Art. 5 Beleidsregel orthodontische zorg, Onderdelen ter vaststelling van de tariefopbouw

Beleidsregel orthodontische zorg

1. Bij de tariefvaststelling wordt gebruik gemaakt van twee puntwaarden: een puntwaarde voor de tarieven in de A-categorie en een puntwaarde voor de tarieven in de B- en C-categorie.

2. De arbeidskostencomponent orthodontische zorg bedraagt € 216.933 (definitief niveau 2023).

3. Het inkomensbestanddeel in de puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedraagt € 216.010 (definitief niveau 2023).

4. Het praktijkkostenbestanddeel in de puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedraagt € 909.492 (definitief niveau 2023). Het praktijk-kostenbestanddeel is opgebouwd uit de elementen ‘personeelskosten’ en ‘overige kosten’:

– personeelskosten € 376.090

– overige kosten € 533.402

5. De rekennorm in de puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedraagt 2.327.991.

6. Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) van zowel het inkomens- als het praktijkkostenbestanddeel plaats. De wijze van indexeren is geregeld in de Beleidsregel indexering.

7. De structurele puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedraagt:

– € 0,483464823 (definitief niveau 2023);

– € 0,501780236 (voorcalculatorisch niveau 2024).

8. De puntwaarde van de prestaties in de B- en C-categorie bedraagt € 0,746462598 (voorcalculatorisch niveau 2024). Deze puntwaarde muteert jaarlijks met het hierna in artikel 6.2 genoemde mutatiepercentage.