Bijlage 2 Subsidieregeling Npuls CTL: behorende bij artikel 10, tweede lid, onder b, van de Subsidieregeling Npuls CTL
Criterium 1 Deelaspecten Minimumeisen/Toelichting 1. Visie op docentontwikkeling en onderwijsinnovatie (maximaal 20 punten) 1.1 De onderwijsinstelling beschrijft de visie met een concretisering naar het beoogde effect op docentontwikkeling en onderwijsinnovatie. • Beschrijf vanuit de brede visie van de instelling, hoe deze vertaald wordt naar docentontwikkeling en onderwijsinnovatie 1.2 De onderwijsinstelling beschrijft de stand van zaken op gebied van docentontwikkeling en onderwijsinnovatie en maakt een probleemanalyse • Beschrijf de huidige situatie: Welke relevante activiteiten heb je al ondernomen en wat was het effect daarbij? Hoe is het op dit moment gesteld met de bekwaamheid van de docenten om innovaties in de onderwijspraktijk goed te kunnen toepassen? • Maak een analyse van de huidige situatie, trek conclusies en geef aan wat je wilt veranderen of verbeteren. 1.3 De onderwijsinstelling beschrijft de toekomstige situatie met succescriteria en geeft een beschrijving van de concrete aspecten die de instelling wil implementeren of verder wil ontwikkelen op het gebied van docentontwikkeling en onderwijsinnovatie. • Beschrijf de toekomstige situatie: geef aan wat er straks is bereikt met de onderdelen die je wilt ontwikkelen en implementeren. • Beschrijf wanneer het succesvol is: Welke impact heeft de groei van bekwaamheid van docenten en welke impact heeft de innovatie concreet in de onderwijspraktijk. 1.4. De onderwijsinstelling beschrijft de veranderstrategie die ingezet wordt om tot verandering te komen. • Geef aan hoe je van de huidige situatie in de toekomstige situatie komt en welke strategie je daarbij inzet. 1.5 De onderwijsinstelling beschrijft hoe actieve betrokkenheid van docenten en overig onderwijspersoneel en van bestuur en directie gerealiseerd wordt. • Geef aan hoe draagvlak tot stand komt: Wat levert het CTL voor docenten op, wat motiveert hen, wanneer willen ze een bijdrage leveren en wat maakt hen tot ambassadeur? • Geef aan hoe het CTL en d