een (brede) vraag vanuit het onderwijs (urgentie moet duidelijk zijn). B. Het activiteitenplan toont aan dat er een actieve community van leraren uit het funderend onderwijs betrokken is in de uitvoering van het project. C. Het activiteitenplan bevat een beschrijving van de manier waarop de samenwerking wordt georganiseerd en hoe de benodigde expertise op scholen zelf kan worden opgebouwd en kan blijven. D. Het activiteitenplan beschrijft met welke en hoeveel scholen en andere organisaties er wordt samengewerkt. E.